Uw kinderen belangrijk genoeg om voogdij te regelen

vrijdag 18 mei 2018 - Uw kinderen belangrijk genoeg om voogdij te regelen Uw kinderen zijn belangrijk. Daarom denkt u als ouders na over de toekomst van uw kinderen. Maar wat als die toekomst anders loopt dan u hoopt en verwacht. De wet zegt dat elk kind onder de 18 jaar juridisch niet voor zichzelf mag en kan zorgen. Dat betekent dat iedere minderjarige onder gezag moet staan. U kunt dat helemaal zelf in de hand houden, ook na uw overlijden. Daarvoor is een notarieel vastgelegde voogdijregeling nodig.
Uw kinderen belangrijk genoeg om voogdij te regelen Uw kinderen zijn belangrijk. Daarom denkt u als ouders na over de toekomst van uw kinderen. Maar wat als die toekomst anders loopt dan u hoopt en verwacht. De wet zegt dat elk kind onder de 18 jaar juridisch niet voor zichzelf mag en kan zorgen. Dat betekent dat iedere minderjarige onder gezag moet staan. U kunt dat helemaal zelf in de hand houden, ook na uw overlijden. Daarvoor is een notarieel vastgelegde voogdijregeling nodig. Volgens de Nederlandse wet moet elke minderjarige onder gezag staan. Dat gezag houdt in dat er één, maar meestal twee personen verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van een kind. In de meeste gevallen berust dit gezag bij de ouders. Dit "ouderlijk gezag" hebben de ouders in bijna alle gevallen samen tijdens hun huwelijk of samenwoning. Na scheiding geldt dat tegenwoordig meestal ook. Dit staat bekend onder de naam "co-ouderschap". Maar hoe zit dat nou als de ouders er niet meer zijn? In zo'n geval benoemt de rechter een voogd over de kinderen. De rechter luistert daarbij naar de familie van de kinderen en naar de kinderen zelf als deze ouder dan 12 jaar zijn. Verder krijgt de rechter advies van instanties voor jeugdzorg/kinderbescherming. Op basis van alle informatie die daaruit komt neemt de rechter een beslissing en wordt iemand als voogd over uw kinderen aangewezen. In eigen hand houden Dat betekent dus dat u niet zeker weet wie na overlijden van u en uw partner de verantwoordelijkheid voor uw kinderen gaat krijgen. Wie gaat erop letten dat ze op tijd naar bed gaan, gezond eten, naar school gaan, met geld leren omgaan enzovoort? Kortom, wie neemt in dat geval de zorg voor uw kinderen over? In Nederland vinden we het belangrijk dat dit goed geregeld is. Zo belangrijk zelfs, dat de mogelijkheid bestaat om zelf te bepalen wie de zorg voor uw kinderen krijgt na uw overlijden. Dat is trouwens helemaal niet ingewikkeld. Het enige dat u daarvoor hoeft te doen is bij ons een voogd van uw eigen keuze voor uw kinderen aan te wijzen en te laten vastleggen. Dat kan door een testament te maken. Het voordeel daarvan is dat u daarin ook andere dingen voor na overlijden kunt vastleggen. Maar de voogd kan ook worden aangewezen in een akte die alleen maar over de voogdij gaat. Degene die u als voogd wilt aanwijzen hoeft op dat moment niets te doen. Hij of zij hoeft geen handtekening te zetten en geen toestemming te geven. De beoogde voogd hoeft strikt genomen zelfs helemaal niets van de voogdbenoeming te weten! Hoewel het natuurlijk wel verstandig is om vooraf aan de door u gewenste voogd te vragen of hij/zij dat wel wil en kan. Met zo'n voogdbenoeming kunt u eventueel ook een aantal persoonlijke wensen laten vastleggen. Bijvoorbeeld of u vindt dat uw kinderen bij elkaar moeten blijven. Of dat iemand anders dan de voogd verantwoordelijk wordt voor de financiën van uw kinderen. Daarnaast is het mogelijk om niet één, maar twee personen als voogd aan te wijzen. Uw kinderen zijn belangrijk genoeg om de voogdij te regelen. Voor u is het daarbij goed om alle informatie te hebben over wat kan en wat niet kan. Wij weten er gelukkig alles van. Wilt u meer weten of een afspraak maken? Bel ons of gebruik onderstaande mogelijkheid zodat wij contact met u kunnen opnemen.
Lees verder

Voorkom onderbewindstelling met levenstestament

woensdag 9 mei 2018 - Wilt u voorkomen dat uw vermogen onder bewind wordt gesteld van iemand die u daar zelf niet voor zou hebben uitgezocht, voor het geval u zelf niet meer in staat zou zijn om daarover beslissingen te nemen? Zorg er dan voor dat u een levenstestament heeft laten opmaken.
Voorkom onderbewindstelling met levenstestament Wilt u voorkomen dat uw vermogen onder bewind wordt gesteld van iemand die u daar zelf niet voor zou hebben uitgezocht, voor het geval u zelf niet meer in staat zou zijn om daarover beslissingen te nemen? Zorg er dan voor dat u een levenstestament heeft laten opmaken. Daarin geeft u een algemene volmacht aan iemand die naar uw mening instaat is om uw belangen te behartigen. U kunt in uw levenstestament ook nadrukkelijk opnemen dat u niet onder curatele wilt worden gesteld of dat er bewind over uw goederen wordt ingesteld. Als er dan ooit verschil van mening zou ontstaan over de wenselijkheid toch bewind over uw vermogen in te stellen, geeft u met het levenstestament de rechter een duidelijk instrument in handen om dergelijke verzoeken af te wijzen. Wilt u meer weten over het maken van een levenstestament en de vele wensen die u daarin kunt laten vastleggen? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Verwarring over percentage overdrachtsbelasting zorgvastgoed

maandag 7 mei 2018 - In de praktijk bestaat verwarring over het te berekenen percentage overdrachtsbelasting voor zorgvastgoed. Volgens de fiscus geldt het 6%-tarief, behalve als het pand of en deel van het pand bestemd is voor bewoning. Dan geldt het 2%-tarief.
Verwarring over percentage overdrachtsbelasting zorgvastgoed In de praktijk bestaat verwarring over het te berekenen percentage overdrachtsbelasting voor zorgvastgoed. Volgens de fiscus geldt het 6&-tarief, behalve als het pand of en deel van het pand bestemd is voor bewoning. Dan geldt het 2%-tarief. Over die regels is nogal wat discussie. Vastgoed geldt als woning als die voor bewoning is ontworpen en gebouwd, dan wel na een verbouwing tot een andere bestemming weer eenvoudig tot woning kan worden gemaakt. Dit uitgangspunt is leidend bij de vaststelling van het percentage overdrachtsbelasting. De Hoge Raad heeft uitgesproken dat het lage tarief geldt voor bouwwerken die naar hun aard bestemd zijn voor bewoning. Als de aard niet helemaal duidelijk is, is het ook mogelijk dat publiekrechtelijke eisen of beperkingen medebepalend worden. De verwarring is vooral aan de orde bij verzorgings- en verpleeghuizen voor langdurige zorg. Die zijn ontworpen en gebouwd voor bewoning, waarmee het 2%-tarief van toepassing zou zijn. De belastingdienst gaat echter op grond van haar algemene regels vaak uit van het 6%-tarief, wat er toe leidt dat in veel gevallen veiligheidshalve 6% wordt toegepast. Veel deskundigen vinden dit een onjuiste gang van zaken. Zij stellen dat algemene ruimten, zoals gezamenlijke huiskamers, keukenvoorzieningen, sanitaire ruimten, gangen en ingang tot het woondeel behoren en gebouwd zijn voor bewoning. Dat deel moet onder het 2%-tarief vallen. Dat geldt niet voor specifieke ruimten zoals een kantoor, kapsalon of fysiovoorziening. Dat zijn bedrijfsruimten en vallen on het 6%-tarief. Het meeste zorgvastgoed is bedoeld als woning, zodat daar 2% overdrachtsbelasting van toepassing is. Wilt u meer weten over de toepassing van het tarief voor overdrachtsbelasting in uw situatie? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Samenwonen zonder samenlevingsovereenkomst is voor eigen risico

woensdag 25 april 2018 - Telkens opnieuw blijkt uiteindelijk voor de rechter dat het niet zo slim is om samen te wonen zonder samenlevingscontract. Het levert vrijwel altijd geschillen op tussen partners als zij uit elkaar gaan.
Samenwonen zonder samenlevingsovereenkomst is voor eigen risico Telkens opnieuw blijkt uiteindelijk voor de rechter dat het niet zo slim is om samen te wonen zonder samenlevingscontract. Het levert vrijwel altijd geschillen op tussen partners als zij uit elkaar gaan. Het Hof Den Bosch werd onlangs weer geconfronteerd met een dergelijke zaak. De man heeft gedurende de samenwoning alle premies betaald van de levensverzekering die was gekoppeld aan een gezamenlijke hypotheekschuld. Hij had ook een flink bedrag in de gezamenlijke woning geïnvesteerd. Nu, aan het einde van de rit, wilde hij geld zien van zijn inmiddels ex-partner. Uit de stukken bleek echter dat hij in staat was gesteld om carriere te maken en inkomen op te bouwen, gedurende welke tijd zijn partner voor het huishouden en de kinderen zorgde. De man betaalde dan ook de premies op de polis waarin beiden verzekerden en begunstigden zijn. Omdat dit gedurende lange tijd zo is geweest, ging de rechter uit van een stilzwijgende overeenkomst op dat terrein, althans wat betreft de levensverzekering en de hypotheekrente. Rekening man dus. Bij de investering en de aan de hypotheeklening gekoppelde polis ligt dat genuanceerder. De waarde van de polis wordt bij de waarde van het huis opgeteld. Minus de hypotheekaflossing blijft er een bedrag over dat kleiner is dan de investering die de man ooit gedaan heeft. Dat weliswaar kleinere bedrag kan vanuit de gemeenschap aan de man ten goede komen. Hij lijdt dan nog steeds een verlies. Zonder samenlevingsovereenkomst is er echter geen grond – behalve redelijkheid en billijkheid – waarop de man iets van zijn ex-partner kan vorderen. Het Hof ziet in dit geval ook redelijkheid en billijkheid niet als grond. Partijen hebben ooit afgezien van het aangaan van een samenlevingsovereenkomst. Daarin wordt meestal opgenomen dat bij een gezamenlijke woning, de partner die meer heeft bijgedragen dan de ander een vordering op die ander heeft voor de helft van het verschil. Hadden partijen dat wel gedaan, dan zou elk van hen voor de helft delen in de waardeschommeling (zowel winst als verlies). De keuze om zonder samenlevingsovereenkomst samen te wonen is een keuze van partijen en daarmee voor hun eigen risico. Wilt u meer weten van het voorkomen van dit soort geschillen en risico’s in een goed samenlevingscontract? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Veilig ouder worden heeft alles te maken met geld en zeggenschap

maandag 23 april 2018 - De afgelopen jaren is het financieel misbruiken van ouderen regelmatig in het nieuws geweest. Aan wie wilt u als oudere het vertrouwen geven?. Dat gaat o.a. over het uitvoeren van uw wil en het behartigen van uw belangen als u dat zelf niet meer kunt.
Veilig ouder worden heeft alles te maken met geld en zeggenschap De afgelopen jaren is het financieel misbruiken van ouderen regelmatig in het nieuws geweest. Reden voor het notariaat om campagne te voeren om ouderen te beschermen tegen dergelijk misbruik. In die campagne staat de vraag centraal aan wie u als oudere het vertrouwen wilt geven. Dat gaat onder meer over het uitvoeren van uw wil en het behartigen van uw belangen als u dat zelf niet meer kunt, om welke reden dan ook. Wat er moet gebeuren na overlijden, is meestal wel geregeld in een testament. De wensen die u daarin vastlegt, moeten door de nabestaanden worden gerespecteerd en uitgevoerd. Als u echter bij leven onverhoopt niet meer in staat bent om zelfstandig uw wil te bepalen of te uiten, dan heeft u de mogelijkheid om iemand anders dat voor u te laten verzorgen. Iemand die uw volledige vertrouwen heeft. Zowel in het eerste geval als in het tweede geval is het raadzaam iemand een volmacht te geven om uw nalatenschap af te wikkelen dan wel uw zaken en belangen te behartigen. Voor de nalatenschap regelt u een dergelijke volmacht in uw testament, bijvoorbeeld met de benoeming van een executeur. Voor het geval u bij leven wilsonbekwaam wordt, kunt u dat geregeld hebben in een algehele volmacht. Dat geeft echter minder mogelijkheden dan een levenstestament. Met een levenstestament kunt u de regie houden over wat er met u en uw bezit gebeurt. U kunt er concreet en specifieker dan in een algehele volmacht in vastleggen wat in welke situaties moet gebeuren. U kunt er ook iemand in benoemen die daarop moet gaan toezien of dat moet gaan regelen. In een levenstestament kunt u praktische zaken regelen, van verzorging van een huisdier tot beheren van social media accounts. U kunt er ook belangrijke zaken in regelen over doorbehandelen ingeval van ernstige ziekte, of andere zware beslissingen. Kortom, met een levenstestament en met een testament houdt u zelf de regie in handen. In het levenstestament over uw bezit en uw wil, in een testament over uw nalatenschap. Wilt u meer weten over het vastleggen van uw wensen in een levenstestament of testament? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Uitkering legaat is verantwoordelijkheid erfgenamen

woensdag 11 april 2018 - Testamenten met daarin legaten aan derden die vrij van rechten zijn, moeten voor erfgenamen een signaal zijn om de erfenis mogelijk niet zuiver te aanvaarden. U loopt anders mogelijk het risico op te draaien voor de erfbelasting.
Uitkering legaat is verantwoordelijkheid erfgenamen Testamenten bevatten nogal eens legaten aan derden die ook nog eens vrij van rechten moeten worden gedaan. Dat betekent dat de erfbelasting over het bedrag of de waarde van het legaat door de erfgenamen moet worden betaald. Erfgenamen die de nalatenschap zuiver hebben aanvaard, kunnen daarmee voor onaangename verrassingen komen te staan. Volgens de wet zijn erfgenamen met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn om de schulden te voldoen. Zelfs de legitieme portie – het wettelijk erfdeel – is daarvoor niet veilig. Wilt u dat risico niet lopen, dan moet u de nalatenschap verwerpen en daarbij verklaren dat u uw legitieme portie wel wilt ontvangen. Een andere mogelijkheid is het beneficiair – onder de voorwaarde dat er positief saldo overblijft na verrekening met schulden – aanvaarden van de nalatenschap. Wilt u meer weten over de risico’s van een nalatenschap met een legaat? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Gemakkelijke weg naar gemeenschap van goederen is risico voor wie trouwen

maandag 9 april 2018 - Nog maar net is afgestapt van de algehele gemeenschap van goederen bij huwelijk of de overheid wil het u gemakkelijk gaan maken om met een simpele verklaring zonder voorlichting over gevolgen daarvan toch voor algehele gemeenschap van goederen te kiezen.
Gemakkelijke weg naar gemeenschap van goederen is risico voor wie trouwen Nog maar net is bij wet afgestapt van de algehele gemeenschap van goederen als u gaat trouwen. Als u niets regelt bent u tegenwoordig in beperkte gemeenschap van goederen getrouwd. Dat betekent dat alles wat u voor het huwelijk aan bezittingen en schulden had, van uzelf blijft. En nu al wil de overheid – als u toch voor volledige gemeenschap van goederen wilt kiezen – het u gemakkelijk maken met een simpele verklaring voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Of u daarmee ook risico’s loopt die u niet kent of niet kunt overzien zijn vragen die de ambtenaar van de burgerlijke stand niet kan beantwoorden. Het parlement gaat zich over dit nieuwe voorstel buigen. Het kabinet wil de keuze voor de algehele gemeenschap zo eenvoudig mogelijk te maken, maar ook het beslag op de ambtenaar van de burgerlijke stand beperkt te houden. Dat zou betekenen dat u – als u gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat – tot één werkdag daarvoor een door u beiden ondertekende modelverklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand moet indienen. Uit die verklaring moet dan blijken blijkt dat u kiest voor de algehele gemeenschap. Dan gelden voor u de regels zoals ze vóór de wetswijziging per 2018 golden. Nadeel van deze benadering is dat de ambtenaar van de burgerlijke stand geen informatieplicht over de algehele gemeenschap van goederen tegenover u heeft, en de expertise over de gevolgen van uw keuze bij de notaris ligt. Die heeft ook een bijzondere zorgplicht en is onderworpen aan tuchtrecht. Daar profiteert u alleen van als u de notaris ook daadwerkelijk inschakelt. Het is dan ook uw eigen verantwoordelijkheid en vrijheid om u te laten informeren over de gevolgen van uw keuze. Wilt u het risico van een verkeerde keuze niet lopen of meer weten over deze regeling? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Verplichting in samenlevingscontract geldt ook na overlijden

donderdag 5 april 2018 - Als een van de partners voor het samenwonen een wettelijke nabestaandenuitkering genoot, wordt soms afgesproken dat de andere partner na beëindiging van de samenleving die partner maandelijks een bedrag betaalt tot aan de pensioenleeftijd.
Verplichting in samenlevingscontract geldt ook na overlijden Als een van de partners – voordat hij of zij ging samenwonen – een wettelijke nabestaandenuitkering genoot, komt het voor dat in het notariële samenlevingscontract een bepaling wordt opgenomen, dat de andere partner na beëindiging van de samenleving, anders dan door overlijden van een van beiden, zich verplicht om die partner dan tot het bereiken van de pensioenleeftijd een maandelijks bedrag uit te keren. Meestal zijn daar wel voorwaarden aan verbonden. In een recente zaak voor het Hof Den Bosch betroffen die voorwaarden dat de uitkering zou vervallen als de begunstigde partner trouwt of (opnieuw) gaat samenwonen, en dat eventuele eigen inkomsten uit sociale voorzieningen van de uitkering zouden worden afgetrokken. Na beëindiging van de samenleving was netjes uitvoering gegeven aan de afspraak. Na het overlijden van de betalende partner ontstond verschil van mening tussen diens erfgenamen en de ontvangende partner over de vraag of de uitkeringsverplichting daarmee ook was beëindigd. De Rechtbank vond van wel, het Hof denkt er anders over. Er moet gekeken worden naar de bedoeling van beide partners bij het sluiten van de samenlevingsovereenkomst. Het Hof leidt uit de eerste afspraak dat zij een aan alimentatie-gelijke verplichting wilden creëren. Echter, het Hof leidt uit de omschrijving van de betalingen af dat er sprake is van een lijfrente. Bovendien heeft de notaris die de akte heeft getekend in een brief vastgelegd dat partijen bedoelden dat de uitkering niet zou stoppen bij overlijden van de betalende partner. Voor het Hof is dat voldoende om vast te stellen dat de verplichting ook na het overlijden van de betalende partner blijft doorlopen. Wilt u meer weten over vergelijkbare afspraken in een samenlevingscontract? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Stichting oprichten bij testament eenvoudiger dan menigeen denkt

dinsdag 3 april 2018 - Iedereen die een testament mag maken, mag daarin ook een stichting oprichten die na overlijden actief wordt. Soms vinden mensen het lastig om dat te doen vanwege de wettelijke voorschriften voor oprichting. In de praktijk blijkt dat reuze mee te vallen.
Stichting oprichten bij testament eenvoudiger dan menigeen denkt Iedereen die een testament mag maken, mag daarin ook een stichting oprichten die na overlijden actief wordt. Soms vinden mensen het lastig om dat te doen vanwege de wettelijke voorschriften voor oprichting. In de praktijk blijkt dat reuze mee te vallen. Een dergelijk testament moet de oprichtingsakte van de betreffende stichting bevatten. Daarin moeten dan de naam en het doel van de stichting worden opgenomen, en de manier waarop bestuurders kunnen worden benoemd en ontslagen. Ook moet er in staan in welke plaats de stichting zetelt, en de bestemming van het overschot na vereffening van de stichting in geval van ontbinding. In plaats van dat laatste kan ook worden vermeld op welke manier de bestemming van het overschot na ontbinding zal worden vastgesteld. Een stichting die bij testament wordt opgericht kan bijvoorbeeld tot doel hebben om het vermogen dat u nalaat op een bepaalde manier te besteden, bijvoorbeeld aan een door u vastgesteld doel. De mogelijkheid wordt echter ook gebruikt voor het benoemen van een stichting als executeur, als bewindvoerder, of als beheerder van het aandelenkapitaal in de hoedanigheid van een Stichting Administratiekantoor. Soms wordt op deze manier ook een afwikkelingsstichting opgericht, bijvoorbeeld als u voorziet dat de afwikkeling van uw nalatenschap problemen zal opleveren. Dan wordt de stichting tot enig erfgenaam benoemd. Degene die u dan wilt laten delen in uw erfenis, benoemt u dan tot legataris of lastbevoordeelde. De afwikkelingsstichting is als erfgenaam aansprakelijk voor de betaling van de schulden van de nalatenschap. Wilt u meer weten over het oprichten van een stichting in uw testament? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Vereniging kan niet over één nacht ijs bij ontzetting of opzegging lidmaatschap

woensdag 28 maart 2018 - Soms is een verenigingsbestuur helemaal klaar met een of meer leden vanwege hun gedrag. Maar het is niet eenvoudig om die leden te ontzetten uit hun lidmaatschap of hun het lidmaatschap te ontzeggen. Er is onderscheid tussen die laatste twee.
Vereniging kan niet over één nacht ijs bij ontzetting of opzegging lidmaatschap Soms is een bestuur helemaal klaar met een of meer leden vanwege hun gedrag. Misschien herkent u het vanuit uw eigen omgeving. Maar het is niet zo eenvoudig om die leden te ontzetten uit hun lidmaatschap of hun het lidmaatschap te ontzeggen. Er is onderscheid tussen die laatste twee. En dan nog spelen meer criteria een rol. Statuten, redelijkheid en billijkheid spelen een belangrijke rol bij de beoordeling van een voorgenomen ontzetting of opheffing van lidmaatschap. Rechten en verplichtingen van de leden blijken uit de statuten, reglementen en besluiten van de vereniging. In de wet staat dat de vereniging en haar leden zich tegenover elkaar en onderling behoorlijk behoren te gedragen; dat wordt in de wet aangevuld met de voorwaarde “wat in redelijkheid en billijkheid” van elkaar mag worden verwacht. Ontzetting is doorgaans – blijkend uit statuten of regelementen van verenigingen – alleen mogelijk als een lid handelt in strijd met de statuten of reglementen, of zich ontoelaatbaar gedraagt ten opzichte van het bestuur of andere leden. Het is een tuchtrechtelijke maatregel, die alleen als uiterste middel kan worden toegepast. Hetzelfde kan worden bedoeld als in de statuten of reglementen de mogelijkheid van royement is opgenomen. Royement wordt in de jurisprudentie en in het hedendaagse spraakgebruik gelijkgesteld aan ontzetting uit het lidmaatschap. Opzegging is iets anders. Het is een minder vergaande maatregel dan ontzetting. Opzegging door de vereniging is mogelijk als van een vereniging niet langer kan worden gevraagd het lidmaatschap te laten voortduren. De wet biedt deze mogelijkheid uitdrukkelijk. Of opzegging redelijk is hangt af van de vraag of een vereniging in de gegeven omstandigheden in alle redelijkheid al dan niet tot opzegging zou mogen overgaan. De wet geeft het bestuur de vrijheid om – weliswaar – in alle redelijkheid – tot een dergelijk besluit te komen. Een verenigingslid heeft het recht heeft om zijn mening te uiten, maar dat moet dan wel gebeuren binnen de kaders van de wet, te weten dat de leden zich tegenover het bestuur en onderling behoorlijk behoren te gedragen. Als het gedrag meerdere keren negatieve effecten heeft gehad op de bestuursleden en leden en bijvoorbeeld bijdragen aan het creëren van tegenstellingen, dan wordt de grens overschreden. Het functioneren van een vereniging kaan daardoor nogal moeizaam worden. Ook onverenigbaarheid van karakters kan daaraan bijdragen. Dat zijn allemaal aspecten op grond waarvan een bestuur in redelijkheid tot een opzeggingsbesluit kan komen. Wilt u meer weten over opzegging en ontzetting uit het lidmaatschap van een vereniging of het opstellen van waterdichte statuten? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Vraag nu uw eigen kluis aan!

Heeft u nog geen account? Meld u hiernaast aan en ontvang uw kluisgegevens!

 

WILT U MEER INFORMATIE?

 

Bel ons: 06-53378593