Objectieve maatstaven bepalen uitleg erfdienstbaarheid

woensdag 14 november 2018 - Het komt vaak genoeg voor dat een erfdienstbaarheid verschillend wordt uitgelegd. Een erfdienstbaarheid is het recht om gebruik te maken van een stuk grond, ook al bent u niet zelf de eigenaar. De eigenaar van dat stuk grond moet u dan toegang geven tot dat stuk groen in overeenstemming met het gebruik zoals dat in de notariële akte is vermeld. Dat is bijvoorbeeld het geval bij overpad.
Objectieve maatstaven bepalen uitleg erfdienstbaarheid Het komt vaak genoeg voor dat een erfdienstbaarheid verschillend wordt uitgelegd. Een erfdienstbaarheid is het recht om gebruik te maken van een stuk grond, ook al bent u niet zelf de eigenaar. De eigenaar van dat stuk grond moet u dan toegang geven tot dat stuk grond in overeenstemming met het gebruik zoals dat in de notariële akte is vermeld. Dat is bijvoorbeeld het geval bij overpad. Het gaat er bij erfdienstbaarheden vooral om wat de oorspronkelijke partijen hebben bedoeld ermee te bereiken. Die bedoelingen worden afgeleid uit de redactie er van en uitgelegd naar objectieve maatstaven zoals die uit de hele akte blijken. De rechtbank Den Haag behandelde deze zomer een geschil hierover. Dat ging om de koop van een perceel met kantoorgebouwen waar wooncomplexen van worden gemaakt. De omgevingsvergunning was al afgegeven. De gemeente “ligt dwars” door aan de koper geen uitweg vanaf het perceel toe te staan. De eerder gevestigde erfdienstbaarheid blijkt inmiddels te zijn vervallen. Gesteund door eerdere op dit vlak relevante uitspraak van de Hoge Raad wijst de rechter op verzoek van de koper wel een noodweg aan, zodat koper de openbare weg kan bereiken en het complex kan exploiteren. Het belang van de koper om de openbare weg te bereiken weegt volgens de rechter zwaarder dan dat van de eigenaar van het stuk grond. Het advies aan eigenaren van een zogenaamd dienend erf (dat het gebruik door een derde moet toestaan) is om mee te werken aan vestiging of wijziging van een erfdienstbaarheid. Alleen op die manier kan hij of zij voorwaarden aan de erfdienstbaarheid stellen en overeenkome, zodat dat in de notariële akte kan worden vastgelegd. Wilt u meer weten over erfdienstbaarheden? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Notariaat pleit voor waarborgen privacy in wetsvoorstel aandeelhoudersregister

maandag 12 november 2018 - (Bron: KNB) Betrouwbaar en van groot belang voor voorkoming en bestrijding van fraude, zo kijkt notarieel Nederland aan tegen het digitale centraal aandeelhoudersregister (CAHR). Verschillende notariële partijen zijn blij met het voorstel en reageren positief. Wel hamert de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) op de privacy van de aandeelhouders en vraagt de initiatiefnemers te letten op wie er inzage krijgt.
Notariaat pleit voor waarborgen privacy in wetsvoorstel aandeelhoudersregister (Bron: KNB) Betrouwbaar en van groot belang voor voorkoming en bestrijding van fraude, zo kijkt notarieel Nederland aan tegen het digitale centraal aandeelhoudersregister (CAHR). Verschillende notariële partijen zijn blij met het voorstel en reageren positief. Wel hamert de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) op de privacy van de aandeelhouders en vraagt de initiatiefnemers te letten op wie er inzage krijgt. De Tweede Kamer is begonnen aan de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel voor een centraal aandeelhouders¬register (CAHR). De KNB heeft samen met de Vereniging van Ondernemingsrechtspecialisten in het Notariaat (VON) op het voorstel gereageerd (pdf). Ook de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (GCV) van de KNB en de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) heeft naar het wetsvoorstel gekeken (pdf). Privacy De KNB heeft steeds gepleit voor een besloten CAHR. Dit in het belang van de privacy van de in het CAHR geregistreerde aandeelhouders, vruchtgebruikers en pandhouders. In dat kader pleit de beroepsorganisatie voor terughoudendheid bij het aanwijzen van Wwft-instellingen die inzage krijgen in het CAHR. De KNB denkt hierbij uitsluitend aan wettelijk gereguleerde Wwft-instellingen die onder een vorm van overheidstoezicht staan en/of aan tuchtrecht zijn onderworpen en objectief een redelijk belang hebben bij inzage in het CAHR, zoals banken, advocaten en notarissen. Ook de GCV schrijft dat de kring van partijen die toegang hebben tot het register zoveel mogelijk beperkt moet blijven. In het huidige voorstel is – volgens de commissie – niet duidelijk welke partijen inzage krijgen en dat is wel belangrijk voor de rechtszekerheid en de concurrentiepositie van Nederlandse rechtspersonen. Verschil met UBO-register Verder benadrukken alle partijen de toegevoegde waarde van het CAHR naast het UBO-register. In dit laatste register wordt een aantal gegevens volledig openbaar. Veel bedrijven – met name familiebedrijven – maken zich zorgen over deze openbaarheid. De GCV heeft eerder kenbaar gemaakt het openbare karakter van het UBO-register te zien als bron van zorg. ‘In het slechtste geval wordt het UBO-register een forse administratieve lastenpost voor goedwillende rechtspersonen, terwijl de betrouwbaarheid en bruikbaarheid vervalt omdat malafide partijen onjuiste gegevens verstrekken.’ In het UBO-register worden natuurlijke personen met een aandelenbelang van meer dan 25 procent geregistreerd. ‘Te verwachten is dat deze 25-procentgrens zal worden gebruikt om buiten het UBO-register te blijven’, aldus de KNB en de VON. In het CAHR moeten aandeelhouders worden ingeschreven ongeacht of zij natuurlijke personen of rechtspersonen zijn en ongeacht hun aandelenbelang. Wilt u meer weten over uw aandeelhoudersregister? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Familie-opvolging in onderneming vergt zorgvuldige voorbereiding

woensdag 7 november 2018 - Dat je bij een voorgenomen bedrijfsopvolging en –overdracht gedegen te werk moet gaan, is een open deur. Voor een goede voorbereiding is wel vijf jaar nodig, waarin telkens op elkaar volgende stappen worden gezet. Extra complex wordt het als de opvolging binnen het gezin van de ondernemer gebeurt. Dan moet er ook aandacht zijn voor de overige kinderen. Juridisch is het allemaal prima te regelen, maar begin op tijd!
Familie-opvolging in onderneming vergt zorgvuldige voorbereiding Dat je bij een voorgenomen bedrijfsopvolging en –overdracht gedegen te werk moet gaan, is een open deur. Voor een goede voorbereiding is wel vijf jaar nodig, waarin telkens op elkaar volgende stappen worden gezet. Extra complex wordt het als de opvolging binnen het gezin van de ondernemer gebeurt. Dan moet er ook aandacht zijn voor de overige kinderen. Juridisch is het allemaal prima te regelen, maar begin op tijd! Meestal is de eerste stap een samenwerkingsovereenkomst tussen de ouders en het opvolgende kind, bijvoorbeeld in het juridische jasje van een maatschap of vennootschap onder firma. Idealiter worden op dat moment ook de overige kinderen al bij de voorgenomen opvolging betrokken. Met elkaar kunt u bijvoorbeeld een familiestatuut opstellen. Daarin worden bij aanvang alle tot dan met elkaar gemaakte afspraken over de opvolging en de positie van de overige kinderen vastgelegd. Een opvolgend kind neemt het bedrijf meestal over tegen een waarde die lager is dan de normale marktwaarde. Alleen dan is overname mogelijk. Dat leggen we al vast in de samenwerkingsovereenkomst. Het gaat er om de overige kinderen hierbij te betrekken, zodat ouders en opvolger kunnen aangeven waarom bepaalde stappen nodig zijn en waar dat toe zou moeten leiden. Op die manier geeft u ook vorm aan betrokkenheid van de overige kinderen bij de voortzetting van het bedrijf. Het uiteindelijke doel van het vastleggen van afspraken in een familiestatuut is het creëren van eensgezindheid over de overname en over de toekomstige materiële en immateriële wensen van andere kinderen. Wilt u meer weten over de juridische voorbereiding op een bedrijfsopvolging en mogelijk te maken afspraken met de andere kinderen in dat verband? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Papieren aandeelhoudersregister vaak niet op orde

maandag 5 november 2018 - (Bron: KNB) De aandeelhoudersregistratie van bedrijven is vaak niet actueel, onvolledig, onjuist of zelfs kwijt. Dit blijkt uit een peiling van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Van de 708 deelnemende (kandidaat-)notarissen geeft 34 procent aan dat dit ‘regelmatig’ het geval is. Nog eens 35 procent zegt ‘vaak’ en 16 procent zelfs ‘heel vaak’.
Papieren aandeelhoudersregister vaak niet op orde (Bron: KNB) De aandeelhoudersregistratie van bedrijven is vaak niet actueel, onvolledig, onjuist of zelfs kwijt. Dit blijkt uit een peiling van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Van de 708 deelnemende (kandidaat-)notarissen geeft 34 procent aan dat dit ‘regelmatig’ het geval is. Nog eens 35 procent zegt ‘vaak’ en 16 procent zelfs ‘heel vaak’. De Tweede Kamer is begonnen aan de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel voor een centraal aandeelhouders¬register (CAHR). Het CAHR geeft inzicht in wie schuil gaan achter bv’s en niet-beursgenoteerde nv’s en levert hierdoor een waardevolle bijdrage aan voorkoming en bestrijding van financieel-economische criminaliteit door middel van rechtspersonen. Het CAHR dient mede de rechtszekerheid, omdat er - zoals uit de peiling blijkt - geregeld iets mis is met de aandeelhoudersregistratie van vennootschappen. Het CAHR heeft een belangrijke toegevoegde waarde ten opzichte van het UBO-register. Dit register wordt gedeeltelijk openbaar. Veel bedrijven – met name familiebedrijven – maken zich zorgen over deze openbaarheid. Lobby Voor de lobby heeft de KNB de leden een paar vragen gesteld. Hoe vaak herstructureren cliënten – met het UBO-register in zicht – hun bedrijf om registratie in dat register te voorkomen? En hoe vaak is er iets mis met het huidige aandeelhoudersregister, het zogenoemde klappertje? 22 procent van de beroepsgroep nam deel aan de peiling. 62 procent van de ondervraagden maakt ‘soms’ tot ‘heel vaak’ mee dat cliënten herstructurering overwegen, in gang zetten of hierover advies vragen om registratie in het UBO-register te voorkomen. De KNB denkt dat dit toeneemt als het UBO-register wordt ingevoerd en zal daarom in een later stadium opnieuw peilen.
Lees verder

Kans op redding met adempauze bij dreigend faillissement

woensdag 31 oktober 2018 - De EU-ministers zijn het eens. Naar verwachting zal ook het Europees Parlement begin volgend jaar met hun plan instemmen. Bij een dreigend faillissement moeten ondernemers de kans krijgen om hun bedrijf overeind te houden. De ministers zijn het eens over een nieuwe richtlijn met dat doel.
Kans op redding met adempauze bij dreigend faillissement De EU-ministers zijn het eens. Naar verwachting zal ook het Europees Parlement begin volgend jaar met hun plan instemmen. Bij een dreigend faillissement moeten ondernemers de kans krijgen om hun bedrijf overeind te houden. De ministers zijn het eens over een nieuwe richtlijn met dat doel. Volgens de ministers gaan jaarlijks 200.000 bedrijven in Europa failliet, met een verlies van 1,7 miljoen banen. In Amerika wordt bij dreigend faillissement eerst in overleg met betrokken partijen – waaronder investeerders en banken – bekeken of er mogelijkheden zijn voor herstructurering of doorstart. In Europa wordt er in veel gevallen direct geliquideerd. Bedrijven in nood krijgen – als de richtlijn wordt ingevoerd – vier maanden tijd om te gaan onderhandelen over herstructurering of herstart van hun in potentie rendabele bedrijf. Deze termijn kan zelfs worden verlengd naar twaalf maanden. Vooral mkb-bedrijven profiteren dan van toegang tot instrumenten waarmee dat gerealiseerd kan worden. Daarmee worden ingewikkelde, lange en dure juridische procedures voorkomen. Bovendien kunnen met de nieuwe regels schuldeisers en aandeelhouders met een afwijkend standpunt (mits zij een minderheid vormen) de herstructureringsplannen niet blokkeren. Als het met deze ruimte nog niet lukt om een faillissement te voorkomen, dan zal de procedure daartoe minder lang gaan duren en goedkoper worden dan nu het geval is. Daar komt bij dat de ondernemers in die situatie meer kans hebben om binnen drie jaar hun schulden kwijtgescholden te krijgen. Wilt u meer weten over hoe te handelen bij faillissement? Bel ons voor het maken van een afspraak,
Lees verder

Belastingmaatregel bedreigend voor goede doelen en kerken

maandag 29 oktober 2018 - In de wereld van goede doelen en kerken wordt met angst en beven uitgekeken naar de beoogde verlaging van de aftrek van giften. Nu kunnen giften nog voor maximaal 52% worden afgetrokken van de inkomsten. Dat wordt geleidelijk afgebouwd naar maximaal 37% in 2023.
Belastingmaatregel bedreigend voor goede doelen en kerken In de wereld van goede doelen en kerken wordt met angst en beven uitgekeken naar de beoogde verlaging van de aftrek van giften. Nu kunnen giften nog voor maximaal 52% worden afgetrokken van de inkomsten. Dat wordt geleidelijk afgebouwd naar maximaal 37% in 2023. De Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF) zetten net als belastingexperts vraagtekens bij de maatregel. Het kabinet zegt de giftenaftrek te willen behouden en robuuster te maken. Volgens SBF en belastingexperts is het juist een versobering. In de praktijk blijkt dat veel schenkers minder doneren als het belastingvoordeel minder wordt. Verliezers zijn goede doelen en kerken. Wilt u meer weten over schenken aan goede doelen of overweegt u schenkingen aan uw kinderen? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Verzorging ex-partner samenwonen na uw overlijden vergt helderheid in samenlevingscontract

woensdag 24 oktober 2018 - In een samenlevingsovereenkomst kunt u een bepaling over financiële ondersteuning van de ene partner voor de andere opnemen. U kunt dan in de overeenkomst vastleggen dat u zich verplicht om na eventuele verbreking van de relatie maandelijks een bedrag uit te keren tot aan de pensioengerechtigde leeftijd van uw partner. Toch blijkt na verbreking van een relatie dat dit niet altijd even vlekkeloos verloopt.
Verzorging ex-partner samenwonen na uw overlijden vergt helderheid in samenlevingscontract In een samenlevingsovereenkomst kunt u een bepaling over financiële ondersteuning van de ene partner voor de andere opnemen. U kunt dan in de overeenkomst vastleggen dat u zich verplicht om na eventuele verbreking van de relatie maandelijks een bedrag uit te keren tot aan de pensioengerechtigde leeftijd van uw partner. Toch blijkt na verbreking van een relatie dat dit niet altijd even vlekkeloos verloopt. Wat is de status van deze verplichting als degene op wie de plicht rust enkele jaren na verbreking van de relatie overlijdt? Moeten de al dan niet beneficiaire erfgenamen de maandelijkse betaling voortzetten? Het antwoord op die vraag hangt af van de inhoud van het samenlevingscontract. Staat daarin vermeldt dat de verlichting geldt tot aan het overlijden van de betalende partner? Dan eindigt de betaling per die datum. Dan blijft over de vraag wat er moet gebeuren als daarover niets in het contract staat. In een recente zaak met dat karakter werd aan de notaris een verklaring gevraagd over wat partijen voor ogen stond ten tijde van het passeren van de akte. Dat gebeurde nadat de rechtbank had bepaald dat de verplichting niet op de erfgenamen overgaat. In hoger beroep werd daarom de notaris ingeschakeld. Die stelde vast dat beide partners ten tijden van het passeren van de akte niet voor ogen hadden dat de betalingsverplichting zou stoppen na het overlijden van de betalende partner. Dat was voor het hof voldoende om de achterbijvende (ex)partner in het gelijk te stellen. De erfgenamen moesten de betaling voortzetten. In geval van zuivere aanvaarding zou dat de erfgenamen ook uiteindelijk privé geld kunnen kosten. Bij beneficiaire aanvaarding geldt de verplichting zolang er voldoende saldo in de nalatenschap aanwezig is. Wilt u meer weten over verzorging van uw (ex-)partner na uw overlijden? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Aanbouw nieuw pand op grotendeels gesloopt pand: btw of overdrachtsbelasting?

maandag 22 oktober 2018 - De samenloopvrijstelling voor de overdrachtsbelasting en de btw blijft een onderwerp dat de gemoederen blijf bezighouden. Dat is ook de moeite waard gelet op het voordeel dat te behalen is bij btw-belaste levering.
Aanbouw nieuw pand op grotendeels gesloopt pand: btw of overdrachtsbelasting? De samenloopvrijstelling voor de overdrachtsbelasting en de btw blijft een onderwerp dat de gemoederen blijf bezighouden. Dat is ook de moeite waard gelet op het voordeel dat te behalen is bij btw-belaste levering. Zo ook in een recente zaak waar een grotendeels gesloopt pad met onderliggende grond werd geleverd terwijl er al nieuwbouwwerkzaamheden aan waren verricht. Overeengekomen was dat de verkoper verantwoordelijk was voor sloop van de oudbouw zou, maar dat sloop- en verbouwing (feitelijk nieuwbouw) in opdracht en voor rekening en risico van de koper zou plaatsvinden. Bij de beoordeling van de vraag of er btw of overdrachtsbelasting moet worden betaald moet naast de gemaakte afspraken ook de omstandigheden en intenties voorafgaand aan de levering moeten worden meegewogen. Regel is dat wanneer sloop- en verbouwingswerkzaamheden vóór de levering zijn overeengekomen en geen bebouwing is overgebleven die de functie van gebouw kan hebben maar wel basis kan zijn voor een nieuw pand, er dan sprake is van een btw-belaste levering. In de betreffende zaak was op het moment van levering de oudbouw vrijwel helemaal gesloopt. Alleen een deel van de oude voorgevel stond er nog, en was ook al fundering voor de nieuwbouw gestort. Volgens koper en verkoper moet de levering met btw belast worden, volgens de fiscus met overdrachtsbelasting. Na procedures voor rechtbank en het hof werd de zaak aan de Hoge Raad voorgelegd. Die stelde dat ook de intentie van partijen moet worden meegewogen, voor zover die konden worden ondersteund met objectieve informatie. Het is niet van doorslaggevend belang of op een moment na de levering de al aangevangen werkzaamheden (storten van de fundering) een nieuw pand verrijst. In deze zaak bleek van belang de vraag voor wiens rekening sloop en vernieuwbouw is. Daar moet het hof zich opnieuw over buigen. De behandeling van deze terugverwijzing moet nog plaatsvinden. Als het hof uiteindelijk vaststelt dat de sloopwerkzaamheden tot op het tijdstip van levering voor rekening van de verkoper waren, is aan de koper een bouwwerk geleverd dat alleen maar basis kan zijn voor een (nieuw) te bouwen pand. Daarover moet dan omzetbelasting worden berekend en betaald. Het is niet ondenkbaar dat het hof uitkomt op overdrachtsbelasting omdat partijen in de aanvullende overeenkomst overeengekomen zijn dat koper de sloop betaalt. De uitspraak zal daarover helderheid geven. Wilt u meer weten over herbouw of vernieuwbouw van een pand? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Zonder energielabel groot risico op boete

woensdag 17 oktober 2018 - Wie zijn of haar huis verkoopt, moet er rekening mee houden dat een energielabel daarbij verplicht is. Het afgelopen jaar zijn voor het ontbreken van een energielabel bij verkoop veel boetes aan verkopers opgelegd. De instantie die dit controleert en ook de boetes uitdeelt is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
Zonder energielabel groot risico op boete Wie zijn of haar huis verkoopt, moet er rekening mee houden dat een energielabel daarbij verplicht is. Het afgelopen jaar zijn voor het ontbreken van een energielabel bij verkoop veel boetes aan verkopers opgelegd. De instantie die dit controleert en ook de boetes uitdeelt is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Verkopers die ten tijde van de verkoop geen label hadden, werden gewaarschuwd door de ILT, vijf procent reageerde niet, de overtreders ontvingen een boete van € 405. Zonde van het geld, want een energielabel aanvragen gaat vrij snel en eenvoudig. Sinds 2008 zijn eigenaren van woningen verplicht om bij verkoop of verhuur van hun woning een energielabel te registreren op Energielabelvoorwoningen.nl. Het energielabel geeft de nieuwe koper of huurder inzicht in de energiezuinigheid van de woning. Het label is bedoeld om het uitvoeren van energiebesparende maatregelen te stimuleren. De inspectie is door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties sinds 2015 belast met het toezicht op de regelgeving over energielabels voor woningen. Wilt u meer weten over uw verplichtingen bij verkoop van uw huis of de verplichtingen van de verkoper van het huis dat u op het oog heeft? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Schenkingsvrijstelling eigen woning verandert per 2019

maandag 15 oktober 2018 - Tot 1 januari 2019 is het mogelijk om aan bijvoorbeeld kinderen extra geld te schenken ter besteding aan hun eigen woning zonder daarover belasting te hoeven betalen. Per 1 januari komt daaraan een einde. Dat is de laatste stap uit het Belastingplan 2016 waarin dit is vastgelegd. Het gaat om de verhoogde vrijstelling, boven op de jaarlijkse gebruikelijke vrijstelling van (in 2018) € 5.363.
Schenkingsvrijstelling eigen woning verandert per 2019 Tot 1 januari 2019 is het mogelijk om aan bijvoorbeeld kinderen extra geld te schenken ter besteding aan hun eigen woning zonder daarover belasting te hoeven betalen. Per 1 januari komt daaraan een einde. Dat is de laatste stap uit het Belastingplan 2016 waarin dit is vastgelegd. Het gaat om de verhoogde vrijstelling, boven op de jaarlijkse gebruikelijke vrijstelling van (in 2018) € 5.363. Tot 1 januari bestaan de volgende schenkingsvrijstellingen: 1. Ouders mogen elk jaar belastingvrij een bedrag aan hun kinderen schenken. Voor 2018 is dat maximaal € 5.363. De vrijstelling kan eenmalig een keer worden verhoogd als de schenking bestemd is voor kinderen van 18 tot 40 jaar: Dan mag (in 2018) maximaal € 25.731 belastingvrij worden geschonken. Die vrijstelling kan nog verder worden verhoogd tot maximaal € 53.602 als het kind er een studie van betaalt. Het kan nog verder stijgen, tot maximaal € 100.800, als de schenking voor de eigen woning wordt gebruikt. 2. Als de onvanger geen eigen kind is, mag de schenker aan elke willekeurige persoon (in 2018) € 2.147 belastingvrij schenken. Als het gaat om een ontvanger tussen 18 en 40 jaar, mag ook in deze gevallen maximaal € 100.800 worden geschonken als het geld wordt besteed aan de eigen woning. Als schenkers al voor 2018 gebruik hebben gemaakt van de verhoogde schenkingsvrijstelling, dan kan in 2018 alsnog een bedrag belastingvrij worden geschonken. Daar gelden wel voorwaarden bij: 1. Als u vóór 2010 een verhoogde vrijstelling heeft benut, dan mag u in 2018 nog € 47.198 belastingvrij schenken als een van de volgende situaties op u van toepassing is: • U heeft in 2015 een schenking met een beroep op de verhoogde vrijstelling van maximaal € 25.322 gedaan; of • U heeft in 2015 een schenking van maximaal € 27.432 voor de eigen woning gedaan; of • U heeft in 2016 een schenking met een beroep op de verhoogde vrijstelling van maximaal € 25.449 gedaan; of • U heeft in 2016 een schenking van maximaal € 27.570 voor de eigen woning gedaan. 2. Als u vanaf 2010 tot 2015 al gebruik heeft gemaakt van de verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning, kunt u niet opnieuw vrijstelling krijgen. Alles wordt anders Vanaf 1 januari 2019 kunt u nog steeds schenkingen van voor 2010 aanvullen, maar dan nog maar maximaal € 27.871 belastingvrijs schenken. Dit bedrag is gebaseerd op de indexering 2018 en zal nog worden aangepast. Wilt u daar voor in aanmerking komen, kan dat alleen als u van 2010 tot en met 2016 geen schenkingen met een beroep op verhoogde vrijstelling heeft gedaan. Heeft u dat wel, komt u niet opnieuw in aanmerking. De wijzigingen die op 1 januari 2019 ingaan, zijn voor u alleen van belang als u vóór 2010 al gebruik heeft gemaakt van de verhoogde schenkingsvrijstelling en nog aanvullend wilt schenken. Wilt u meer weten over schenkingen en schenkingsvrijstellingen? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Vraag nu uw eigen kluis aan!

Heeft u nog geen account? Meld u hiernaast aan en ontvang uw kluisgegevens!

 

WILT U MEER INFORMATIE?

 

Bel ons: 06-53378593