Discussie over wilsbekwaamheid voorkomen met tijdig levenstestament

maandag 12 maart 2018 - Bij het opstellen van een levenstestament zal de notaris altijd beoordelen of iemand nog wel een levenstestament of volmacht kan opstellen. Hij of zij moet nagaan of iemand nog wilsbekwaam is of dat niet meer is.
Discussie over wilsbekwaamheid voorkomen met tijdig levenstestament Aan de notaris wordt wel eens de vraag voorgeschoteld of iemand nog wel een levenstestament of volmacht kan opstellen. Vaak wordt deze vraag dan gesteld door bijvoorbeeld een kind, een partner of een naaste die de ander ondersteunt in het dagelijks leven omdat er bij die persoon bijvoorbeeld een diagnose dementie is vastgesteld, een beroerte is geweest of een ernstig ongeluk. Als een dergelijke vraag wordt gesteld zal de notaris altijd moeten nagaan of iemand nog wilsbekwaam is of dat niet meer is. Het notariaat heeft om dat te beoordelen een speciaal stappenplan ontwikkeld. De persoon in kwestie dient immers zelf in staat te zijn om beslissingen te nemen en de gevolgen daarvan te overzien op bijvoorbeeld financieel of medisch gebied. Uitgangspunt is dat iemand wilsbekwaam is totdat het tegendeel blijkt. Als iemand de diagnose dementie heeft gekregen of als iemand een beroerte heeft gehad betekent dat niet automatisch dat diegene direct niet meer wilsbekwaam is. Als je er op tijd bij bent kan diegene nog veel zaken zelf regelen. De notaris zal met de persoon “onder vier ogen” een gesprek hebben zodat eventuele beïnvloeding door derden kan worden beperkt. In dat gesprek zal de notaris aan hem of haar vragen om in de eigen woorden te vertellen wat hij of zij graag geregeld en vastgelegd wil hebben. Ook kan worden gevraagd of hij of zij kan omschrijven wat de gevolgen kunnen zijn als er niets wordt vastgelegd. Vaak kan zo’n gesprek ook in de eigen woonomgeving worden gevoerd, daar is men het meest op zijn gemak. Als blijkt dat iemand het niet helemaal begrijpt of vergeetachtig is en dus onvoldoende of niet kan vertellen wat hij wil zal de notaris de akte niet kunnen tekenen. Wel kan de notaris nog een gespecialiseerde arts (dus niet de huisarts of een behandelend arts ) om een psychiatrisch/geriatrisch oordeel vragen. In het door de arts opgestelde rapport staat of de persoon nog wilsbekwaam is en in staat een akte op te stellen. Als toch sprake is van wilsonbekwaamheid kan er geen testament of levenstestament meer worden gemaakt en resten er drie mogelijkheden om diegene nog te vertegenwoordigen. Dit kan dan door bij de kantonrechter een verzoekschrift in te dienen om als bewindvoerder, curator of mentor te worden benoemd. Wie dat wordt, daar heeft u dan zelf geen invloed meer op. Het ook niet altijd zo dat de kantonrechter automatisch de partner of de kinderen benoemt. De benoemde beschermingsbewindvoerder beheert het geld en de goederen van de betrokkene. De mentor beslist over de verzorging, verpleging, behandeling of begeleiding van de betrokkene. Om zelf de regie te houden over hoe u de zaken geregeld wilt hebben en wie dat dan voor u mag doen als uw vertegenwoordiger is het dus zaak om tijdig naar de notaris te gaan. Wat kunt u regelen in uw levenstestament? In het levenstestament wijst u iemand aan die namens u beslissingen mag nemen als u daar zelf niet meer toe in staat bent (de gevolmachtigde). Als de volmacht nodig is omdat u zelf niet meer in staat bent om uw belangen te behartigen en er ook geen vooruitzicht is dat het beter wordt, kunt u het beste een algemene volmacht geven. De gevolmachtigde mag onder meer uw bankzaken regelen, vermogen beleggen, een woning aan of verkopen, belastingaangiften regelen, verzekeringen afsluiten en eventueel schenkingen doen. Ook kunnen allerlei zaken over de geneeskundige behandelovereenkomst worden vastgelegd. De gevolmachtigde mag onder meer beslissen over geneeskundig onderzoek of behandelingen, mag het medisch dossier inzien en mag beslissen over het doorgeven van medische gegevens aan anderen. Naast het vastleggen van de volmacht kunt u in het levenstestament ook een niet-behandel en/of een niet reanimeren afspraak vastleggen. De notaris staat bij het ondertekenen van de akte garant voor de bewijskracht van de akte en de opname in een landelijk register, de wil van de persoon en de wilsbekwaamheid van de persoon. Opname in een landelijk register heeft als groot voordeel dat de akte niet zoekraakt en landelijk opvraagbaar is. Wilt u meer informatie over het levenstestament neem dan contact op met ons kantoor, wij helpen u graag verder!
Lees verder

Vaststelling wilsonbekwaamheid met waarborgen omkleed

woensdag 14 februari 2018 - De notaris en de rechter worden moeten steeds vaker beoordelen of iemand al dan niet wilsbekwaam is. Kan iemand zelfstandig beslissingen nemen en de gevolgen daarvan overzien? Kunt u dat, dan bent u wilsbekwaam. Zo niet, dan heet dat wilsonbekwaam.
Vaststelling wilsonbekwaamheid met waarborgen omkleed Zowel de notaris als de rechter wordt steeds vaker voor de vraag gesteld om te beoordelen of iemand al dan niet wilsbekwaam is. Kan iemand zelfstandig beslissingen nemen en de gevolgen daarvan overzien? Als u dat kunt, bent u wilsbekwaam. Kunt u dat niet, dan heet dat wilsonbekwaam. Iemand anders moet dan namens u besluiten nemen. Gelukkig wordt u niet zo eenvoudig als wilsonbekwaam beoordeeld. U bent wilsbekwaam totdat is vastgesteld dat u dat niet bent. Wanneer dat dan precies is, is niet helemaal te zeggen. Het proces daarheen gaat immers meestal geleidelijk. Als u bij de notaris komt om bijvoorbeeld een testament op te maken, moet de notaris toetsen of u in staat bent om zelfstandig uw wil te uiten en de gevolgen daarvan te overzien. Zodra de notaris vermoedt dat u iets niet helemaal begrijpt of dingen vergeet, gaat hij of zij doorvragen. Als de notaris twijfelt, wordt kan een andere notaris worden ingeschakeld om in een vervolggesprek uw wilsbekwaamheid te toetsen. Vervolgens kan dan, in overleg met de klant, een gespecialiseerde arts worden gevraagd onderzoek te doen. De arts maakt dan een medische verklaring op waaruit zal blijken of de notaris de klant al dan niet wilsbekwaam is m een testament op te maken of aan te passen. Als een proces van bijvoorbeeld dementie begint, hoeft er niet direct sprake te zijn van wilsonbekwaamheid. Het is dan nog heel goed mogelijk dat de gevolgen van een beslissing nog goed worden overzien. Wel is het dan verstandig om in een volmacht of een levenstestament te regelen wie uw belangen gaat behartigen als u onverhoopt wilsonbekwaam wordt. Zonder volmacht of levenstestament geeft de wet drie mogelijkheden om uw belangen te behartigen. De rechter kan dan een bewindvoerder, curator of mentor benoemen. Als iemand zelf niet (meer) goed met zijn of haar geldzaken kan omgaan, kan een bewindvoerder uitkomst bieden. Die regelt alleen de financiële zaken voor degene wiens vermogen onder zijn bewind is gesteld. De bewindvoerder wordt door de kantonrechter benoemd. Dat kan op verzoek van de persoon in kwestie zelf, diens partner, familie of door de officier van justitie. De kring van verzoekers tot instelling en opheffing van de beschermingsmaatregel is uitgebreid naar anderen die daarbij belang hebben. Wie onder bewind is gesteld heeft echter nog wel degelijk iets te vertellen en bepaalt voor veel handelingen samen met de bewindvoerder of deze gedaan mogen worden. Als iemand wel voor zijn financiële zaken kan zorgen, maar niet voor zijn verzorging, verpleging of op andere persoonlijke vlakken, dan kan de kantonrechter een mentor benoemen. Die geeft dan advies en neemt zoveel mogelijk in overleg met de betreffende persoon beslissingen op deze gebieden. Curatele gaat veel verder dan bewind en mentorschap. Iemand die onder curatele wordt gesteld kan of mag over bijna niets meer zelf beslissen. Wil zo iemand iets kopen, huren of lenen, dan heeft hij toestemming nodig van de curator. Of iemand onder curatele gesteld wordt, beslist de rechter. Wilt u meer weten over wilsbekwaamheid en wilsonbekwaamheid? Bel ons voor een afspraak.
Lees verder

Meer eenmanszaken in Nederland

maandag 12 februari 2018 - Eind 2017 telde ons land substantieel (5%) meer bedrijven dan een jaar eerder. De eenmanszaken nemen daarvan het leeuwendeel voor hun rekening: 79.500. Dat blijkt uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Meer eenmanszaken in Nederland Eind 2017 telde ons land substantieel (5%) meer bedrijven dan een jaar eerder. De eenmanszaken nemen daarvan het leeuwendeel voor hun rekening: 79.500. Dat blijkt uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarmee wordt de lijn van de afgelopen jaren verder doorgezet. Sinds 2007 zijn er in totaal bijna 600.000 bedrijven bijgekomen, het merendeel daarvan zijn eenmanszaken. In totaal zijn er al jarenlang meer dan één miljoen eenmanszaken. Het aantal kleine bedrijven – 2-10 medewerkers – daalt daarentegen al jaren, de laatste vijf jaar met ongeveer 20.000. De oprichting van een eenmanszaak is vrij eenvoudig. Het is vormvrij. Dat betekent dat u geen oprichtingsakte hoeft laten maken en geen statuten nodig heeft. Wel moet u uw onderneming laten inschrijven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel. Dat geldt ook voor mensen met een vrij beroep! Principe van de eenmanszaak is dat die door één persoon wordt opgericht en gedreven: door u. Sinds de komst van de flex-BV zeten veel eenmanszaken hun rechtsvorm om in een flex-BV. Of dat zinvol of wenselijk is hangt af van de winst die u maakt, van de risico's die u bijvoorbeeld in uw privé-aansprakelijkheid wilt lopen en van de juridische gevolgen op andere privéterreinen als uw gezin en familie. De omzetting van een eenmanszaak in een BV heeft fiscale gevolgen, maar ook gevolgen voor uw privé situatie. Wilt u meer weten over het oprichten van een eenmanszaak of het omzetten van een eenmanszaak in een BV? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Belang van kind telt bij regeling juridisch ouderschap in lesbische relatie

woensdag 7 februari 2018 - Een kind geboren tijdens een lesbisch huwelijk krijgt een biologische moeder en een “meemoeder”. Bij echtscheiding speelt dan nogal eens de vraag of de erkenning door de meemoeder na de echtscheiding kan worden vernietigd door de rechter.
Belang van kind telt bij regeling juridisch ouderschap in lesbische relatie Een kind dat geboren wordt tijdens het huwelijk in een lesbische relatie krijgt ook in juridische zin meestal twee moeders, de biologische moeder en de “meemoeder”. Echtscheidingen in deze relaties brengen nogal eens de wens met zich mee of de erkenning door de meemoeder na de echtscheiding te laten vernietigen door de rechter. Voor de rechter zijn in dergelijke gevallen de familierechtelijke banden met de bloedverwanten van beide moeders van doorslaggevend belang. Na erkenning oefenen beide ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over het kind. Onlangs speelde een kwestie waarin de meemoeder stelde niet erg betrokken te zijn geweest bij de zwangerschap van haar partner omdat beiden toe al in een echtscheidingsprocedure waren verwikkeld. Ook de biologische moeder wil het juridisch ouderschap weer bij haarzelf alleen onderbrengen. Beide vrouwen hadden een langer relatie waarvan een deel in huwelijksverband. De meemoeder was bij de bevalling aanwezig en heeft een aantal maanden ook deels voor het kind gezorgd. Daarna was er geen sprake meer van contact tussen de meemoeder en het kind. Haar ouders echter pasten daarna en nog steeds het merendeel van de week op het kind. De meemoeder wil wel de biologische moeder financieel blijven helpen met de opvoeding van het kind. Voor de rechter is wat betreft de juridische relatie tussen meemoeder en kind niet de juridische situatie van het moment bepalend, maar het belang van het kind. Het argument van het in overeenstemming brengen van de juridische en de biologische werkelijkheid niet opgaat. Juridisch ouderschap van de meemoeder staat immers altijd los van de biologische werkelijkheid, behalve als zij genetisch materiaal heeft afstaan aan de biologische moeder. Dat laatste zou een argument kunnen zijn. Beide moeders hebben gezamenlijk besloten een kind ter wereld te brengen. Zolang er geen andere ouder is met wie het kind in gezinsverband kan opgroeien, of van een donor die het kind wil erkennen, is de kans groot dat de rechter oordeelt dat in het belang van het kind de bestaande juridische situatie blijft gehandhaafd, met twee juridische ouders en met familierechtelijke banden met de bloedverwanten van beide moeders. Of dat altijd zo zal blijven, hangt af van factoren als de verstandhouding tussen beide moeders, de financiële ondersteuning en – in dot geval – de betrokkenheid van de ouders van de meemoeder. Zolang dat niet verandert is het niet in het belang van het kind om het juridisch ouderschap te veranderen. Wilt u meer weten over meemoederschap en de juridische verhoudingen in een lesbische ouderrelatie? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Bij volmacht aangebrachte aanvullende of afwijkende bedingen in leveringsakte houden geen stand

maandag 5 februari 2018 - De juridische levering van huizen gaat vaak bij volmacht van de verkoper, na goedkeuring van de concept-leveringsakte. Soms is het ook de koper die een volmacht afgeeft. De vraag is hoe ver een dergelijke volmacht door de koper mag gaan.
Bij volmacht aangebrachte aanvullende of afwijkende bedingen in leveringsakte houden geen stand De juridische overdacht van de eigendom van huizen en grond gaan in veel gevallen bij volmacht van de verkoper aan bijvoorbeeld het notariskantoor na goedkeuring van de concept-leveringsakte door de verkoper. Soms is het ook de koper die een volmacht afgeeft. De vraag is hoe ver een dergelijke volmacht door de koper mag gaan. Begin 2018 speelde een zaak voor de rechter, waarin de koper een volmacht had afgegeven om het gekochte te aanvaarden met alle bedingen en voorwaarden die met de verkoper waren of zouden worden overeengekomen, de akten en stukken daarvoor op te maken en ook nog eens alles te doen waar de gemachtigde verstandig zou vinden. In de uiteindelijke leveringsakte was ook afgeweken van wat in de koopakte en in de goedgekeurde concept-leveringsakte stond. De leveringsakte werd onder meer de verplichting aan de koper opgelegd om het pand niet te laten gebruiken door asielzoekers, verslaafden, arbeiders en horeca-exploitanten. De koper heeft daarop de rechter gevraagd om de koopovereenkomst te ontbinden omdat in de koopovereenkomst met de verkoper was overeengekomen om het pand vrij van alle bijzondere lasten en beperkingen over te dragen. De rechter benadrukte dat het niet gebruikelijk is om een ver strekkende volmacht te verlenen om inhoudelijke wijzigingen in de te passeren akte op te nemen. Indien u als koper een volmacht noodzakelijk acht, is het van groot belang de volmacht zo specifiek mogelijk te omschrijven zodat er geen onduidelijkheden tegenover derden kunnen ontstaan en u niet gebonden kunt worden aan bepalingen waarmee u niet heeft ingestemd. Wilt u meer weten over de haken en ogen bij het passeren van een leveringsakte bij volmacht? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Niet alle afspraken met betrekking tot wijziging huwelijkse voorwaarden houden stand

woensdag 31 januari 2018 - Afspraken in huwelijkse voorwaarden dat toename van vermogen tijdens huwelijk pas verrekend wordt aan het einde van hun huwelijk of bij wijziging /opheffing kunnen meestal niet succesvol tussentijds in een onderhandse overeenkomst wijzigen.
Niet alle afspraken met betrekking tot wijziging huwelijkse voorwaarden houden stand Een koppel was getrouwd op huwelijkse voorwaarden waarin is vastgelegd dat zij de toename van vermogen tijdens hun huwelijk pas zullen verrekenen aan het einde van hun huwelijk of als zij eerder de huwelijkse voorwaarden aanpassen of opheffen. Zij waren in een onderhandse overeenkomst wijzigingen overeengekomen. Het risico bestaat dat een dergelijke afspraak door dwingende wettelijke regels opzij wordt gezet. Dergelijke onderhands overeengekomen afspraken houden dan geen stand. Zo ook in een situatie waarin het getrouwde stel tijdens hun huwelijk in een onderhandse akte had afgesproken dat de waarde van het huis waarin zij woonden en welk huis eigendom was van de man, volledig verrekend werd tijdens huwelijk omdat de op de woning rustende hypothecaire schuld volledig was afgelost met overgespaarde inkomsten. Het huis werd vervolgens in een afzonderlijke stichting ondergebracht. Later, nog steeds tijdens het huwelijk, werd het huis voor een symbolische koopprijs overgedragen aan een daartoe opgerichte familiestichting. Weer enkele jaren later werd de man failliet verklaard. De vraag was of de overdracht van het huis het gewenste gevolg had. De rechter (in hoger beroep) stelt vast dat volgens de familiestichting de titel voor de levering van het huis is de inhoud van de onderhandse akte die het koppel tijdens hun huwelijk heeft opgemaakt. Echter de recht oordeelt anders. De echtgenoten hebben destijds niet de regels gevolgd die gelden bij wijziging van huwelijkse voorwaarden. Door de dwingende regels niet te volgen, heeft geen geldige wijziging huwelijksvoorwaarden plaatsgevonden en ook geen geldig overdracht aan de familiestichting. Met de onderhandse akte heeft het stel beoogd de vermogenstoename al tijdens het huwelijk te verrekenen, en de woning al gedurende het huwelijk, ook ten behoeve van de vrouw in de daartoe in het leven geroepen stichting onder te brengen. Zij hadden in de statuten van de stichting opgenomen dat de man de zeggenschap als bestuurder van de stichting verliest op het moment dat hij failliet gaat. Ook was bepaald dat in dat geval de vrouw – samen met eventuele kinderen uit het huwelijk – de zeggenschap over het stichtingsvermogen krijgt. Zij zouden dan vervolgens de stichting kunnen ontbinden en de opbrengst aan zichzelf toekennen. Die zeggenschap bestond niet in de oorspronkelijke huwelijkse voorwaarden. Omdat niet de dwingende regels voor het wijzigen van de huwelijksvoorwaarden in acht zijn genomen, heeft geen wijziging van de huwelijksvoorwaarden plaatsgevonden en zijn de afspraken om het huis onder te brengen in een stichting nietig. Wilt u meer weten over het maken van afspraken in huwelijkse voorwaarden en die af te stemmen op uw voornemen om in een later stadium uitvoering te geven aan aanvullende afspraken? Bel ons voor het maken een afspraak.
Lees verder

Dwingend recht en goede zeden belangrijker dan bepalingen in testament

maandag 29 januari 2018 - Bepalingen in een testament die in strijd zijn met rechtsregels waar niet van mag worden afgeweken of in strijd zijn met de goede zeden, houden uiteindelijk geen stand.
Dwingend recht en goede zeden belangrijker dan bepalingen in testament Soms willen mensen bepalingen in hun testament opnemen die in strijd zijn met rechtsregels waar niet van mag worden afgeweken – ook niet bij testament – of in strijd zijn met de goede zeden. In de meeste gevallen is de waarschuwing van de notaris voldoende dat de wensen indruisen tegen dwingend recht of goede zeden. Zo af en toe wordt die raad in de wind geslagen en komen die wensen toch in het testament. Bij de afwikkeling van de erfenis stelt de rechter dan alsnog orde op zaken. Een voorbeeld daarvan. Een man had zijn echtgenote onterfd en haar, in plaats van haar deel in de erfenis, het vruchtgebruik van het huis waarin zij woonden gegeven onder de voorwaarde dat het vruchtgebruik maximaal zeven jaar mag duren en al eerder eindigt als de vrouw voor die tijd zou hertrouwen. Echter, de vrouw heeft een wettelijk recht op vruchtgebruik van huis en inboedel. Van dat recht mag niet worden afgeweken. Als een testament bepalingen en voorwaarden bevat die het recht van vruchtgebruik beperken of daar verplichtingen aan koppelen die een ongestoorde gebruik van dat recht in de weg staan, hebben die bepalingen geen werking. Ze worden beschouwd als niet geschreven. Een ander voorbeeld. In een testament is aan het vruchtgebruik ook nog de voorwaarde gekoppeld dat de vruchtgebruiker het huis en de bijbehorende tuin in dezelfde staat van onderhoud moet houden als deze ten tijde van de start van het vruchtgebruik is en dat de vruchtgebruiker de werkkamer van haar man in dezelfde staat en inrichting moet houden. In hetzelfde voorbeeld werd ook nog bepaald dat bepaalde familieleden van de vruchtgebruiker niet in het huis zouden mogen komen. Ook een dergelijke bepaling wordt voor niet geschreven gehouden. Immers, het wettelijke vruchtgebruik is onbeperkt. Ook hier gaat het (dwingend) recht voor. Een laatste voorbeeld. De echtgenote wordt in het testament benoemd tot bewindvoerder over het vermogen van het kind van de overledene, maar voor alle belangrijke handelingen dient zij vooraf toestemming te vragen aan één of meerdere zussen van haar overleden man. Die bepaling is in strijd met de goede zeden. Bij meerderjarigenbewind is het gebruikelijk dat de bewindvoerder voor uitgave boven € 1.500 toestemming van de kantonrechter nodig heeft. Wilt u meer weten over welke wensen in een testamenten wel stand houden? Bel ons voor het maken vaan een afspraak.
Lees verder

Waardedaling eenmanszaak na echtscheiding is risico ondernemer

woensdag 24 januari 2018 - Activa van een eenmanszaak zijn bij echtscheiding onderdeel van de ontbonden gemeenschap. Noch in de wet, noch in de jurisprudentie worden redenen gegeven om voor de waardering van de activa af te wijken van de wettelijke verdeling.
Waardedaling eenmanszaak na echtscheiding is risico ondernemer Het komt regelmatig voor dat ex-partners na echtscheiding twisten over de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Uiteindelijk moet de rechter er dan aan te pas komen. Zo ook in een situatie waarin een van de partners ten tijde van het huwelijk een eenmanszaak voerde, die na de echtscheiding sterk in waarde daalde. Gevolg: onenigheid tussen beide partners wie dat verlies zou moeten dragen. Het Hof Den Haag stelt dat activa van een eenmanszaak onderdeel zijn van de ontbonden gemeenschap. Noch in de wet, noch in de jurisprudentie worden redenen gegeven om voor de waardering van de activa af te wijken van de wettelijke verdeling. Dat betekent dat de waarde geldt die de eenmanszaak had op het moment van de echtscheiding. Verlies dat tussen de datum van echtscheiding en de feitelijke verdeling wordt gelden, is voor rekening van de ondernemende ex-partner. Per datum echtscheiding eindigt immers ook de vermenging van de bezittingen en schulden van beide partners. Verlies of winst na die datum heeft geen invloed meer op de verdeling van de gemeenschap. Een dergelijke situatie kan worden voorkomen als de ondernemende partner direct na de echtscheiding de onderneming zou staken en liquideren. Voor vaststelling van de omvang van de schuld van de onderneming moet worden uitgegaan van de datum van de ontbinding van de huwelijksgemeenschap. Bij directe staking en liquidatie van de onderneming zou alleen de opbrengst van de activa na verkoop in de verdeling worden betrokken, naast de hoogte van de schuld op de datum van de ontbinding van de gemeenschap. Wilt u meer weten over de gevolgen van staking of voortzetting van een eenmanszaak na echtscheiding? Bel ons voor een afspraak.
Lees verder

Strikte regels voor omzetten zuivere in beneficiaire aanvaarding

maandag 22 januari 2018 - Sinds 2017 kunnen erfgenamen een zuivere aanvaarding na ontdekking van een schuld waarvan zij het bestaan niet konden weten, de rechter vragen om deze alsnog om te zetten in een beneficiaire aanvaarding. Wat wordt verstaan wordt onder “niet konden weten”
Strikte regels voor omzetten zuivere in beneficiaire aanvaarding Sinds vorig jaar kunnen erfgenamen die een erfenis zuiver hebben aanvaard, na ontdekking van een schuld waarvan zij het bestaan niet konden weten, de rechter vragen om de zuivere aanvaarding alsnog om te zetten in een beneficiaire aanvaarding, een aanvaarding voor zover de boedel positief uitpakt. De crux bij de beoordeling ligt bij wat verstaan wordt onder het begrip “niet konden weten” Dat bleek eens te meer in een zaak waarin de rechter een dergelijk verzoek moest beoordelen omdat de erfgenamen een schuld aan het zorgkantoor meldden vanwege een onterecht verschaft deel van het persoonsgebonden budget (PGB) aan de overleden echtgenoot en ouder. Als erfgenamen na aanvaarding van een erfenis alsnog een onbekende schuld ontdekken en de rechter inschakelen voor een machtiging om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden, toetst de rechter dat verzoek aan de vereisten daarvoor in de wet. De betreffende clausule n de wet beschermt erfgenamen tegen schulden die zij niet kenden en evenmin behoorden te kennen op het moment van zuivere aanvaarding. De rechter sluit met beoordeling van “kende en behoren te kennen” aan bij het begrip goede trouw. Er is bijvoorbeeld geen sprake van goede trouw als een erfgenaam het bestaan van de schuld kende op het moment van aanvaarding van de nalatenschap. Echter, ook als een erfgenaam de betreffende schuld niet in beeld had, maar – gegeven de omstandigheden – beter had moeten weten of in elk geval had moeten twijfelen of er al dan niet een schuld op dat punt zou kunnen zijn en dat niet heeft onderzocht, is er ook geen sprake van goede trouw. Ook al zou de administratie van de overledene – al dan niet op een correcte manier – door een derde zijn uitgevoerd, dan nog heeft de erfgenaam de plicht om te onderzoeken welke schulden er zijn. De rechter oordeelt dan dat de erfgenaam de schuld had behoren te kennen. Wilt u meer weten over zuivere en beneficiaire aanvaarding? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Regels voor girale schenking onder uitsluitingsclausule

woensdag 17 januari 2018 - Valt een girale schenkingen wel of niet onder uitsluiting van de aangetrouwde partner. Dat hangt er van af of de schenker voorafgaand aan de overboeking heeft verklaard dat het geld uitsluitend voor die ontvanger is
Regels voor girale schenking onder uitsluitingsclausule Bij echtscheidingen ontstaat nogal eens verschil van mening over het antwoord op de vraag of girale schenkingen al dan niet onder uitsluiting van de aangetrouwde partner zijn gedaan. Welke regels gelden daar eigenlijk voor? Gemeenschap van goederen in een huwelijk houdt in dat alle geld en goederen die beide partners bij aanvang van hun huwelijk en daarna hebben ingebracht, gezamenlijk bezit wordt. Dat is althans het geval zolang er tijdens huwelijk niet wordt overgestapt op huwelijkse voorwaarden. Er geldt wel een uitzondering. Alles wat een partner krijgt uit schenking of erfenis onder de clausule dat die schenking alleen hem of haar ten goede komt en niet aan de partner, valt niet in de gemeenschap van goederen. Een uitsluitingsclausule kan niet meer worden opgelegd als de schenking of erfenis al een feit zijn. Ook aan een girale schenking kan een uitsluitingsclausule worden verbonden. Daar gelden geen vormvereisten voor, een verklaring van de schenker dat hij of zij de ontvanger voorafgaand aan de overboeking heeft meegedeeld dat het geld uitsluitend voor die ontvanger is, is al voldoende om aan te tonen dat er sprake is van een uitsluitingsclausule. Wilt u meer weten over schenkingen of erfenissen met een uitsluitingsclausule? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Vraag nu uw eigen kluis aan!

Heeft u nog geen account? Meld u hiernaast aan en ontvang uw kluisgegevens!

 

WILT U MEER INFORMATIE?

 

Bel ons: 06-53378593