Opheffing huwelijkse voorwaarden geldt ook bij echtscheiding

maandag 15 januari 2018 - Opheffing huwelijkse voorwaarden geldt ook bij echtscheiding. Heeft u eenmaal uw huwelijkse voorwaarden gewijzigd of opgeheven, kunt u nadien in geval van echtscheiding nie meer onder die wijziging of opheffing uit.
Opheffing huwelijkse voorwaarden geldt ook bij echtscheiding In veel huwelijken zijn huwelijkse voorwaarden opgemaakt op basis van koude uitsluiting en zonder verrekenbeding. Soms worden na een aantal jaren huwelijk de huwelijkse voorwaarden gewijzigd of opgeheven zodat er weer algehele gemeenschap van goederen ontstaat. Daarmee wil het koppel erfbelasting besparen ingeval van overlijden. Het is daarna, ingeval van echtscheiding, niet meer mogelijk om de aanpassing te laten vernietigen. Onlangs speelde een dergelijke zaak voor de rechter waarbij de ene partner de wijziging wilde laten vernietigen, omdat de andere partner zou hebben verzwegen dat daardoor ontstane algehele gemeenschap van goederen ook zou gelden in andere gevallen dan overlijden. De rechter verwierp die opvatting. Als het verwijt terecht zou zijn, had moeten blijken dat de andere partner wist dat dat de eisende partner niet wist dat de algehele gemeenschap ook zou gelden in andere situaties dan overlijden. Wilt u meer weten over de gevolgen van opheffen van huwelijkse voorwaarden? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Ondernemers veranderen nauwelijks van rechtsvorm

woensdag 10 januari 2018 - Als ondernemers eenmaal een rechtsvorm hebben gekozen, veranderen ze deze zelden. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Alleen IB-ondernemers met hogere winstinkomens stappen soms over naar een vennootschap.
Als ondernemers eenmaal een rechtsvorm hebben gekozen, veranderen ze deze zelden. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Alleen IB-ondernemers met hogere winstinkomens stappen soms over naar een vennootschap. Het CPB heeft gekeken naar de belastingdruk van personen die voor de inkomstenbelasting worden gezien als ondernemers (IB-ondernemers) en directeur-grootaandeelhouders (dga’s). Daarbij is gekeken naar de rechtsvorm van ondernemingen tussen 2007 en 2014. De eerste keuze voor een rechtsvorm blijkt vaak de definitieve keuze. Van IB naar dga Uit data van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 1 procent van de ib-ondernemers drie jaar later dga is geworden. Bij inkomens boven de 75.000 euro ligt dat percentage hoger: 3 procent. De omgekeerde weg wordt vooral bewandeld door dga’s met een inkomen tot 75.000 euro: van hen kiest 5 procent er voor om door te gaan als ib-ondernemer. Dat neemt snel af bij hogere inkomens. Motieven De keuze om over te stappen op een andere rechtsvorm voor de onderneming is afhankelijk van vele factoren. Naast fiscale motieven spelen ook risico en aansprakelijkheid, kostenoverwegingen zoals administratie, pensioen- en vermogensopbouw en bedrijfsopvolging een rol.
Lees verder

Vanaf 2018 is beperkte gemeenschap van goederen de standaard

maandag 8 januari 2018 - Op 1 januari 2018 is de Wet beperking wettelijke gemeenschap van goederen ingegaan. De belangrijkste veranderingen zijn dat het eigen vermogen dat vóór de trouwdatum is opgebouwd én erfenissen en schenkingen buiten de gemeenschap vallen.
Op 1 januari 2018 is de Wet beperking wettelijke gemeenschap van goederen ingegaan. De belangrijkste veranderingen zijn dat het eigen vermogen dat vóór de trouwdatum is opgebouwd én erfenissen en schenkingen buiten de gemeenschap vallen. Hoe werkt deze wet en wat zijn de verschillen met de algehele gemeenschap van goederen en huwelijkse voorwaarden? Algehele gemeenschap van goederen (tot 2018) Wanneer stellen geen afspraken maken voor hun huwelijk of geregistreerd partnerschap geldt nu volgens de wet de algehele gemeenschap van goederen. Dat betekent dat alle bezittingen en schulden die voor en tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap zijn opgebouwd gezamenlijk eigendom zijn. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld een schenking, erfenis of (uw aandeel in) het familiehuisje. Na een scheiding moeten de partners al het geld en bezittingen in principe in tweeën verdelen. Hetzelfde geldt voor de schulden. Ook als u niet weet dat uw partner schulden heeft gemaakt, moet u daar toch aan meebetalen. Beperkte gemeenschap van goederen (vanaf 2018) Voor stellen die trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan op of na 1 januari 2018 geldt automatisch de beperkte gemeenschap van goederen. Dat betekent dat alleen vermogen dat tijdens het huwelijk of het geregistreerde partnerschap is opgebouwd van u samen is. Bezittingen of schulden van voor het huwelijk vallen niet in de gezamenlijk boedel. Ook schenkingen, giften en erfenissen blijven persoonlijk bezit of ze nu voor of tijdens het huwelijk zijn ontvangen. Om te kunnen aantonen, bijvoorbeeld bij een echtscheiding of overlijden, dat bepaalde bezittingen uw persoonlijk eigendom zijn, is een goede administratie belangrijk. Zonder bewijs van eigendom worden persoonlijke spullen toch tot het gemeenschappelijk vermogen gerekend. Voor schulden die ontstaan tijdens het huwelijk, ook als een van de partners hier niets van afweet, zijn volgens de nieuwe wet beide partners nog steeds aansprakelijk. Huwelijkse voorwaarden en partnerschapsvoorwaarden Wilt u tijdens uw huwelijk of geregistreerd partnerschap bezittingen of schulden apart houden? Dan gaat u naar de notaris voor het opstellen van huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden. Deze situatie verandert niet door de nieuwe wet. U kunt na 1 januari 2018 ook nog steeds kiezen voor de algehele gemeenschap van goederen. Daarvoor kunt u ook bij de notaris terecht. Voor stellen die ongehuwd samenwonen is de situatie ongewijzigd. De wet heeft voor samenwoners niets geregeld. U kunt zelf een samenlevingsovereenkomst laten opstellen waarin u uw afspraken vastlegt. Wij adviseren u graag over de verschillende mogelijkheden afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Spijt van het aanvaarden of verwerpen van een nalatenschap

woensdag 20 december 2017 - Erfgenamen hebben drie keuzes: de nalatenschap zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen. Wat u kiest, bepaalt in hoeverre u aanspraak kunt maken op de bezittingen maar ook in hoeverre u aansprakelijk wordt voor de schulden.
Spijt van het aanvaarden of verwerpen van een nalatenschap Bent u op grond van de wet of een testament aangewezen als erfgenaam, dan heeft u drie keuzes: de nalatenschap zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen. Wat u kiest, bepaalt in hoeverre u aanspraak kunt maken op de bezittingen van nalatenschap maar ook in hoeverre u aansprakelijk wordt voor de schulden van de nalatenschap. Aanvaardt u als erfgenaam zuiver, dan treedt u in alle rechten van de overledene, maar ook in diens verplichtingen. U wordt dus aansprakelijk voor de schulden en als de overledene niet genoeg geld heeft nagelaten dan moet de u met uw eigen geld de schulden betalen. Door beneficiair te aanvaarden kunt u zich beschermen tegen die aansprakelijkheid, dan worden de schulden betaald met het geld van de nalatenschap en u hoeft een tekort niet zelf bij te leggen (de afwikkeling moet wel volgens bepaalde wettelijke regels gebeuren). Door verwerping van de nalatenschap doet u afstand van al uw aanspraken, u bent dan geen erfgenaam meer. U heeft geen recht op de bezittingen van de nalatenschap maar u bent ook niet aansprakelijk voor schulden. Een beneficiaire aanvaarding of verwerping moet bij de rechtbank worden geregistreerd. Het is dus belangrijk dat u eerst de bezittingen en schulden inventariseert voordat u een keuze maakt. Keuze al gemaakt Maar wat als u een keuze heeft gemaakt en daar spijt van krijgt? In hoeverre is de aanvaarding of verwerping dan terug te draaien? In de wet staat dat een eenmaal gedane keuze onherroepelijk is. Sinds 1 september 2016 is het wel mogelijk een nalatenschap na zuivere aanvaarding alsnog beneficiair te aanvaarden, maar dit kan alleen in bijzondere situaties. In de wet staat: “Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, wordt, indien hij binnen drie maanden na die ontdekking het verzoek daartoe doet, door de kantonrechter gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden.” Als aan de voorwaarden is voldaan (let ook op de termijn waarbinnen de erfgenaam actie moet ondernemen) hoeft de erfgenaam de schuld niet met zijn eigen geld te betalen, hij mag de nalatenschap alsnog beneficiair aanvaarden. Er moet sprake zijn van een onverwachte schuld, een schuld die de erfgenaam niet kende en ook niet behoorde te kennen. Wat is een onverwachte schuld? Blijkt een schuld niet uit de administratie van de overledene, of had de overledene niet of nauwelijks een administratie, dan zal niet meteen sprake zijn van een onverwachte schuld. Erfgenamen zijn namelijk wel verplicht te onderzoeken waaruit de nalatenschap bestaat en zo nodig bij schuldeisers te informeren naar de hoogte van een schuld. Een paar voorbeelden waarin wel sprake is van een onverwachte schuld: • Een overledene kan tijdens zijn leven een onrechtmatige daad hebben gepleegd. De schadevergoeding die hieruit na het overlijden voortkomt is voor erfgenamen een onverwachte schuld. • Als een schuldeiser een te laag openstaand bedrag aan de erfgenaam heeft doorgegeven, dan zal het verschil met het werkelijke bedrag aangemerkt worden als onverwachte schuld. • Stel dat de overledene een partner had die voor hem/haar is overleden en dat diens kinderen nog een vordering op de langstlevende hadden terzake van het overlijden van hun vader of moeder en dat de overledene geen contact met die kinderen had, dan hebben de erfgenamen mogelijk geen weet van die vorderingen. Het hangt af van de concrete omstandigheden, maar in zo’n situatie zouden de vorderingen van de kinderen kunnen worden aangemerkt als onverwachte schulden. Een interessante vraag is of de hiervoor vermelde wettelijke regel analoog zou mogen worden toegepast als een erfgenaam de nalatenschap heeft verworpen. Is het dan nog mogelijk om later beneficiair te aanvaarden, bijvoorbeeld omdat gebleken is dat de nalatenschap onverwacht toch een positief saldo heeft? De rechtbank Midden-Nederland heeft vorig jaar geoordeeld dat dit niet kan. Een verwerping houdt dus in dat u definitief afstand van de nalatenschap heeft gedaan. Als u aangewezen bent als erfgenaam, is het dus erg belangrijk om uitgebreid te onderzoeken waaruit de nalatenschap bestaat, zodat u een weloverwogen beslissing kunt nemen om de nalatenschap zuiver of beneficiair te aanvaarden of te verwerpen. Bedenk dat het wijzigen van een gemaakte keuze alleen in zeer uitzonderlijke gevallen is toegestaan en dat het besluit aanzienlijke financiële consequenties kan hebben. Als u meer informatie wilt of hulp bij het vastleggen van de aanvaarding of verwerping van een nalatenschap, neem dan contact op met een notaris.
Lees verder

Ontbindende voorwaarde bij ernstige constructieve gebreken

maandag 18 december 2017 - Partijen moeten zich in voorkomende gevallen altijd expliciet op een ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst beroepen, ook bij constructieve gebreken.
Ontbindende voorwaarde bij ernstige constructieve gebreken Bij het kopen van een woning is het wettelijk verplicht dat de koopovereenkomst schriftelijk wordt vastgelegd. Nadat verkoper en koper getekend hebben, heeft de koper nog drie dagen wettelijke bedenktijd waarbinnen de koop zonder opgave van redenen ontbonden kan worden. In de meeste koopovereenkomsten worden nog aanvullende ontbindende voorwaarden opgenomen. Een voorbeeld daarvan is een ontbindende voorwaarde voor het niet verkrijgen door de koper van een passende financiering. De vervulling van een ontbindende voorwaarde heeft tot gevolg dat de koop automatisch is ontbonden. In de meeste gevallen is er echter in de koopovereenkomst bepaald dat een partij zich op het intreden van zo’n voorwaarde expliciet moet beroepen. In een recente rechtszaak voor rechtbank Limburg was in de koopovereenkomst naast de gebruikelijke ontbindende voorwaarden nog een ontbindende voorwaarde opgenomen voor mogelijke ernstige constructieve gebreken aan de gekochte woning. Afgesproken was dat de koper binnen twee weken na het tekenen van de koopovereenkomst een bouwtechnische keuring moest laten uitvoeren. Deze keuring heeft plaatsgevonden, uit het bijbehorende rapport bleken geen ernstige bouwkundige gebreken aan de woning. Wel werd melding gemaakt van scheurvorming in muren en vocht in de vloer met daarbij de aantekening dat nader destructief onderzoek (waarvoor dus hak- en breekwerk nodig is) vereist zou zijn om eventuele ernstiger problemen aan het licht te brengen. De koper gaf vervolgens geen opdracht voor een nader onderzoek maar deed wel een beroep op de ontbindende voorwaarde. De verkoper stelde vervolgens dat nu uit het onderzoek geen duidelijke ernstige gebreken naar voren gekomen zijn de koop geldig is en de koper dus geen beroep kon doen op de ontbindende voorwaarde. De koper stemde hiermee niet in, waarna de verkoper hem in kort geding voor de rechter daagde om de koper te laten veroordelen tot het afnemen van de woning conform de koopovereenkomst. De voorzieningenrechter in kort geding gaf de verkoper gelijk. Van ernstige constructieve gebreken is immers niet gebleken uit het in opdracht van koper opgestelde rapport. De koper voerde aan dat de termijn van twee weken te kort was voor het laten uitvoeren van nader onderzoek. De rechter was hierin van mening dat dit bij het risico van de koper hoort. Om dat te voorkomen had hij bijvoorbeeld sneller kunnen handelen of een langere termijn moeten overeenkomen. De koper heeft de woning dus alsnog af moeten nemen van de verkoper. Dit toont maar weer eens aantoont hoe belangrijk het is om tussen partijen gemaakte afspraken helder te formuleren in een koopovereenkomst. Heeft u zelf een dergelijk geval aan de hand vraag ons dan vooraf advies, wij zijn bij uitstek specialist in het vastgoedrecht en kunnen u behoeden voor problemen zoals hiervoor beschreven.
Lees verder

Recht op informatie bij aandeelhoudersconflict

woensdag 13 december 2017 - BV en NV moeten aandeelhouders informeren als daarom wordt gevraagd. In uitzonderlijke gevallen mag geweigerd worden.
Recht op informatie bij aandeelhoudersconflict Conflicten binnen een besloten vennootschap zijn vaak hele lastige conflicten, vooral omdat vaak de emotie die schuil gaat achter het feitelijke conflict de verhoudingen tussen de aandeelhouders zo op scherp zet. Veel aandeelhoudersconflicten gaan over verstrekte informatie en soms ook over de informatieverstrekking zelf. Het bestuur van een besloten of naamloze vennootschap is gehouden de algemene vergadering alle inlichtingen te verschaffen wanneer zij daarom vraagt, tenzij zwaarwichtige belangen van de vennootschap zich daartegen verzetten. Wie heeft recht op welke informatie en hoe makkelijk kan de vennootschap besluiten bepaalde informatie wel of niet te willen delen? Volgens de Hoge Raad hebben alle aandeelhouders het recht om vragen te stellen tijdens de algemene vergadering en is het bestuur verplicht alle vragen te beantwoorden. Buiten vergadering om is het bestuur daar niet toe verplicht. De hiervoor aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad ziet echter op een beursgenoteerde vennootschap. De vraag is dan ook of een dergelijke uitspraak een op een kan worden doorgelegd naar een besloten vennootschap. Bij een besloten vennootschap kan het zo zijn dat de rechten en de verplichtingen van aandeelhouders heel anders zijn dan de rechten en verplichtingen van aandeelhouders van een beursgenoteerde vennootschap. Een goed voorbeeld daarvan zijn familiebedrijven. De Ondernemingskamer van het Hof Amsterdam heeft daar recent nog haar oordeel over geveld, de Ondernemingskamer oordeelde dat op het bestuur een bijzondere zorgplicht rust tegenover de minderheidsaandeelhouder die niet ook een bestuurder is. Met name tegenover die minderheidsaandeelhouder die niet ook bestuurder is, dient meer openheid te worden gegeven, met name ook met betrekking tot informatie waarop de aandeelhouder in beginsel geen recht heeft. In dit specifieke geval gold dat nog meer dan anders, omdat de informatieverstrekking in de aandeelhoudersovereenkomst met zoveel woorden is vastgelegd. Daarnaast heeft deze aandeelhouder ook recht op informatie buiten de algemene vergadering om, gelet op het besloten karakter van de besloten vennootschap. Leg de rechten op verstrekking van informatie vast in de aandeelhoudersovereenkomst en voorkom in een situatie als deze verzeild te raken!
Lees verder

Schenkingsvrijstelling effectief middel voor verlagen hypotheekschuld

maandag 11 december 2017 - De belastingvrije schenking tot €100.000 heeft bijgedragen aan een lagere totale en gemiddelde hypotheekschuld van Nederlanders. De regeling blijft bestaan en geldt voor ontvangers tussen 18 en 40 jaar.
Schenkingsvrijstelling effectief middel voor verlagen hypotheekschuld Een belastingvrije schenking tot €100.000 mogelijk maken voor de financiering van een woning heeft bijgedragen aan een lagere totale en gemiddelde hypotheekschuld van Nederlanders. Ook het aantal hypotheken dat ‘onder water staat’ is door de fiscale regeling in de jaren 2013 en 2014 verminderd. De Algemene Rekenkamer acht na onderzoek het verband tussen de tijdelijke aanpassing en dit resultaat aannemelijk. Nu sinds begin 2017 de schenkingsvrijstelling blijvend is ingevoerd, verwacht de Algemene Rekenkamer dat dit eveneens een positieve invloed zal hebben op de verlaging van de hypotheekschuld. Onzeker is hoeveel geld de schatkist hierdoor zal mislopen. Voor 2013 en 2014 was dat ruim tien keer zoveel als wat het Ministerie van Financiën had geraamd. Vanaf 2017 verwacht de minister een derving van € 97 miljoen per jaar. Er is moeilijk een goede voorspelling te doen hoe vaak een beroep op deze fiscale regeling zal worden gedaan. Tot 2013 werd er gemiddeld 5.000 maal per jaar gebruik gemaakt van de (sinds 2009 bestaande) vrijstelling voor een eenmalige schenking ten behoeve van de eigen woning. Dat kostte de Staat gemiddeld € 29 miljoen per jaar door lagere belastingafdracht. Voor 2013 en 2014 was vanwege de verruiming op een verdubbeling gerekend door het ministerie. In werkelijkheid werd in die twee jaar de regeling 159.000 keer gebruikt. In geld: er was rekening gehouden met € 104 miljoen minder belastingafdracht, het werd € 1.093 miljoen minder, ruim het tienvoudige. Dat staat in het rapport Schenkingsvrijstelling eigen woning – Effecten op de hypotheekschuld. De Algemene Rekenkamer publiceert dit op 6 december 2017. Minder hypotheken onder water Toch is het fiscaal instrument effectief, omdat de beleidsdoelen gehaald zijn: de totale hypotheekschuld daalt sinds de tijdelijke verruiming van de regeling. Ook het aantal woningen waarvoor geldt dat er een hogere hypotheek op rust dan de WOZ-waarde (‘onder water staan’) stabiliseert sinds 2013 en laat sindsdien een lichte daling zien. Overigens zorgen de aantrekkende economie en huizenmarkt ook voor minder onderwaterhypotheken. Uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de belastingaangiften van de 159.000 ontvangers van schenkingen blijkt dat het merendeel (circa 74 %) van hen dit geld benut heeft voor het aflossen van (een deel van) de hypotheekschuld. De overige ontvangers zetten het geld in voor een verbouwing aan de woning of koop van een huis. Leeftijdseis Toen de tijdelijke fiscale verruiming werd beëindigd, daalde het aantal schenkingsvrijstellingen weer tot onder de 10.000 per jaar. Het vorige kabinet heeft met ingang van 1 januari 2017 de verruimde schenkingsvrijstelling eigen woning permanent gemaakt. Daarbij is de voorwaarde ingevoerd dat deze alleen geldt voor ontvangers van 18 tot 40 jaar. Deze leeftijdseis kan ertoe leiden dat het effect beperkt wordt voor het halen van het doel: de totale hypotheekschuld verlagen. De Algemene Rekenkamer verwacht op basis van de ervaringscijfers dat de regeling door de leeftijdsgroep 18 tot 40 jaar meer benut wordt om een huis te kopen en minder om een bestaande hypotheek af te lossen. Omdat het aandeel jongeren met een ‘onderwaterhypotheek’ relatief groot is, zal de leeftijdseis hoogstwaarschijnlijk wel effectief zijn voor het tegengaan van onderwaterhypotheken. De blijvende herinvoering van de regeling zal naar verwachting een minder groot effect per jaar hebben dan in 2013 en 2014. Toen was immers duidelijk dat de belastingvrijstelling van korte duur zou zijn. De Algemene Rekenkamer beveelt de betrokken bewindspersonen vervolgonderzoek aan om vast te stellen of in de nieuwe situatie deze regeling effectief is en welke criteria daarbij van belang zijn. De staatssecretaris van Financiën geeft aan dat de permanente regeling voor schenkingsvrijstelling geëvalueerd zal worden en voegt eraan toe dat het bij de derving van inkomsten om een fictief bedrag gaat. (bron: Algemene Rekenkamer)
Lees verder

Wel of geen schenkbelasting bij vermogensverschuiving tussen partners

woensdag 6 december 2017 - Verschuiven van vermogen bij huwelijkse voorwaarden kan een schenking inhouden waarover schenkbelasting betaald moet worden.
Wel of geen schenkbelasting bij vermogensverschuiving tussen partners Per 1 januari 2018 verandert het huwelijksvermogensrecht. Er ontstaat dan geen algehele gemeenschap van goederen meer bij het aangaan van het huwelijk. In plaats daarvan komt er een beperkte gemeenschap van goederen waarin de echtgenoten ieder voor de helft gerechtigd zijn. Voorhuwelijkse bezittingen en schulden van een van de echtgenoten blijven privé en vallen niet in de gemeenschap. Ook erfenissen en schenkingen blijven privé. Alleen de goederen die voor het huwelijk al gezamenlijk van de echtgenoten waren en goederen die tijdens het huwelijk gezamenlijk worden verkregen vallen in de gemeenschap. Het nieuwe huwelijksvermogensrecht kan voor partners reden zijn om huwelijkse voorwaarden te maken vóór of tijdens het huwelijk. Het maken van de huwelijkse voorwaarden kunnen in sommige gevallen een verschuiving van vermogen met zich meebrengen tussen de echtgenoten. Dat is bijvoorbeeld het geval als echtgenoten eerst buiten gemeenschap van goederen getrouwd zijn en nu willen overgaan naar een gemeenschap van goederen. Het verschuiven van vermogen tussen echtgenoten kan echter wel een schenking inhouden waarover schenkbelasting betaald moet worden. Het is niet altijd even duidelijk wanneer daarvan sprake was. Om daar verandering in te brengen zou de wet worden veranderd om meer duidelijkheid te geven in welke gevallen sprake is van een belaste schenking bij het huwen, aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden. Deze voorstellen zijn echter inmiddels van tafel. Het blijft daarmee in sommige gevallen wel onduidelijk wanneer er wel en wanneer geen sprake is van een schenking. Wij geven u graag inzicht in de gevolgen van verschillende keuzes. Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

De personenvennootschap van zegen tot last

maandag 4 december 2017 - Personenvennootschap heeft veel voordelen, maar ook nadelen. Zoals aansprakelijkheid vennoten tegenover schuldeisers
De personenvennootschap van zegen tot last Heel veel bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend in de vorm van een personenvennootschap, zoals een vennootschap onder firma. De vennootschap onder firma is een bijzonder flexibel instrument uit de gereedschapskist van de ondernemingsrecht jurist. U heeft geen notaris nodig, de personenvennootschap is zo ingeschreven bij de kamer van koophandel, in- en uittreden is zo geregeld de personenvennootschap is fiscaal transparant en u heeft van doen met grotendeels regelend recht, zodat u zelf heel veel kunt bepalen en inrichten. Toch kent de personenvennootschap ook een paar nadelen, zoals de aansprakelijkheid van de vennoten tegenover schuldeisers. Dat geldt niet alleen voor de eigen schulden maar ook voor die van toetredende en uittredende vennoten. Het geldt zelfs voor de schulden van reeds uitgetreden vennoten. Zorg dat zowel intern als extern duidelijke afspraken zijn gemaakt over wie voor wat en waarom aansprakelijk is. Realiseer u ook dat als er een grote aansprakelijkheid te duchten is, het verstandig kan zijn om de activiteiten in een andere rechtsvorm te gieten. Zorg ook dat u regelmatig alles wat is overeengekomen tegen het licht houdt, vooral ook omdat er opnieuw nieuwe wetgeving op dit gebied aan zit te komen. Naast de aansprakelijkheden en wat u bent overeengekomen kan het aantrekkelijk zijn om ook te zorgen voor een fiscaal zo optimaal mogelijke inrichting en te kiezen voor een voor uw bedrijfsvoering passende rechtsvorm.
Lees verder

Overgangstermijn voor fiscale eenheden met gecertificeerde aandelen verstreken

woensdag 29 november 2017 - Als de aandelen zijn gecertificeerd, wordt niet langer aan de eigendomseis voor fiscale eenheid (Vpb) voldaan.
Overgangstermijn voor fiscale eenheden met gecertificeerde aandelen verstreken Eind 2016 is de Wet aanpassing fiscale eenheid in werking getreden. Een van de wijzigingen is aanscherping van de eis wanneer een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting kan worden gevormd. Om daarvoor in aanmerking te komen moet gehele juridische en economische eigendom in bezit zijn van de belastingplichtige. Met de nieuwe regels wordt benadrukt dat zowel formeel als materieel de juridische en economische eigendom moet berusten bij een of meer belastingplichtigen die deel uitmaken van de fiscale eenheid. Als de aandelen zijn gecertificeerd, wordt niet aan dit vereiste voldaan. Voor fiscale eenheden waarin niet aan dit vereiste wordt voldaan, is een overgangstermijn gegeven om de structuur in overeenstemming met de wet te brengen, ter voorkoming dat de fiscale eenheid wordt beëindigd. Deze termijn is op 15 oktober 2017 verstreken. Als de aandelen zijn gecertificeerd en decertificering heeft nog niet plaatsgevonden, dan zal de fiscale eenheid worden beëindigd zodra het nieuwe boekjaar na 15 oktober 2017 aanvangt (in de meeste gevallen zal het boekjaar op 1 januari aanvangen). Bron: Via Juridica-Nieuwsbrief 2017 | 22
Lees verder

Vraag nu uw eigen kluis aan!

Heeft u nog geen account? Meld u hiernaast aan en ontvang uw kluisgegevens!

 

WILT U MEER INFORMATIE?

 

Bel ons: 06-53378593