Einde dividendbelasting in zicht

maandag 16 oktober 2017 - Vanaf 2019 hoeven bedrijven geen dividendbelasting meer te betalen. Met minder administratief werk als gevolg.
Einde dividendbelasting in zicht Vanaf 2019 hoeven bedrijven (BV’s en dergelijke) geen dividendbelasting meer te betalen. Dat zijn althans de plannen van het nieuwe kabinet. Dat gaat ondernemers en ook particulieren veel administratief werk schelen. De maatregel kost de Nederlandse staat geld, dat gaat de staat terugverdienen met extra belasting op andere terreinen. De laatst jaren is de kritiek op de dividendbelasting flink toegenomen. Nu houden bedrijven 15% belasting in over het aan aandeelhouders uitgekeerde dividend. Betaalt u als aandeelhouder belasting in Nederland, dan kunt u die ingehouden belasting weer verrekenen met de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Die last wordt per 1 januari 2019 tenietgedaan. De maatregel is niet alleen gunstig voor bedrijven en particulieren, ook de Belastingdienst zelf profiteert met zekerheid van inkomsten en minder kosten. De maatregel is verder gunstig voor het vestigings- en ondernemingsklimaat in Nederland. Al met al is de maatregel een stimulans voor ondernemers om de BV als rechtsvorm te kiezen. Wilt u meer weten over het oprichten van een BV en de fiscale aspecten daarbij? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Vanaf 2018 insluitingsclausule mogelijk in huwelijkse voorwaarden

woensdag 11 oktober 2017 - Uitsluiting schenkingen en erfenissen in huwelijksvoorwaarden per 2018 niet meer nodig. Insluiting juist wel.
Vanaf 2018 insluitingsclausule mogelijk in huwelijkse voorwaarden Een heel nieuwe term doet zijn intrede in de huwelijkse voorwaarden. Per 1 januari 2018 treedt het vernieuwde huwelijksvermogensrecht in werking. Daarmee wordt het mogelijk om tegenover – de dan wettelijke – uitsluiting van onder meer schenkingen en erfenissen (voor de “koude kant”) juist een insluitingsclausule op te nemen. Hoe zit dat precies? Vanaf 2018 wordt het vermogen van beide huwelijkspartners niet meer automatisch gemeenschappelijk eigendom. Zo blijven bijvoorbeeld schenkingen en erfenissen vanaf dan privé-eigendom van de partner die de schenking of erfenis ontvangt. Nu schenken ouders nog vaak onder de voorwaarde dat aangetrouwde kinderen geen recht hebben op het met de schenking gemoeide bedrag. Om dat te realiseren moesten zij dat bij de notaris vastleggen. Kinderen kunnen niet onder deze bepaling uit, ook al zouden ze dat willen. Onder het nieuwe recht is die veel geuite wens van ouders vastgelegd. Schenkingen er erfenissen blijven buiten gemeenschappelijk eigendom. Het wordt nu juist mogelijk om via de notaris het tegenovergestelde te regelen, namelijk bij testament of schenking een insluitingsclausule opnemen. Met een insluitingsclausule wordt een schenking of erfenis wél gemeenschappelijk eigendom van beide partners. Dat kan belastingvoordelen opleveren. Deze clausule is voor de ontvangende partners niet bindend, zij kunnen in hun huwelijkse voorwaarden afspreken dat schenkingen of erfenissen juist wel van de ontvangende partner blijven. Bij de totstandkoming van de wet is gezegd dat niemand aan echtgenoten vermogen kan opdringen. Wilt u meer weten over uit- en insluitingsclausule in huwelijkse voorwaarden? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Geen partnerpensioen, ook al is er een concept notarieel samenlevingscontract

maandag 9 oktober 2017 - Partnerpensioen voor samenwoners alleen met een notarieel samenlevingscontract en aanmelding bij pensioenfonds.
Geen partnerpensioen, ook al is er een concept notarieel samenlevingscontract In vrijwel alle pensioenreglementen is opgenomen dat partners van de verzekerde na diens overlijden in aanmerking komen voor partnerpensioen, mits partners een notarieel samenlevingscontract hebben en de partner schriftelijk is aangemeld bij het pensioenfonds. Wie na het overlijden van zijn of haar partner geen notarieel samenlevingscontract heeft, vist achter het net. Datzelfde geldt als u op weg bent naar dat contract, maar alleen nog een concept heeft en er nog niks is ondertekend bij de notaris. Schrijnend zijn dan ook wel vaker voorkomende situaties dat er een conceptakte van een samenlevingscontract bij de notaris is opgesteld, de afspraak voor het ondertekenen daarvan al is gemaakt en de partner intussen overlijdt. Het al dan niet toekennen van een partnerpensioen heeft financiële gevolgen voor het pensioenfonds en zijn aanspraak op de herverzekeraar, en op nabestaanden van de deelnemer. Daarom moet er voor het pensioenfonds geen enkele twijfel bestaan wie bij overlijden van een deelnemer als partner kan worden aangemerkt. De rechter vindt dan ook dat de in pensioenreglementen vastgelegde eis van een notarieel vastgelegd samenlevingscontract in redelijk belang van het pensioenfonds is. Als er geen notarieel vastgelegd contract is, kan het pensioenfonds dan op goede gronden de vermeende aanspraak op het partnerpensioen weigeren. Van een pensioenfonds mag niet worden verwacht dat deze bij elk overlijden van een samenwonende deelnemer de aanspraak feitelijk en inhoudelijk moet beoordelen zonder dat er een notarieel samenlevingscontract kan worden overlegd. Echter, dat kan anders zijn als het in redelijkheid en billijkheid niet acceptabel is het ontbreken van een getekend notarieel samenlevingscontract te gebruiken tegenover iemand die stelt een pensioenaanspraak als (nabestaande) partner te hebben. Dan moet de pensioengerechtigde deelnemer wel zijn of haar partner bij het pensioenfonds hebben aangemeld voor een het recht op een (tijdelijk) partnerpensioen. Dat initiatief kan niet bij de (eventueel in aanmerking komende) partner liggen. Ook al heeft de deelnemer voor zijn of haar overlijden al stappen gezet op weg naar een adequate aanmelding bij het pensioenfonds. Het niet hebben kunnen afronden daarvan ligt niet in de risicosfeer van het pensioenfonds, maar in die van de deelnemer. Hoe verdrietig ook. Wilt u meer weten over het notarieel samenlevingscontract in relatie tot partnerpensioen? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Erfdienstbaarheden geven soms forse problemen

woensdag 4 oktober 2017 - Erfdienstbaarheden leveren vaak problemen op met buren. Zelfs als "heersend" en "dienend" erf in dezelfde hand zijn
Erfdienstbaarheden geven soms forse problemen Erfdienstbaarheden blijken in de praktijk vaak problemen tussen buren op te leveren. U hoeft maar naar een aflevering van de Rijdende Rechter te kijken voor al dan niet hilarische voorbeelden. Onlangs speelde weer een dergelijk probleem waarover de rechter zich moest uitspreken. Iemand kocht in 2015 een woning waarop (op het perceel) ruim 25 jaar eerder een erfdienstbaarheid was gevestigd ten behoeve van het perceel van de buurman. De nieuwe eigenaar stelde bij de rechter dat de erfdienstbaarheid door vermenging teniet is gegaan omdat de eigendom van beide percelen – het heersende en het dienende erf – al dertien jaar eigendom van dezelfde eigenaar was. De voormalige buurman vecht de opvatting van de eigenaar aan. De erfdienstbaarheid kan volgens hem niet teniet gaan omdat de vorige eigenaar (een woningstichting) zijn perceel altijd aan derden – waaronder de buurman zelf – in gebruik heeft gegeven. De buurman doet ook nog een beroep op verjaring. De Rechtbank neemt in haar oordeel de volgende overwegingen mee. Bij het tenietgaan van een erfdienstbaarheid door vermenging gaat het erom dat de erfdienstbaarheid zinloos wordt en daardoor niet meer nodig is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als zowel het voormalig heersende als het dienende erf in één hand komen, maar dat hoeft niet. Als namelijk het heersende erf (het erf ten behoeve waarvan de erfdienstbaarheid destijds gevestigd is) niet door de eigenaar wordt gebruikt, maar door een andere partij – bijvoorbeeld een huurder of gebruiker van een perceel – behoudt de erfdienstbaarheid haar functie en gaat daarom niet teniet. Dat betekent, dat wanneer kan worden aangetoond dat zowel de gebruiker op het moment van de vermenging als latere gebruikers het recht gedurende een aaneengesloten periode hebben gebruikt, de erfdienstbaarheid blijft bestaan. Zo heeft het parlement het ook bedoeld. Dat heeft ooit gesteld dat “de erfdienstbaarheid haar werking houdt, zowel tussen de eigenaar en de huurder of pachter door of jegens wie de erfdienstbaarheid kan worden uitgeoefend, als jegens eventuele latere verkrijgers onder bijzondere titel waaronder koop, van de door vermenging verenigde erven, voor een ieder waarvoor deze erfdienstbaarheid van belang blijft.” De Rechtbank oordeelde dat de erfdienstbaarheid nog steeds van belang was voor de gebruiker van het (voormalig) heersend erf. De nieuwe eigenaar mag echter nog wel tegenbewijs leveren. Als hem dat niet lukt, is de erfdienstbaarheid niet door vermenging tenietgegaan. Als hem dat wel lukt, is vervolgens het beroep op verkrijgende verjaring aan de orde. Voor een dergelijke verjaring geldt volgens de rechter een termijn van tien jaar. De gebruiker van het (voormalige) heersende erf was bezitter te goeder trouw. In de leveringsakte werd destijds door de vorige eigenaar (de woningstichting) verklaard dat er een erfdienstbaarheid gold ten gunste van het perceel van de buurman. Daarom hoeft niet van de buurman te worden verlangd dat hij nog uitvoeriger onderzoek zou doen naar de juistheid van die bewering aangezien de woningstichting toen ook eigenaar was van het dienende erf. Ten tijde van het instellen van de vordering door de nieuwe eigenaar was de termijn van tien jaar nog niet verlopen, zodat in die zin geen sprake kan zijn van verkrijgende verjaring van de erfdienstbaarheid. Die termijn is niet vanaf de datum van de vermenging gaan lopen. Immers, de latere huurders of gebruikers moeten dan beschouwd worden als ‘houders’ voor de woningstichting in de zin van de wet en aan hen komt geen beroep op de verkrijgende verjaring toe. Snapt u het nog? Deze zaak geeft maar weer eens aan hoe enorm complex het burenrecht in elkaar zit. Ben u van plan een woning te kopen waarbij sprake is van – onduidelijke – erfdienstbaarheden, neem dan eerst contact met ons kantoor op. De notaris is de juridische specialist op het terrein van burenrecht en erfdienstbaarheden. Voorkom problemen!
Lees verder

Opvolgend bestuurder soms aansprakelijk voor schulden

maandag 2 oktober 2017 - Bestuurder vennootschap soms aansprakelijk naast vennootschap: bij onbehoorlijk bestuur en niet correct boekhouden
Opvolgend bestuurder soms aansprakelijk voor schulden Als bestuurder van een vennootschap bent u in sommige gevallen aansprakelijk naast de vennootschap zelf. Dat is bijvoorbeeld het geval bij onbehoorlijk bestuur en niet correct boekhouden. Met andere woorden, als u uw boeltje niet goed op orde heeft, kunt u als directeur van een vennootschap privé aansprakelijk gesteld worden. Toch bent u als directeur niet altijd de klos als u aansprakelijk gesteld wordt. Soms is er heel goed verweer te voeren, zoals ook bleek uit een recente uitspraak van het Hof Amsterdam. Een bestuurder van een vennootschap kwam hangende een gerechtelijke procedure te overlijden. De advocaat van de vennootschap adviseerde een kind van de overledene om bestuurder te worden zodat de procedure vervolg kon krijgen. Nadat de gerechtelijk procedure was afgerond en de vennootschap was ontbonden werd het kind door de advocaat aangesproken op betaling van een declaratie die zijn grondslag vond in de periode gelegen voor de ontbinding van de vennootschap. Om het kind als bestuurder aansprakelijk te doen zijn naast de vennootschap, moest de advocaat zijn stelling bewijzen dat het kind feitelijk de opdracht had gegeven voor voortzetting van de procedure en persoonlijk garant stond voor betaling van de facturen van de advocaat. Omdat de advocaat geen feiten en omstandigheden kon aantonen dat het kind de opdracht had gegeven en persoonlijk garant stond, bleef in deze zaak de advocaat achter met een oninbare declaratie. Het maken van goede duidelijke afspraken blijft een terugkerend thema! Wees duidelijk, pas goed op en leg gemaakte afspraken vast.
Lees verder

Koopappartement? Let op reservefonds VVE

woensdag 20 september 2017 - Een appartement kopen zonder vooraf te kijken naar de status van de VVE, brengt ernstige risico’s met zich mee.
Koopappartement? Let op reservefonds VVE Een groot deel van het aanbod op de woningmarkt bestaat uit appartementen. Een appartementsrecht is de juridische benaming voor een onderdeel van een gebouw dat kadastraal gesplitst is in verschillende eenheden. Het splitsen in appartementsrechten is nodig als er sprake is van koopwoningen die boven/onder elkaar liggen. In de wet staat namelijk dat de eigenaar van een perceel grond automatisch eigenaar is van alles wat op of in die grond gebouwd is, de juridische term hiervoor is natrekking. Dit is te doorbreken door een perceel te splitsen in appartementsrechten. Daarmee krijgt elke appartementseigenaar eigendom (uitsluitend gebruik) van zijn eigen woning en mede-eigendom van het hele gebouw met de grond waarop dit staat. Iedere eigenaar krijgt dan een aandeel van bijvoorbeeld 1/20 in de grond en het gebouw met alles wat daarbij hoort. De gezamenlijke eigenaren vormen dan de Vereniging Van Eigenaren, de VVE. Het aandeel qua mede-eigendom komt steeds terug in het aantal uit te brengen stemmen in de VVE, de bijdrage in de exploitatiekosten en het reservefonds van de VVE. Het zomaar kopen van een appartement, zonder vooraf te kijken naar de status van de VVE, brengt ernstige risico’s met zich mee. Tot voorkort was de term “slapende VVE” een veel voorkomend verschijnsel. Dit was/is een VVE waar feitelijk niets mee gedaan wordt en waar vaak niet eens een bestuur was. Sinds een aantal jaren is elke VVE wettelijk verplicht zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel onder vermelding van de bestuursleden. Het niet ingeschreven staan is zelfs een economisch delict waar een boete van € 15.000 op staat. Ook al is een VVE netjes ingeschreven, dit zegt nog niets over de financiële gezondheid. Als u een appartement koopt met een VVE zonder enig reservefonds, dan bent u de pineut als er groot onderhoud aan het gebouw moet worden gepleegd of als de lift kapot gaat. U bent dan namelijk wettelijk verplicht om mee te betalen in de kosten in verhouding van uw mede-eigendom. Vooral in de steden zien we nogal eens dat grote oude herenhuizen zijn gesplitst in bijvoorbeeld drie appartementen. Als op zo een pand het dak moet worden vervangen en dit kost € 90.000, dan moet u als appartementseigenaar hier € 30.000 aan meebetalen. Bent u van plan een appartement te kopen, informeer dan eerst naar het reservefonds van de VVE en naar de hoogte van de maandelijkse bijdrage (de servicekosten). Dit voorkomt onaangename verassingen achteraf. Vanaf 1 januari 2018 gaat er wettelijk het nodige veranderen voor de VVE. Zo moet er bijvoorbeeld een verplicht onderhoudsfonds worden ingesteld, waarin jaarlijks 0,5% van de herbouwwaarde van het hele gebouw gestort moet worden. Ook moet er een meerjarige onderhoudsbegroting worden opgesteld en kan er een collectieve VVE-lening worden afgesloten voor bijvoorbeeld groot onderhoud dat niet uit het reservefonds betaald kan worden. Ieder wordt dan aansprakelijk voor een deel van deze lening en kan dit deel ook overdragen bij verkoop. Een fors reservefonds VVE kan voor u als koper ook een voordeeltje opleveren qua overdrachtsbelasting. Over uw aandeel in de spaarpot hoeft namelijk geen overdrachtsbelasting betaald te worden en dat kan aardig schelen. De notaris is de specialist bij uitstek op het gebied van appartementsrecht en VVE regels. Neem voor de koop gerust contact met ons kantoor op om u goed te laten voorlichten. Dit zal u behoeden voor onaangename en kostbare verassingen achteraf.
Lees verder

Artsen en notarissen stellen patiënt centraal

maandag 18 september 2017 - Artsen en notarissen werken samen in "vernieuwde publicatie "Tijdig praten over het levenseinde.
Artsen en notarissen stellen patiënt centraal Praten over sterven: gemakkelijk is het niet, maar een tijdig gesprek over verwachtingen en wensen rondom het levenseinde is cruciaal om passende zorg te kunnen bieden in de laatste levensfase. Daarom heeft artsenfederatie KNMG in samenwerking met Patiëntenfederatie Nederland, het Nederlandse Huisartsen genootschap (NHG) en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) de publicatie Tijdig praten over het levenseinde vernieuwd. De publicatie helpt arts en patiënt om op gestructureerde wijze en met behulp van duidelijke vragen dit gesprek te voeren. Voor notarissen is een eigen handreiking over dit onderwerp ontwikkeld. De belangrijkste wijzigingen in de vernieuwde versie zijn de voorbeelden van een schriftelijke wilsverklaring en van een schriftelijk euthanasieverzoek met daarbij de uitleg van de (eventuele) rol van een notaris. Deze verklaringen zijn afgestemd met partijen als ouderenbonden, patiëntenorganisaties, Alzheimer Nederland, MEZZO en de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE). Van de publicatie is een artsenversie ‘Tijdig spreken over het levenseinde’ en een publieksversie ‘Praat op tijd over uw levenseinde’ beschikbaar in de vorm van een e-book en pdf. Belangrijk: bespreek de wilsverklaring regelmatig Wensen veranderen, zeker in de laatste levensfase. Dat is de ervaring van artsen. Als mensen ziek zijn, gaan ze vaak anders denken over de wens om bepaalde behandelingen wel of niet meer te ondergaan. Daarom is het belangrijk dat arts en patiënt de verklaring regelmatig bespreken. Denkt de patiënt er nog net zo over als tijdens het opstellen van de verklaring? De publicatie helpt ook bij het voeren van het gesprek hierover. Steentje bijdragen Notarissen dragen graag hun steentje bij. Bij het afsluiten van een levenstestament zullen notarissen het belang van regelmatig bespreken van de medische wensen met de behandelend arts benadrukken. In een levenstestament kan namelijk worden vastgelegd wie namens u beslist over uw medische zorg als u dat zelf niet meer kunt. Een levenstestament bewijst dat iemand wilsbekwaam was op het moment dat hij zijn wensen door de notaris liet vastleggen. Oftewel dat hij op dat moment in staat was om zelfstandig beslissingen te nemen. Een notarieel levenstestament kan dus discussie tussen bijvoorbeeld familieleden voorkomen.
Lees verder

Eenmanszaak verdelen is nog niet zo eenvoudig

woensdag 13 september 2017 - Haken en ogen verdeling van eenmanszaak bij echtscheiding. Wat is de waarde van de onderneming?
Eenmanszaak verdelen is nog niet zo eenvoudig Dat er nogal wat haken en ogen zitten aan de verdeling van een eenmanszaak blijkt wel uit een recente uitspraak in een procedure die wel zes jaar duurde. Dat ging over een in gemeenschap van goederen getrouwd echtpaar, die samen een vennootschap onder firma hadden. Vervolgens besloten zij gezamenlijk de vennootschap te ontbinden en dat de man de onderneming als eenmanszaak ging voortzetten. Daarna volgt echtscheiding, waarbij ook de waarde van de onderneming wordt vastgesteld. Twee jaar na de echtscheiding maakt de onderneming al een flink verlies en ontstaat onenigheid over de verdeling van de dan inmiddels negatieve waarde van het bedrijf. De man komt terug op zijn eerdere standpunt om de onderneming aan hem toe te bedelen en ook de vrouw wil de onderneming niet wil hebben. De rechtbank bepaalt dan dat de onderneming maar moet worden verkocht. De overwaarde moet dan door beide partijen in gelijke delen worden verdeeld; als er schuld resteert, moeten beiden elk voor de helft dragen. Drie jaar later treffen man en vrouw elkaar weer voor de rechter. De vrouw vindt het onredelijk en onbillijk dat zij nog moet meedragen in de in de steeds verder oplopende verliezen van de onderneming. De rechtbank is het met haar eens. Vervolgens tekent de man hoger beroep aan bij het Hof. Dat stelt vast dat de rechtbank in eerste aanleg duidelijke instructie heeft gegeven, namelijk verkoop, gevolgd door verdeling van de netto-opbrengst. Beide echtelieden hadden daar een rol in kunnen spelen, ondanks dat door de man werd aangegeven dat mede door de crisis de verkoop van de onderneming zeer moeizaam was. Het hof besluit dan dat alle verliezen ontstaan na ontbinding van de huwelijksgemeenschap voor rekening van de man komen. Als hij dat risico niet had willen lopen dan had de man de onderneming per datum ontbinding huwelijksgemeenschap kunnen staken/liquideren. De vrouw had in die zaak nog gesteld dat de activa van de eenmanszaak per datum van de echtscheiding tot het privé vermogen van de man zijn gaan behoren. Daar gaat het Hof niet in mee. Zolang goederen niet zijn verdeeld behoren deze tot de ontbonden huwelijksgemeenschap. De conclusie van het Hof is dat de stelling van de vrouw, dat voor de omvang van de schuld uitgegaan moet worden van datum ontbinding huwelijksgemeenschap, juist is. Het Hof vindt ook dat de stelling van de man, dat voor de waarde van de activa moet worden uitgegaan van datum feitelijke verdeling, in dit geval dus verkoop, ook juist is. Beide partijen hebben dus op één onderdeel gelijk. Wat een drama! Partijen procederen meer dan zes jaar met een uitkomst die hen beiden niet zal kunnen bekoren. Voorkomen is beter dan genezen. Maak huwelijksvoorwaarden en leg afspraken over je onderneming goed vast!
Lees verder

Testament meest geschikt om aandeel kinderen in nalatenschap te beperken

maandag 11 september 2017 - Al jarenlang geen contact meer met kinderen, wat doet u met de erfenis? Onterven, bij leven al uw geld weggeven?
Testament meest geschikt om aandeel kinderen in nalatenschap te beperken Helaas komt het maar al te vaak voor, ouders die al jarenlang geen contact meer hebben met (een van) hun kinderen. Notarissen zien deze ouders met vragen hierover. Hoe kan ik mijn kind onterven, bereik ik hetzelfde als ik bij leven al mijn geld weggeef? Ingrijpende vragen, die echter wel beantwoord moeten worden. Jarenlang geen contact gehad hebben en dan moeten leven met het idee dat diezelfde kinderen na uw overlijden in uw huis rondlopen. Wat kunt u doen? Op de website van Plusonline werd onlangs een dergelijke vraag gesteld. Alles weggeven is een optie, maar ondanks dat behouden kinderen recht op hun in de wet omschreven erfdeel. Dat is de helft van wat zij normaal zouden hebben gekregen. Het wettelijk erfdeel wordt vastgesteld op basis van het saldo van uw rekeningen op het moment van overlijden, de waarde van andere bezittingen, alles wat u ooit aan uw kinderen heeft geschonken en alles wat u de laatste vijf jaar aan derden heeft geschonken. Erfgenamen hebben recht op hun wettelijk erfdeel, de helft van wat zij normaal zouden hebben gekregen. Zij mogen zich echter niet bemoeien met de afwikkeling van uw nalatenschap en dus ook niet aan uw spullen komen. Als u dit alles goed wilt regelen, is een testament onmisbaar. Daarin onterft u de kinderen en benoemt u andere erfgenamen. Ook benoemt u daarin een executeur die de nalatenschap afwikkelt. Daarmee beperkt u hetgeen uw kinderen uit de nalatenschap krijgen zo maximaal mogelijk Wilt u meer weten over het opmaken van een testament of de mogelijkheden om de erfdelen van uw erfgenamen te beperken? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Vruchtgebruik onder bewind als verplichtingen niet worden nagekomen

woensdag 6 september 2017 - Wie vruchtgebruik krijgt van de nalatenschap van overleden partner, moet voldoen aan verplichtingen
Vruchtgebruik onder bewind als verplichtingen niet worden nagekomen Wie als partner het vruchtgebruik krijgt van de nalatenschap van zijn of haar overleden partner, moet wel zorgen dat hij of zij voldoet aan de verplichtingen die aan dat vruchtgebruik zijn verbonden. Dergelijke verplichtingen kunnen bijvoorbeeld zijn uitvoering geven aan het verrekenbeding, het maken van een boedelbeschrijving, het maken van een opgave van de goederen die niet meer aanwezig zijn, die daarvoor in de plaats zijn gekomen en welke voordelen dit heeft opgeleverd. Testamenten bevatten nogal eens de bepaling dat het vruchtgebruik van de nalatenschap wordt gelegateerd aan de langstlevende partner Vaak wordt daar een aantal verplichtingen aan gekoppeld.Als aan die verplichtingen niet wordt voldaan loopt de vruchtgebruiker het risico dat het vruchtgebruik onder bewind wordt gesteld. Dan moet wel door de eisende partij worden aangetoond dat de vruchtgebruiker ernstig tekortschiet in zijn of haar verplichtingen. Het Hof Amsterdam kreeg onlangs een dergelijke zaak voorgeschoteld. Was de rechtbank nog op de hand van de vruchtgebruiker geweest, het Hof ging de andere kant op. Erfgenamen waren na een overlijden niet overgegaan tot het afwikkelen van de nalatenschap. Indien bij testament vruchtgebruik is toegekend aan de langstlevende, moeten de erfgenamen meewerken aan de vestiging van het vruchtgebruik. Dit is niet gebeurd, maar door verjaring is het vruchtgebruik na die periode alsnog ontstaan. Aan de aan het vruchtgebruik verbonden testamentaire en wettelijke verplichtingen is lange tijd geen uitvoering gegeven. En toen gebeurde het, de familieverhoudingen kwamen op scherp te staan. Reden voor een erfgenaam om de vruchtgebruiker alsnog aan te spreken over het nakomen van de verplichtingen. Dat de erfgenaam dat niet eerder heeft gedaan, is volgens het Hof geen beletsel om dat alsnog te doen. De vruchtgebruiker heeft geen boedelbeschrijving opgemaakt en geen opgave gedaan van goederen die er niet meer zijn of zijn vervangen door andere. Daarnaast hebben de vruchtgebruiker en de andere erfgenamen geld van de bankrekening opgenomen en effecten gekocht om een nieuw onderkomen voor de vruchtgebruiker te betalen. Ook eerder waren al effecten verkocht. De erfgenaam die de vruchtgebruiker alsnog aansprak op uitvoering van de verplichtingen, was hierbij niet betrokken. In het testament was bepaald dat het beheer over het vruchtgebruik aan de vruchtgebruiker en overige erfgenamen gezamenlijk toekomt. Dat had vooral tot doel om de goederen die onder het vruchtgebruik vielen, in stand houden. Die bepaling is volgens het Hof geschonden, wat een ernstig tekortschieten oplevert in het nakomen van de verplichtingen als vruchtgebruiker. Het doet er daarbij overigens niet toe of al dan niet op het vermogen is ingeteerd. Omdat de familieverhoudingen dermate verstoord waren, stelde het Hof in dit geval het vruchtgebruik onder bewind van een onafhankelijke bewindvoerder. Wilt u meer weten over vruchtgebruik in het algemeen en de daaraan verbonden verplichtingen in het bijzonder? Bel ons voor het maken van een afspraak
Lees verder

Vraag nu uw eigen kluis aan!

Heeft u nog geen account? Meld u hiernaast aan en ontvang uw kluisgegevens!

 

WILT U MEER INFORMATIE?

 

Bel ons: 06-53378593