Ondernemer moet zichzelf redelijke vergoeding toekennen

woensdag 12 december 2018 - We zijn nu bijna een jaar verder met het nieuwe huwelijksvermogensrecht. De ervaring leert dat veel ondernemers het maken van huwelijkse voorwaarden niet meer nodig vinden. Hoe anders is de praktijk. Er blijken verschillende knelpunten in de nieuwe wet te zitten, waarmee het voor ondernemers – zeker in de BV –noodzakelijk blijft om huwelijkse voorwaarden te maken.
Ondernemer moet zichzelf redelijke vergoeding toekennen We zijn nu bijna een jaar verder met het nieuwe huwelijksvermogensrecht. De ervaring leert dat veel ondernemers het maken van huwelijkse voorwaarden niet meer nodig vinden. Hoe anders is de praktijk. Er blijken verschillende knelpunten in de nieuwe wet te zitten, waarmee het voor ondernemers – zeker in de BV –noodzakelijk blijft om huwelijkse voorwaarden te maken. Als u getrouwd bent in 2018 en vóór uw huwelijk al een onderneming had, valt die in uw privévermogen. Is uw onderneming (BV) na uw huwelijk opgericht, vallen de aandelen op grond van de nieuwe wet in de beperkte gemeenschap van goederen. Het salaris dat u daaruit ontvangt, valt ook in die gemeenschap. Soms denken ondernemers slim te zijn en zichzelf een heel laag salaris uit te betalen en vooral dividend uit te keren. Dividend heeft een andere status in het recht en valt niet in de beperkte gemeenschap. Als u die slimheid toepast, ondervindt de gemeenschap daarvan nadeel. Daarom heeft de wet voorzien in de verplichting voor de ondernemer om altijd een redelijke vergoeding aan de gemeenschap te betalen. De vraag is dan hoeveel salaris redelijk is. Daar is geen concrete inhoud aan gegeven. Het enige dat vast staat is dat, wanneer een te laag salaris is uitbetaald, de gecorrigeerde hoogte moet aansluiten bij de waardestijging van de onderneming gedurende die periode van “onderbetaling”. Een redelijke vergoeding kan ook verband houden met de hoeveel werk dat de niet-ondernemende partner voor het bedrijf heeft verricht. Als die daarvoor te weinig wordt beloond met salaris, maakt het bedrijf meer winst en wordt daarmee meer waard. Een redelijke vergoeding had dan hoger moeten zijn. Bij echtscheiding kan die partner het deel van de waardestijging dat onterecht niet in de gemeenschap terecht is gekomen, wellicht opeisen. Het vraagstuk van redelijke vergoeding kan ook van toepassing zijn als u vóór 2018 bent getrouwd. De wet is hierover niet zo helder. Het oordeel zal dan ook van de rechter moeten komen. Om dat te voorkomen, kunt u beter (alsnog) huwelijkse voorwaarden maken. Dat geldt zeker ook om te voorkomen dat zakelijke schuldeisers zich kunnen verhalen op de gemeenschap. Wilt u meer weten over nut en noodzaak van huwelijkse voorwaarden voor u als ondernemer? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Ik-opa- en Ik-oma-testament biedt flinke belastingvoordelen

maandag 10 december 2018 - Wat houdt een Ik-opa-testament (of Ik-oma-testament) in en waarom zou u zo’n testament maken? Normaal gesproken erven uw kleinkinderen pas van u als u een kind hebt dat eerder is overleden dan u. Dan komen namelijk de kleinkinderen voor uw overleden kind in de plaats. Bij het opstellen van een Ik-opa-testament stelt u uw kinderen aan als legataris of erfgenaam en verbindt aan die erfstelling een last. Die last houdt in dat uw kind aan zijn kinderen (dus uw kleinkinderen) een bepaald bedrag moet betalen. Uw kleinkind erft dan eigenlijk een schuldvordering op zijn ouder, omdat u als opa of oma dat heeft bepaald. Deze schuldvordering kan uw kleinkind pas opeisen als zijn ouder is overleden.
Ik-opa- en Ik-oma-testament biedt flinke belastingvoordelen Wat houdt een Ik-opa-testament (of Ik-oma-testament) in en waarom zou u zo’n testament maken? Normaal gesproken erven uw kleinkinderen pas van u als u een kind hebt dat eerder is overleden dan u. Dan komen namelijk de kleinkinderen voor uw overleden kind in de plaats. Bij het opstellen van een Ik-opa-testament stelt u uw kinderen aan als legataris of erfgenaam en verbindt aan die erfstelling een last. Die last houdt in dat uw kind aan zijn kinderen (dus uw kleinkinderen) een bepaald bedrag moet betalen. Uw kleinkind erft dan eigenlijk een schuldvordering op zijn ouder, omdat u als opa of oma dat heeft bepaald. Deze schuldvordering kan uw kleinkind pas opeisen als zijn ouder is overleden. Een Ik-opa-testament heeft vooral zin als u kinderen heeft die er financieel behoorlijk goed voorstaan en zelf al aan successieplanning doen. Door en dergelijke erfstelling te maken kan er namelijk erfbelasting worden bespaard door de kleinkinderen mee te laten erven. U voorkomt dat er dubbele heffing van erfbelasting plaats heeft wegens dubbele vererving. De vrijstelling voor erfbelasting van een kind bedraagt (in 2018) € 20.371. Dat is de meeste mensen wel bekend. Minder bekend is dat deze vrijstelling ook voor (elk van) uw kleinkind(eren) geldt. Dat biedt de mogelijkheid om belasting te besparen, zeker als er meerdere kleinkinderen zijn. Als u in uw testament het bedrag van de vrijstelling aan ieder van uw kleinkinderen laat vererven, kunt u (afhankelijk van de omvang van uw vermogen) zo’n € 2.000 tot € 4.000 erfbelasting per kleinkind besparen. Zouden uw kinderen ieder deze € 20.371 erven dan zouden zij daarover 10 tot 20% belasting zijn verschuldigd, terwijl uw kleinkinderen die bedragen vrij van erfbelasting kunnen krijgen. De besparing is nog groter als u bedenkt dat het bedrag rechtstreeks naar uw kleinkind gaat (dus één keer in de erfbelasting wordt betrokken) en niet eerst naar uw kind en vervolgens naar uw kleinkind (en dus twee keer in de erfbelasting wordt betrokken). Overigens mag u bij het opstellen van een dergelijk testament van de notaris verwachten dat hij of zij goed nagaat op welke manier het vorderingsrecht aan het kleinkind wordt toegekend. Dit is namelijk mede bepalend voor de uiteindelijk hoogte van de te betalen erfbelasting. Mocht u al een dergelijke Ik-opa bepaling in uw testament hebben staan, dan is het ook raadzaam om de notaris te laten onderzoeken of de juiste formulering is gehanteerd. Dat kan door de rechtspraak van de laatste jaren zijn veranderd.. Is uw vermogen niet zo groot of is belastingbesparing niet uw hoofdmotief? In dat geval kunt u uiteraard ook een kleiner bedrag dan de vrijstelling aan uw kleinkinderen legateren. U kunt overigens bepalen dat de kleinkinderen het door u gekozen bedrag één keer krijgen als uw alleenstaand bent, maar ook als u een partner heeft alleen bij het overlijden van de langstlevende van u beiden. In het laatste geval kan het ook in twee keer, namelijk bij het overlijden van de eerste van u beiden en bij overlijden van de langstlevende. Als uw kleinkinderen het geld uitgekeerd krijgen en zij nog minderjarig zijn, moeten de ouders of wettelijke vertegenwoordigers het geld beheren totdat uw kleinkinderen 18 jaar worden. Op hun 18e kunnen de kleinkinderen vrij over het geld beschikken. Als u dit te jong vindt en u wilt voorkomen dat uw kleinkind het geld niet goed zal besteden, dan kunt u in uw testament een bewind over het geld instellen. U kunt in dat verband bijvoorbeeld de ouders van uw kleinkind (of desgewenst een andere door u gekozen persoon) als bewindvoerders benoemen. Uw kleinkind kan dan alleen met toestemming van de bewindvoerder over het geld beschikken totdat uw kleinkind een door u te bepalen leeftijd heeft bereikt, bijvoorbeeld 21 of 23 jaar. Wilt u meer weten over de mogelijkheden om uw kleinkinderen in uw testament op te nemen, neemt u dan contact met ons op. Wij zullen u hierover graag adviseren.
Lees verder

Minder hypotheekaanvragen tegenover meer oversluitingen

woensdag 5 december 2018 - Hoewel de media bol staan van een overspannen woningmarkt, tekent zich nu toch een kentering af. Het aantal hypotheekaanvragen over het derde kwartaal van 2018 is met 5% afgenomen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Hierbij was september ook nog eens minder dan augustus, dit tegen de trend in dat normaal na de vakantie het aantal hypotheken weer aantrekt. We hebben het hier over nieuwe hypotheken bestemd voor de aankoop van een woning. Het aantal hypotheekoversluitingen is echter juist toegenomen.
Minder hypotheekaanvragen tegenover meer oversluitingen Hoewel de media bol staan van een overspannen woningmarkt, tekent zich nu toch een kentering af. Het aantal hypotheekaanvragen over het derde kwartaal van 2018 is met 5% afgenomen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Hierbij was september ook nog eens minder dan augustus, dit tegen de trend in dat normaal na de vakantie het aantal hypotheken weer aantrekt. We hebben het hier over nieuwe hypotheken bestemd voor de aankoop van een woning. Het aantal hypotheekoversluitingen is echter juist toegenomen. Het Hypotheken Data Netwerk kwam onlangs met nieuwe cijfers. Het aantal hypotheekoversluitingen is zelfs met 25% toegenomen ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2017. Opvallend is hierbij dat de meeste oversluiters (ruim 40%) nog altijd kiezen voor een gedeeltelijk aflossingsvrije hypotheek terwijl dit percentage bij starters nog geen 7% is. De reden voor het achterblijven van het aantal nieuwe hypotheken is deels te wijten aan het gebrek aan aanbod van bestaande woningen. Een andere oorzaak is het grote aantal mensen dat spaargeld belegd in vastgoed (vaak in betaalbare appartementen die vervolgens verhuurd worden), zodat dat niet meer door starters kan worden gekocht. Daarnaast wordt het door steeds strengere verstrekkingsnormen voor starters haast ondoenlijk een nieuwe hypotheek af te sluiten. Bij de oversluiters leeft de angst voor rentestijging, het zogenaamde nu of nooit effect. Waar tot voor kort de variabele rente nog populair was zien we nu dat bij oversluitingen wordt gekozen voor een lange rentevastperiode (gemiddeld wordt voor zeventien jaar vast gekozen). Daarnaast stijgt het aantal hypotheekaanbieders dat een rentevastperiode tot wel dertig jaar aanbiedt. Veel oversluiters kiezen voor deze variant en daarmee voor maximale zekerheid over de maandlasten. Het kiezen voor een lange rentevastperiode is echter niet altijd gunstig. Dertig jaar is een hele tijd op een mensenleven waarin veel kan gebeuren. Stel dat u bijvoorbeeld na vijftien jaar een flinke erfenis van uw ouders ontvangt waarmee u de hypotheek eerder wilt aflossen. U kunt dan zomaar te maken krijgen met een enorme boeterente, dit omdat de geldverstrekker haar renteverlies gecompenseerd wil zien. Natuurlijk kan een goede hypotheekadviseur u helpen bij de keuze voor wel/niet oversluiten van de hypotheek. Wij kunnen u helpen op de gevolgen daarvan bij erven en schenken en op grond van het huwelijksgoederenrecht. Maak eens een vrijblijvende afspraak op ons kantoor, wij kijken dan samen met u of oversluiten een goed idee is of dat er wellicht andere opties zijn uw hypotheek eerder af te lossen.
Lees verder

Belastingmaatregelen met aandachtspunten voor ondernemer

maandag 3 december 2018 - Het Belastingplan 2019 heeft ook gevolgen voor de te betalen percentages inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Naast veranderingen in percentages gaat ook het tarief voor vennootschapsbelasting omlaag. Daar zal iedere ondernemer blij mee zijn.
Belastingmaatregelen met aandachtspunten voor ondernemer Het Belastingplan 2019 heeft ook gevolgen voor de te betalen percentages inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Naast veranderingen in percentages gaat ook het tarief voor vennootschapsbelasting omlaag. Daar zal iedere ondernemer blij mee zijn. Het hoge vennootschapsbelastingtarief gaat stapsgewijs van 25% naar 20,5% per 2021. Dat is om meerdere redenen een verstandige maatregel. Het hele bedrijfsleven profiteert er van en het is een eenvoudige maatregel die geen nieuwe wetgeving verlangt. Bovendien is het goed voor het investerings- en vestigingsklimaat. Het lage vennootschapsbelastingtarief wordt zelfs, ook stapsgewijs, verlaagd van 20% naar 15% in 2021. Voor de directeur-groot-aandeelhouder met een relatief hoge rekening courant schuld wordt het echter wel opletten geblazen. Alle rekening courant schulden boven de € 500.000 worden in de aanmerkelijk belang heffing betrokken. Financiering van de eigen woning wordt daar vooralsnog buiten gehouden. Het aanmerkelijk belang tarief gaat omhoog van 25% naar 26,9%. De ondernemer in de inkomstenbelasting (eenmanszaak / vennootschap onder firma) ondervindt juist wat nadeel van de belastingmaatregelen. Zo worden bijvoorbeeld enkele aftrekposten afgebouwd, zoals de MKB winstvrijstelling. In 2023 geldt hiervoor waarschijnlijk nog maar een aftrektarief van 37,05%. Het tarief van de ondernemersaftrek volgt vanaf 2020 het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek. De ondernemersaftrek bestaat uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek. De ondernemer in de inkomstenbelasting heeft daarentegen wel weer het voordeel van de geleidelijke invoering van een tweeschijvenstelsel in box 1 van de inkomstenbelasting. Nu heeft box 1 nog vier schijven. In 2021 geldt een basistarief van 37,05%voor het inkomen tot en met € 68.507 euro (schijf 1). Het nieuwe toptarief komt dan uit op 49,5% voor het inkomen boven € 68.507 euro (schijf 2). De besteedbare inkomens van veel belastingplichtigen nemen daardoor toe. Opletten dus! Tijdig dividend uitkeren, geen te hoge rekening courant schuld creëren en goed nadenken op welke wijze en in welke constellatie u onderneemt. Wilt u meer weten over de effecten van deze maatregelen voor uw onderneming? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Aangebrachte wijzigingen maken van kantoorpand nog geen woning voor de overdrachtsbelasting

woensdag 28 november 2018 - De notaris is namens de staat – de Belastingdienst – belast met het beoordelen of bij een vastgoedtransactie 2% of 6% overdrachtsbelasting door de koper verschuldigd is. Dat hierbij in veel gevallen sprake is van een grijs gebied blijkt wel uit een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De koper stelde dat een tot woning verbouwd voormalige kantoorpand voor de overdrachtsbelasting in de 2% moest vallen.
Aangebrachte wijzigingen maken van kantoorpand nog geen woning voor de overdrachtsbelasting De notaris is namens de staat – de Belastingdienst – belast met het beoordelen of bij een vastgoedtransactie 2% of 6% overdrachtsbelasting door de koper verschuldigd is. Dat hierbij in veel gevallen sprake is van een grijs gebied blijkt wel uit een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De koper stelde dat een tot woning verbouwd voormalige kantoorpand voor de overdrachtsbelasting in de 2% moest vallen. De rechtbank bleek daar anders over te denken. Zij bepaalde dat er 6% betaald moest worden omdat het verkochte niet als een woning was aan te merken. In deze casus werd een pand met meerdere appartementsrechten overgedragen aan een koper. Het pand was oorspronkelijk gebouwd als kantoorpand en beschikte over een begane grond en vier verdiepingen. Enkele van de ruimtes op de verdiepingen beschikten over een wastafel. Verder was er op de eerste verdieping een grote keuken aanwezig met een open ruimte, die dienst deed als kantine. Voor de overdracht had de verkoper diverse voorzieningen aangebracht, waaronder een centrale douchegelegenheid met meerdere douches en enkele elektrische kookplaten. De koper is vervolgens van mening dat het pand als een woning moet worden aangemerkt, waarbij over de koopprijs het overdrachtsbelastingtarief van 2% verschuldigd zou zijn. In de rechtszaak, aangespannen door de fiscus, werd dus anders geoordeeld. De rechtbank verwees hierbij naar recente jurisprudentie van de Hoge Raad. De rechtbank overwoog hierbij dat de wijzigingen die de verkoper heeft aangebracht onvoldoende zijn om de conclusie te rechtvaardigen dat de aard van de verdiepingen is gewijzigd van kantoorruimte naar woning in de zin van de wet belastingen rechtsverkeer. Ook wijst de rechtbank er op dat de wijzigingen niet zodanig zijn dat de verdiepingen niet meer geschikt zijn voor gebruik als kantoorruimte. Verder is er geen sprake van zodanige wijzigingen dat meer dan beperkte aanpassingen nodig zijn om de verdiepingen geschikt te maken als kantoorruimten. Kortom een dure les voor beide partijen. Wij weten wanneer er sprake is van een woning of van een bedrijfspand. Heeft u dus plannen voor herontwikkeling van een bestaand bedrijfspand of wilt u een dergelijk object kopen, neem dan vooraf contact met ons op. Dit kan dure vergissingen zoals in de hiervoor aangehaalde rechtszaak voorkomen.
Lees verder

Aandacht voor crediteuren bij turbo-ontbinding rechtspersoon

maandag 26 november 2018 - In de praktijk worden rechtspersonen ook wel ontbonden via een zogenaamde turboliquidatie. Dat is een ontbinding zonder dat het vermogen van de rechtspersoon in formele zin wordt vereffend. Het gebeurt onder meer als het bestuur van de rechtspersoon het vermogen al voorafgaand aan de ontbinding feitelijk heeft vereffend. Voor een schuldeiser kan dit heel vervelend uitpakken.
Aandacht voor crediteuren bij turbo-ontbinding rechtspersoon In de praktijk worden rechtspersonen ook wel ontbonden via een zogenaamde turboliquidatie. Dat is een ontbinding zonder dat het vermogen van de rechtspersoon in formele zin wordt vereffend. Het gebeurt onder meer als het bestuur van de rechtspersoon het vermogen al voorafgaand aan de ontbinding feitelijk heeft vereffend. Voor een schuldeiser kan dit heel vervelend uitpakken. Een schuldeiser kan zich niet tegen een turboliquidatie verzetten. De schuldeiser komt er meestal pas achter na ontbinding en na uitschrijving uit het handelsregister. Hij of zij kan dan de rechter nog inschakelen om de vereffening te laten heropenen, gevolgd door faillissement en het in privé aansprakelijk stellen van de bestuurders. Dat kan echter alleen als de bestuurders persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als zij het bewust mogelijk hebben gemaakt dat de rechtspersoon verplichtingen aan de schuldeiser niet nakomt en de schuldeiser hierdoor schade lijdt. Dat blijkt maar weer uit een recente zaak voor het hof Den Haag waarin een stichting door de rechter veroordeeld werd tot betaling van de vordering, maar het bestuur werd gevrijwaard van hoofdelijke aansprakelijkheid. Voor het bestuur was dat aanleiding voor een turboliquidatie zonder de vordering te betalen. Het hof bepaalde vervolgens dat de bestuurders geen betalingsonmacht hebben kunnen aantonen en ook niet dat het ontbindingsbesluit rechtmatig zou zijn geweest. De bestuurders worden daarom alsnog hoofdelijk in privé aansprakelijk gesteld en moeten de vordering uit eigen zak betalen.. Uit deze uitspraak blijkt dat u bij voorgenomen turboliquidatie zorgvuldig moet omgaan met crediteuren en deze beter vooraf kunt informeren. Wilt u meer weten over turboliquidatie? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Objectieve maatstaven bepalen uitleg erfdienstbaarheid

woensdag 14 november 2018 - Het komt vaak genoeg voor dat een erfdienstbaarheid verschillend wordt uitgelegd. Een erfdienstbaarheid is het recht om gebruik te maken van een stuk grond, ook al bent u niet zelf de eigenaar. De eigenaar van dat stuk grond moet u dan toegang geven tot dat stuk groen in overeenstemming met het gebruik zoals dat in de notariële akte is vermeld. Dat is bijvoorbeeld het geval bij overpad.
Objectieve maatstaven bepalen uitleg erfdienstbaarheid Het komt vaak genoeg voor dat een erfdienstbaarheid verschillend wordt uitgelegd. Een erfdienstbaarheid is het recht om gebruik te maken van een stuk grond, ook al bent u niet zelf de eigenaar. De eigenaar van dat stuk grond moet u dan toegang geven tot dat stuk grond in overeenstemming met het gebruik zoals dat in de notariële akte is vermeld. Dat is bijvoorbeeld het geval bij overpad. Het gaat er bij erfdienstbaarheden vooral om wat de oorspronkelijke partijen hebben bedoeld ermee te bereiken. Die bedoelingen worden afgeleid uit de redactie er van en uitgelegd naar objectieve maatstaven zoals die uit de hele akte blijken. De rechtbank Den Haag behandelde deze zomer een geschil hierover. Dat ging om de koop van een perceel met kantoorgebouwen waar wooncomplexen van worden gemaakt. De omgevingsvergunning was al afgegeven. De gemeente “ligt dwars” door aan de koper geen uitweg vanaf het perceel toe te staan. De eerder gevestigde erfdienstbaarheid blijkt inmiddels te zijn vervallen. Gesteund door eerdere op dit vlak relevante uitspraak van de Hoge Raad wijst de rechter op verzoek van de koper wel een noodweg aan, zodat koper de openbare weg kan bereiken en het complex kan exploiteren. Het belang van de koper om de openbare weg te bereiken weegt volgens de rechter zwaarder dan dat van de eigenaar van het stuk grond. Het advies aan eigenaren van een zogenaamd dienend erf (dat het gebruik door een derde moet toestaan) is om mee te werken aan vestiging of wijziging van een erfdienstbaarheid. Alleen op die manier kan hij of zij voorwaarden aan de erfdienstbaarheid stellen en overeenkome, zodat dat in de notariële akte kan worden vastgelegd. Wilt u meer weten over erfdienstbaarheden? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Notariaat pleit voor waarborgen privacy in wetsvoorstel aandeelhoudersregister

maandag 12 november 2018 - (Bron: KNB) Betrouwbaar en van groot belang voor voorkoming en bestrijding van fraude, zo kijkt notarieel Nederland aan tegen het digitale centraal aandeelhoudersregister (CAHR). Verschillende notariële partijen zijn blij met het voorstel en reageren positief. Wel hamert de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) op de privacy van de aandeelhouders en vraagt de initiatiefnemers te letten op wie er inzage krijgt.
Notariaat pleit voor waarborgen privacy in wetsvoorstel aandeelhoudersregister (Bron: KNB) Betrouwbaar en van groot belang voor voorkoming en bestrijding van fraude, zo kijkt notarieel Nederland aan tegen het digitale centraal aandeelhoudersregister (CAHR). Verschillende notariële partijen zijn blij met het voorstel en reageren positief. Wel hamert de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) op de privacy van de aandeelhouders en vraagt de initiatiefnemers te letten op wie er inzage krijgt. De Tweede Kamer is begonnen aan de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel voor een centraal aandeelhouders¬register (CAHR). De KNB heeft samen met de Vereniging van Ondernemingsrechtspecialisten in het Notariaat (VON) op het voorstel gereageerd (pdf). Ook de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) van de KNB en de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) heeft naar het wetsvoorstel gekeken (pdf). Privacy De KNB heeft steeds gepleit voor een besloten CAHR. Dit in het belang van de privacy van de in het CAHR geregistreerde aandeelhouders, vruchtgebruikers en pandhouders. In dat kader pleit de beroepsorganisatie voor terughoudendheid bij het aanwijzen van Wwft-instellingen die inzage krijgen in het CAHR. De KNB denkt hierbij uitsluitend aan wettelijk gereguleerde Wwft-instellingen die onder een vorm van overheidstoezicht staan en/of aan tuchtrecht zijn onderworpen en objectief een redelijk belang hebben bij inzage in het CAHR, zoals banken, advocaten en notarissen. Ook de GCV schrijft dat de kring van partijen die toegang hebben tot het register zoveel mogelijk beperkt moet blijven. In het huidige voorstel is – volgens de commissie – niet duidelijk welke partijen inzage krijgen en dat is wel belangrijk voor de rechtszekerheid en de concurrentiepositie van Nederlandse rechtspersonen. Verschil met UBO-register Verder benadrukken alle partijen de toegevoegde waarde van het CAHR naast het UBO-register. In dit laatste register wordt een aantal gegevens volledig openbaar. Veel bedrijven – met name familiebedrijven – maken zich zorgen over deze openbaarheid. De GCV heeft eerder kenbaar gemaakt het openbare karakter van het UBO-register te zien als bron van zorg. ‘In het slechtste geval wordt het UBO-register een forse administratieve lastenpost voor goedwillende rechtspersonen, terwijl de betrouwbaarheid en bruikbaarheid vervalt omdat malafide partijen onjuiste gegevens verstrekken.’ In het UBO-register worden natuurlijke personen met een aandelenbelang van meer dan 25 procent geregistreerd. ‘Te verwachten is dat deze 25-procentgrens zal worden gebruikt om buiten het UBO-register te blijven’, aldus de KNB en de VON. In het CAHR moeten aandeelhouders worden ingeschreven ongeacht of zij natuurlijke personen of rechtspersonen zijn en ongeacht hun aandelenbelang. Wilt u meer weten over uw aandeelhoudersregister? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Familie-opvolging in onderneming vergt zorgvuldige voorbereiding

woensdag 7 november 2018 - Dat je bij een voorgenomen bedrijfsopvolging en –overdracht gedegen te werk moet gaan, is een open deur. Voor een goede voorbereiding is wel vijf jaar nodig, waarin telkens op elkaar volgende stappen worden gezet. Extra complex wordt het als de opvolging binnen het gezin van de ondernemer gebeurt. Dan moet er ook aandacht zijn voor de overige kinderen. Juridisch is het allemaal prima te regelen, maar begin op tijd!
Familie-opvolging in onderneming vergt zorgvuldige voorbereiding Dat je bij een voorgenomen bedrijfsopvolging en –overdracht gedegen te werk moet gaan, is een open deur. Voor een goede voorbereiding is wel vijf jaar nodig, waarin telkens op elkaar volgende stappen worden gezet. Extra complex wordt het als de opvolging binnen het gezin van de ondernemer gebeurt. Dan moet er ook aandacht zijn voor de overige kinderen. Juridisch is het allemaal prima te regelen, maar begin op tijd! Meestal is de eerste stap een samenwerkingsovereenkomst tussen de ouders en het opvolgende kind, bijvoorbeeld in het juridische jasje van een maatschap of vennootschap onder firma. Idealiter worden op dat moment ook de overige kinderen al bij de voorgenomen opvolging betrokken. Met elkaar kunt u bijvoorbeeld een familiestatuut opstellen. Daarin worden bij aanvang alle tot dan met elkaar gemaakte afspraken over de opvolging en de positie van de overige kinderen vastgelegd. Een opvolgend kind neemt het bedrijf meestal over tegen een waarde die lager is dan de normale marktwaarde. Alleen dan is overname mogelijk. Dat leggen we al vast in de samenwerkingsovereenkomst. Het gaat er om de overige kinderen hierbij te betrekken, zodat ouders en opvolger kunnen aangeven waarom bepaalde stappen nodig zijn en waar dat toe zou moeten leiden. Op die manier geeft u ook vorm aan betrokkenheid van de overige kinderen bij de voortzetting van het bedrijf. Het uiteindelijke doel van het vastleggen van afspraken in een familiestatuut is het creëren van eensgezindheid over de overname en over de toekomstige materiële en immateriële wensen van andere kinderen. Wilt u meer weten over de juridische voorbereiding op een bedrijfsopvolging en mogelijk te maken afspraken met de andere kinderen in dat verband? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Papieren aandeelhoudersregister vaak niet op orde

maandag 5 november 2018 - (Bron: KNB) De aandeelhoudersregistratie van bedrijven is vaak niet actueel, onvolledig, onjuist of zelfs kwijt. Dit blijkt uit een peiling van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Van de 708 deelnemende (kandidaat-)notarissen geeft 34 procent aan dat dit ‘regelmatig’ het geval is. Nog eens 35 procent zegt ‘vaak’ en 16 procent zelfs ‘heel vaak’.
Papieren aandeelhoudersregister vaak niet op orde (Bron: KNB) De aandeelhoudersregistratie van bedrijven is vaak niet actueel, onvolledig, onjuist of zelfs kwijt. Dit blijkt uit een peiling van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Van de 708 deelnemende (kandidaat-)notarissen geeft 34 procent aan dat dit ‘regelmatig’ het geval is. Nog eens 35 procent zegt ‘vaak’ en 16 procent zelfs ‘heel vaak’. De Tweede Kamer is begonnen aan de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel voor een centraal aandeelhouders¬register (CAHR). Het CAHR geeft inzicht in wie schuil gaan achter bv’s en niet-beursgenoteerde nv’s en levert hierdoor een waardevolle bijdrage aan voorkoming en bestrijding van financieel-economische criminaliteit door middel van rechtspersonen. Het CAHR dient mede de rechtszekerheid, omdat er - zoals uit de peiling blijkt - geregeld iets mis is met de aandeelhoudersregistratie van vennootschappen. Het CAHR heeft een belangrijke toegevoegde waarde ten opzichte van het UBO-register. Dit register wordt gedeeltelijk openbaar. Veel bedrijven – met name familiebedrijven – maken zich zorgen over deze openbaarheid. Lobby Voor de lobby heeft de KNB de leden een paar vragen gesteld. Hoe vaak herstructureren cliënten – met het UBO-register in zicht – hun bedrijf om registratie in dat register te voorkomen? En hoe vaak is er iets mis met het huidige aandeelhoudersregister, het zogenoemde klappertje? 22 procent van de beroepsgroep nam deel aan de peiling. 62 procent van de ondervraagden maakt ‘soms’ tot ‘heel vaak’ mee dat cliënten herstructurering overwegen, in gang zetten of hierover advies vragen om registratie in het UBO-register te voorkomen. De KNB denkt dat dit toeneemt als het UBO-register wordt ingevoerd en zal daarom in een later stadium opnieuw peilen.
Lees verder

Vraag nu uw eigen kluis aan!

Heeft u nog geen account? Meld u hiernaast aan en ontvang uw kluisgegevens!

 

WILT U MEER INFORMATIE?

 

Bel ons: 06-53378593