Dwingend recht en goede zeden belangrijker dan bepalingen in testament

maandag 29 januari 2018 - Bepalingen in een testament die in strijd zijn met rechtsregels waar niet van mag worden afgeweken of in strijd zijn met de goede zeden, houden uiteindelijk geen stand.
Dwingend recht en goede zeden belangrijker dan bepalingen in testament Soms willen mensen bepalingen in hun testament opnemen die in strijd zijn met rechtsregels waar niet van mag worden afgeweken – ook niet bij testament – of in strijd zijn met de goede zeden. In de meeste gevallen is de waarschuwing van de notaris voldoende dat de wensen indruisen tegen dwingend recht of goede zeden. Zo af en toe wordt die raad in de wind geslagen en komen die wensen toch in het testament. Bij de afwikkeling van de erfenis stelt de rechter dan alsnog orde op zaken. Een voorbeeld daarvan. Een man had zijn echtgenote onterfd en haar, in plaats van haar deel in de erfenis, het vruchtgebruik van het huis waarin zij woonden gegeven onder de voorwaarde dat het vruchtgebruik maximaal zeven jaar mag duren en al eerder eindigt als de vrouw voor die tijd zou hertrouwen. Echter, de vrouw heeft een wettelijk recht op vruchtgebruik van huis en inboedel. Van dat recht mag niet worden afgeweken. Als een testament bepalingen en voorwaarden bevat die het recht van vruchtgebruik beperken of daar verplichtingen aan koppelen die een ongestoorde gebruik van dat recht in de weg staan, hebben die bepalingen geen werking. Ze worden beschouwd als niet geschreven. Een ander voorbeeld. In een testament is aan het vruchtgebruik ook nog de voorwaarde gekoppeld dat de vruchtgebruiker het huis en de bijbehorende tuin in dezelfde staat van onderhoud moet houden als deze ten tijde van de start van het vruchtgebruik is en dat de vruchtgebruiker de werkkamer van haar man in dezelfde staat en inrichting moet houden. In hetzelfde voorbeeld werd ook nog bepaald dat bepaalde familieleden van de vruchtgebruiker niet in het huis zouden mogen komen. Ook een dergelijke bepaling wordt voor niet geschreven gehouden. Immers, het wettelijke vruchtgebruik is onbeperkt. Ook hier gaat het (dwingend) recht voor. Een laatste voorbeeld. De echtgenote wordt in het testament benoemd tot bewindvoerder over het vermogen van het kind van de overledene, maar voor alle belangrijke handelingen dient zij vooraf toestemming te vragen aan één of meerdere zussen van haar overleden man. Die bepaling is in strijd met de goede zeden. Bij meerderjarigenbewind is het gebruikelijk dat de bewindvoerder voor uitgave boven € 1.500 toestemming van de kantonrechter nodig heeft. Wilt u meer weten over welke wensen in een testamenten wel stand houden? Bel ons voor het maken vaan een afspraak.
Lees verder

Waardedaling eenmanszaak na echtscheiding is risico ondernemer

woensdag 24 januari 2018 - Activa van een eenmanszaak zijn bij echtscheiding onderdeel van de ontbonden gemeenschap. Noch in de wet, noch in de jurisprudentie worden redenen gegeven om voor de waardering van de activa af te wijken van de wettelijke verdeling.
Waardedaling eenmanszaak na echtscheiding is risico ondernemer Het komt regelmatig voor dat ex-partners na echtscheiding twisten over de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Uiteindelijk moet de rechter er dan aan te pas komen. Zo ook in een situatie waarin een van de partners ten tijde van het huwelijk een eenmanszaak voerde, die na de echtscheiding sterk in waarde daalde. Gevolg: onenigheid tussen beide partners wie dat verlies zou moeten dragen. Het Hof Den Haag stelt dat activa van een eenmanszaak onderdeel zijn van de ontbonden gemeenschap. Noch in de wet, noch in de jurisprudentie worden redenen gegeven om voor de waardering van de activa af te wijken van de wettelijke verdeling. Dat betekent dat de waarde geldt die de eenmanszaak had op het moment van de echtscheiding. Verlies dat tussen de datum van echtscheiding en de feitelijke verdeling wordt gelden, is voor rekening van de ondernemende ex-partner. Per datum echtscheiding eindigt immers ook de vermenging van de bezittingen en schulden van beide partners. Verlies of winst na die datum heeft geen invloed meer op de verdeling van de gemeenschap. Een dergelijke situatie kan worden voorkomen als de ondernemende partner direct na de echtscheiding de onderneming zou staken en liquideren. Voor vaststelling van de omvang van de schuld van de onderneming moet worden uitgegaan van de datum van de ontbinding van de huwelijksgemeenschap. Bij directe staking en liquidatie van de onderneming zou alleen de opbrengst van de activa na verkoop in de verdeling worden betrokken, naast de hoogte van de schuld op de datum van de ontbinding van de gemeenschap. Wilt u meer weten over de gevolgen van staking of voortzetting van een eenmanszaak na echtscheiding? Bel ons voor een afspraak.
Lees verder

Strikte regels voor omzetten zuivere in beneficiaire aanvaarding

maandag 22 januari 2018 - Sinds 2017 kunnen erfgenamen een zuivere aanvaarding na ontdekking van een schuld waarvan zij het bestaan niet konden weten, de rechter vragen om deze alsnog om te zetten in een beneficiaire aanvaarding. Wat wordt verstaan wordt onder “niet konden weten”
Strikte regels voor omzetten zuivere in beneficiaire aanvaarding Sinds vorig jaar kunnen erfgenamen die een erfenis zuiver hebben aanvaard, na ontdekking van een schuld waarvan zij het bestaan niet konden weten, de rechter vragen om de zuivere aanvaarding alsnog om te zetten in een beneficiaire aanvaarding, een aanvaarding voor zover de boedel positief uitpakt. De crux bij de beoordeling ligt bij wat verstaan wordt onder het begrip “niet konden weten” Dat bleek eens te meer in een zaak waarin de rechter een dergelijk verzoek moest beoordelen omdat de erfgenamen een schuld aan het zorgkantoor meldden vanwege een onterecht verschaft deel van het persoonsgebonden budget (PGB) aan de overleden echtgenoot en ouder. Als erfgenamen na aanvaarding van een erfenis alsnog een onbekende schuld ontdekken en de rechter inschakelen voor een machtiging om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden, toetst de rechter dat verzoek aan de vereisten daarvoor in de wet. De betreffende clausule n de wet beschermt erfgenamen tegen schulden die zij niet kenden en evenmin behoorden te kennen op het moment van zuivere aanvaarding. De rechter sluit met beoordeling van “kende en behoren te kennen” aan bij het begrip goede trouw. Er is bijvoorbeeld geen sprake van goede trouw als een erfgenaam het bestaan van de schuld kende op het moment van aanvaarding van de nalatenschap. Echter, ook als een erfgenaam de betreffende schuld niet in beeld had, maar – gegeven de omstandigheden – beter had moeten weten of in elk geval had moeten twijfelen of er al dan niet een schuld op dat punt zou kunnen zijn en dat niet heeft onderzocht, is er ook geen sprake van goede trouw. Ook al zou de administratie van de overledene – al dan niet op een correcte manier – door een derde zijn uitgevoerd, dan nog heeft de erfgenaam de plicht om te onderzoeken welke schulden er zijn. De rechter oordeelt dan dat de erfgenaam de schuld had behoren te kennen. Wilt u meer weten over zuivere en beneficiaire aanvaarding? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Regels voor girale schenking onder uitsluitingsclausule

woensdag 17 januari 2018 - Valt een girale schenkingen wel of niet onder uitsluiting van de aangetrouwde partner. Dat hangt er van af of de schenker voorafgaand aan de overboeking heeft verklaard dat het geld uitsluitend voor die ontvanger is
Regels voor girale schenking onder uitsluitingsclausule Bij echtscheidingen ontstaat nogal eens verschil van mening over het antwoord op de vraag of girale schenkingen al dan niet onder uitsluiting van de aangetrouwde partner zijn gedaan. Welke regels gelden daar eigenlijk voor? Gemeenschap van goederen in een huwelijk houdt in dat alle geld en goederen die beide partners bij aanvang van hun huwelijk en daarna hebben ingebracht, gezamenlijk bezit wordt. Dat is althans het geval zolang er tijdens huwelijk niet wordt overgestapt op huwelijkse voorwaarden. Er geldt wel een uitzondering. Alles wat een partner krijgt uit schenking of erfenis onder de clausule dat die schenking alleen hem of haar ten goede komt en niet aan de partner, valt niet in de gemeenschap van goederen. Een uitsluitingsclausule kan niet meer worden opgelegd als de schenking of erfenis al een feit zijn. Ook aan een girale schenking kan een uitsluitingsclausule worden verbonden. Daar gelden geen vormvereisten voor, een verklaring van de schenker dat hij of zij de ontvanger voorafgaand aan de overboeking heeft meegedeeld dat het geld uitsluitend voor die ontvanger is, is al voldoende om aan te tonen dat er sprake is van een uitsluitingsclausule. Wilt u meer weten over schenkingen of erfenissen met een uitsluitingsclausule? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Opheffing huwelijkse voorwaarden geldt ook bij echtscheiding

maandag 15 januari 2018 - Opheffing huwelijkse voorwaarden geldt ook bij echtscheiding. Heeft u eenmaal uw huwelijkse voorwaarden gewijzigd of opgeheven, kunt u nadien in geval van echtscheiding nie meer onder die wijziging of opheffing uit.
Opheffing huwelijkse voorwaarden geldt ook bij echtscheiding In veel huwelijken zijn huwelijkse voorwaarden opgemaakt op basis van koude uitsluiting en zonder verrekenbeding. Soms worden na een aantal jaren huwelijk de huwelijkse voorwaarden gewijzigd of opgeheven zodat er weer algehele gemeenschap van goederen ontstaat. Daarmee wil het koppel erfbelasting besparen ingeval van overlijden. Het is daarna, ingeval van echtscheiding, niet meer mogelijk om de aanpassing te laten vernietigen. Onlangs speelde een dergelijke zaak voor de rechter waarbij de ene partner de wijziging wilde laten vernietigen, omdat de andere partner zou hebben verzwegen dat daardoor ontstane algehele gemeenschap van goederen ook zou gelden in andere gevallen dan overlijden. De rechter verwierp die opvatting. Als het verwijt terecht zou zijn, had moeten blijken dat de andere partner wist dat dat de eisende partner niet wist dat de algehele gemeenschap ook zou gelden in andere situaties dan overlijden. Wilt u meer weten over de gevolgen van opheffen van huwelijkse voorwaarden? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Ondernemers veranderen nauwelijks van rechtsvorm

woensdag 10 januari 2018 - Als ondernemers eenmaal een rechtsvorm hebben gekozen, veranderen ze deze zelden. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Alleen IB-ondernemers met hogere winstinkomens stappen soms over naar een vennootschap.
Als ondernemers eenmaal een rechtsvorm hebben gekozen, veranderen ze deze zelden. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Alleen IB-ondernemers met hogere winstinkomens stappen soms over naar een vennootschap. Het CPB heeft gekeken naar de belastingdruk van personen die voor de inkomstenbelasting worden gezien als ondernemers (IB-ondernemers) en directeur-grootaandeelhouders (dga’s). Daarbij is gekeken naar de rechtsvorm van ondernemingen tussen 2007 en 2014. De eerste keuze voor een rechtsvorm blijkt vaak de definitieve keuze. Van IB naar dga Uit data van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 1 procent van de ib-ondernemers drie jaar later dga is geworden. Bij inkomens boven de 75.000 euro ligt dat percentage hoger: 3 procent. De omgekeerde weg wordt vooral bewandeld door dga’s met een inkomen tot 75.000 euro: van hen kiest 5 procent er voor om door te gaan als ib-ondernemer. Dat neemt snel af bij hogere inkomens. Motieven De keuze om over te stappen op een andere rechtsvorm voor de onderneming is afhankelijk van vele factoren. Naast fiscale motieven spelen ook risico en aansprakelijkheid, kostenoverwegingen zoals administratie, pensioen- en vermogensopbouw en bedrijfsopvolging een rol.
Lees verder

Vanaf 2018 is beperkte gemeenschap van goederen de standaard

maandag 8 januari 2018 - Op 1 januari 2018 is de Wet beperking wettelijke gemeenschap van goederen ingegaan. De belangrijkste veranderingen zijn dat het eigen vermogen dat vóór de trouwdatum is opgebouwd én erfenissen en schenkingen buiten de gemeenschap vallen.
Op 1 januari 2018 is de Wet beperking wettelijke gemeenschap van goederen ingegaan. De belangrijkste veranderingen zijn dat het eigen vermogen dat vóór de trouwdatum is opgebouwd én erfenissen en schenkingen buiten de gemeenschap vallen. Hoe werkt deze wet en wat zijn de verschillen met de algehele gemeenschap van goederen en huwelijkse voorwaarden? Algehele gemeenschap van goederen (tot 2018) Wanneer stellen geen afspraken maken voor hun huwelijk of geregistreerd partnerschap geldt nu volgens de wet de algehele gemeenschap van goederen. Dat betekent dat alle bezittingen en schulden die voor en tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap zijn opgebouwd gezamenlijk eigendom zijn. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld een schenking, erfenis of (uw aandeel in) het familiehuisje. Na een scheiding moeten de partners al het geld en bezittingen in principe in tweeën verdelen. Hetzelfde geldt voor de schulden. Ook als u niet weet dat uw partner schulden heeft gemaakt, moet u daar toch aan meebetalen. Beperkte gemeenschap van goederen (vanaf 2018) Voor stellen die trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan op of na 1 januari 2018 geldt automatisch de beperkte gemeenschap van goederen. Dat betekent dat alleen vermogen dat tijdens het huwelijk of het geregistreerde partnerschap is opgebouwd van u samen is. Bezittingen of schulden van voor het huwelijk vallen niet in de gezamenlijk boedel. Ook schenkingen, giften en erfenissen blijven persoonlijk bezit of ze nu voor of tijdens het huwelijk zijn ontvangen. Om te kunnen aantonen, bijvoorbeeld bij een echtscheiding of overlijden, dat bepaalde bezittingen uw persoonlijk eigendom zijn, is een goede administratie belangrijk. Zonder bewijs van eigendom worden persoonlijke spullen toch tot het gemeenschappelijk vermogen gerekend. Voor schulden die ontstaan tijdens het huwelijk, ook als een van de partners hier niets van afweet, zijn volgens de nieuwe wet beide partners nog steeds aansprakelijk. Huwelijkse voorwaarden en partnerschapsvoorwaarden Wilt u tijdens uw huwelijk of geregistreerd partnerschap bezittingen of schulden apart houden? Dan gaat u naar de notaris voor het opstellen van huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden. Deze situatie verandert niet door de nieuwe wet. U kunt na 1 januari 2018 ook nog steeds kiezen voor de algehele gemeenschap van goederen. Daarvoor kunt u ook bij de notaris terecht. Voor stellen die ongehuwd samenwonen is de situatie ongewijzigd. De wet heeft voor samenwoners niets geregeld. U kunt zelf een samenlevingsovereenkomst laten opstellen waarin u uw afspraken vastlegt. Wij adviseren u graag over de verschillende mogelijkheden afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Spijt van het aanvaarden of verwerpen van een nalatenschap

woensdag 20 december 2017 - Erfgenamen hebben drie keuzes: de nalatenschap zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen. Wat u kiest, bepaalt in hoeverre u aanspraak kunt maken op de bezittingen maar ook in hoeverre u aansprakelijk wordt voor de schulden.
Spijt van het aanvaarden of verwerpen van een nalatenschap Bent u op grond van de wet of een testament aangewezen als erfgenaam, dan heeft u drie keuzes: de nalatenschap zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen. Wat u kiest, bepaalt in hoeverre u aanspraak kunt maken op de bezittingen van nalatenschap maar ook in hoeverre u aansprakelijk wordt voor de schulden van de nalatenschap. Aanvaardt u als erfgenaam zuiver, dan treedt u in alle rechten van de overledene, maar ook in diens verplichtingen. U wordt dus aansprakelijk voor de schulden en als de overledene niet genoeg geld heeft nagelaten dan moet de u met uw eigen geld de schulden betalen. Door beneficiair te aanvaarden kunt u zich beschermen tegen die aansprakelijkheid, dan worden de schulden betaald met het geld van de nalatenschap en u hoeft een tekort niet zelf bij te leggen (de afwikkeling moet wel volgens bepaalde wettelijke regels gebeuren). Door verwerping van de nalatenschap doet u afstand van al uw aanspraken, u bent dan geen erfgenaam meer. U heeft geen recht op de bezittingen van de nalatenschap maar u bent ook niet aansprakelijk voor schulden. Een beneficiaire aanvaarding of verwerping moet bij de rechtbank worden geregistreerd. Het is dus belangrijk dat u eerst de bezittingen en schulden inventariseert voordat u een keuze maakt. Keuze al gemaakt Maar wat als u een keuze heeft gemaakt en daar spijt van krijgt? In hoeverre is de aanvaarding of verwerping dan terug te draaien? In de wet staat dat een eenmaal gedane keuze onherroepelijk is. Sinds 1 september 2016 is het wel mogelijk een nalatenschap na zuivere aanvaarding alsnog beneficiair te aanvaarden, maar dit kan alleen in bijzondere situaties. In de wet staat: “Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, wordt, indien hij binnen drie maanden na die ontdekking het verzoek daartoe doet, door de kantonrechter gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden.” Als aan de voorwaarden is voldaan (let ook op de termijn waarbinnen de erfgenaam actie moet ondernemen) hoeft de erfgenaam de schuld niet met zijn eigen geld te betalen, hij mag de nalatenschap alsnog beneficiair aanvaarden. Er moet sprake zijn van een onverwachte schuld, een schuld die de erfgenaam niet kende en ook niet behoorde te kennen. Wat is een onverwachte schuld? Blijkt een schuld niet uit de administratie van de overledene, of had de overledene niet of nauwelijks een administratie, dan zal niet meteen sprake zijn van een onverwachte schuld. Erfgenamen zijn namelijk wel verplicht te onderzoeken waaruit de nalatenschap bestaat en zo nodig bij schuldeisers te informeren naar de hoogte van een schuld. Een paar voorbeelden waarin wel sprake is van een onverwachte schuld: • Een overledene kan tijdens zijn leven een onrechtmatige daad hebben gepleegd. De schadevergoeding die hieruit na het overlijden voortkomt is voor erfgenamen een onverwachte schuld. • Als een schuldeiser een te laag openstaand bedrag aan de erfgenaam heeft doorgegeven, dan zal het verschil met het werkelijke bedrag aangemerkt worden als onverwachte schuld. • Stel dat de overledene een partner had die voor hem/haar is overleden en dat diens kinderen nog een vordering op de langstlevende hadden terzake van het overlijden van hun vader of moeder en dat de overledene geen contact met die kinderen had, dan hebben de erfgenamen mogelijk geen weet van die vorderingen. Het hangt af van de concrete omstandigheden, maar in zo’n situatie zouden de vorderingen van de kinderen kunnen worden aangemerkt als onverwachte schulden. Een interessante vraag is of de hiervoor vermelde wettelijke regel analoog zou mogen worden toegepast als een erfgenaam de nalatenschap heeft verworpen. Is het dan nog mogelijk om later beneficiair te aanvaarden, bijvoorbeeld omdat gebleken is dat de nalatenschap onverwacht toch een positief saldo heeft? De rechtbank Midden-Nederland heeft vorig jaar geoordeeld dat dit niet kan. Een verwerping houdt dus in dat u definitief afstand van de nalatenschap heeft gedaan. Als u aangewezen bent als erfgenaam, is het dus erg belangrijk om uitgebreid te onderzoeken waaruit de nalatenschap bestaat, zodat u een weloverwogen beslissing kunt nemen om de nalatenschap zuiver of beneficiair te aanvaarden of te verwerpen. Bedenk dat het wijzigen van een gemaakte keuze alleen in zeer uitzonderlijke gevallen is toegestaan en dat het besluit aanzienlijke financiële consequenties kan hebben. Als u meer informatie wilt of hulp bij het vastleggen van de aanvaarding of verwerping van een nalatenschap, neem dan contact op met een notaris.
Lees verder

Ontbindende voorwaarde bij ernstige constructieve gebreken

maandag 18 december 2017 - Partijen moeten zich in voorkomende gevallen altijd expliciet op een ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst beroepen, ook bij constructieve gebreken.
Ontbindende voorwaarde bij ernstige constructieve gebreken Bij het kopen van een woning is het wettelijk verplicht dat de koopovereenkomst schriftelijk wordt vastgelegd. Nadat verkoper en koper getekend hebben, heeft de koper nog drie dagen wettelijke bedenktijd waarbinnen de koop zonder opgave van redenen ontbonden kan worden. In de meeste koopovereenkomsten worden nog aanvullende ontbindende voorwaarden opgenomen. Een voorbeeld daarvan is een ontbindende voorwaarde voor het niet verkrijgen door de koper van een passende financiering. De vervulling van een ontbindende voorwaarde heeft tot gevolg dat de koop automatisch is ontbonden. In de meeste gevallen is er echter in de koopovereenkomst bepaald dat een partij zich op het intreden van zo’n voorwaarde expliciet moet beroepen. In een recente rechtszaak voor rechtbank Limburg was in de koopovereenkomst naast de gebruikelijke ontbindende voorwaarden nog een ontbindende voorwaarde opgenomen voor mogelijke ernstige constructieve gebreken aan de gekochte woning. Afgesproken was dat de koper binnen twee weken na het tekenen van de koopovereenkomst een bouwtechnische keuring moest laten uitvoeren. Deze keuring heeft plaatsgevonden, uit het bijbehorende rapport bleken geen ernstige bouwkundige gebreken aan de woning. Wel werd melding gemaakt van scheurvorming in muren en vocht in de vloer met daarbij de aantekening dat nader destructief onderzoek (waarvoor dus hak- en breekwerk nodig is) vereist zou zijn om eventuele ernstiger problemen aan het licht te brengen. De koper gaf vervolgens geen opdracht voor een nader onderzoek maar deed wel een beroep op de ontbindende voorwaarde. De verkoper stelde vervolgens dat nu uit het onderzoek geen duidelijke ernstige gebreken naar voren gekomen zijn de koop geldig is en de koper dus geen beroep kon doen op de ontbindende voorwaarde. De koper stemde hiermee niet in, waarna de verkoper hem in kort geding voor de rechter daagde om de koper te laten veroordelen tot het afnemen van de woning conform de koopovereenkomst. De voorzieningenrechter in kort geding gaf de verkoper gelijk. Van ernstige constructieve gebreken is immers niet gebleken uit het in opdracht van koper opgestelde rapport. De koper voerde aan dat de termijn van twee weken te kort was voor het laten uitvoeren van nader onderzoek. De rechter was hierin van mening dat dit bij het risico van de koper hoort. Om dat te voorkomen had hij bijvoorbeeld sneller kunnen handelen of een langere termijn moeten overeenkomen. De koper heeft de woning dus alsnog af moeten nemen van de verkoper. Dit toont maar weer eens aantoont hoe belangrijk het is om tussen partijen gemaakte afspraken helder te formuleren in een koopovereenkomst. Heeft u zelf een dergelijk geval aan de hand vraag ons dan vooraf advies, wij zijn bij uitstek specialist in het vastgoedrecht en kunnen u behoeden voor problemen zoals hiervoor beschreven.
Lees verder

Recht op informatie bij aandeelhoudersconflict

woensdag 13 december 2017 - BV en NV moeten aandeelhouders informeren als daarom wordt gevraagd. In uitzonderlijke gevallen mag geweigerd worden.
Recht op informatie bij aandeelhoudersconflict Conflicten binnen een besloten vennootschap zijn vaak hele lastige conflicten, vooral omdat vaak de emotie die schuil gaat achter het feitelijke conflict de verhoudingen tussen de aandeelhouders zo op scherp zet. Veel aandeelhoudersconflicten gaan over verstrekte informatie en soms ook over de informatieverstrekking zelf. Het bestuur van een besloten of naamloze vennootschap is gehouden de algemene vergadering alle inlichtingen te verschaffen wanneer zij daarom vraagt, tenzij zwaarwichtige belangen van de vennootschap zich daartegen verzetten. Wie heeft recht op welke informatie en hoe makkelijk kan de vennootschap besluiten bepaalde informatie wel of niet te willen delen? Volgens de Hoge Raad hebben alle aandeelhouders het recht om vragen te stellen tijdens de algemene vergadering en is het bestuur verplicht alle vragen te beantwoorden. Buiten vergadering om is het bestuur daar niet toe verplicht. De hiervoor aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad ziet echter op een beursgenoteerde vennootschap. De vraag is dan ook of een dergelijke uitspraak een op een kan worden doorgelegd naar een besloten vennootschap. Bij een besloten vennootschap kan het zo zijn dat de rechten en de verplichtingen van aandeelhouders heel anders zijn dan de rechten en verplichtingen van aandeelhouders van een beursgenoteerde vennootschap. Een goed voorbeeld daarvan zijn familiebedrijven. De Ondernemingskamer van het Hof Amsterdam heeft daar recent nog haar oordeel over geveld, de Ondernemingskamer oordeelde dat op het bestuur een bijzondere zorgplicht rust tegenover de minderheidsaandeelhouder die niet ook een bestuurder is. Met name tegenover die minderheidsaandeelhouder die niet ook bestuurder is, dient meer openheid te worden gegeven, met name ook met betrekking tot informatie waarop de aandeelhouder in beginsel geen recht heeft. In dit specifieke geval gold dat nog meer dan anders, omdat de informatieverstrekking in de aandeelhoudersovereenkomst met zoveel woorden is vastgelegd. Daarnaast heeft deze aandeelhouder ook recht op informatie buiten de algemene vergadering om, gelet op het besloten karakter van de besloten vennootschap. Leg de rechten op verstrekking van informatie vast in de aandeelhoudersovereenkomst en voorkom in een situatie als deze verzeild te raken!
Lees verder

Vraag nu uw eigen kluis aan!

Heeft u nog geen account? Meld u hiernaast aan en ontvang uw kluisgegevens!

 

WILT U MEER INFORMATIE?

 

Bel ons: 06-53378593