Hypotheken in Nederland worden mogelijk duurder

maandag 27 november 2017 - Nieuwe internationale regelgeving zorgt voor hogere kostprijs hypotheken
Hypotheken in Nederland worden mogelijk duurder Het opleven van de Nederlandse woningmarkt komt niet alleen omdat de crisis voor bij is, maar ook door de erg lage hypotheekrente. Helaas is er weer nieuwe internationale/Europese regelgeving op komst waarvan de kosten voor invoering zullen worden doorberekend aan de consument, u dus. Hierdoor kan de kostprijs van een hypotheek voor u fors hoger uitpakken. De op handen zijnde internationale regelgeving zal gaan voorschrijven dat banken/financiële instellingen meer reserves moeten aanhouden om risico's op hun hypotheekportefeuilles af te dekken. Dit houdt dus in dat de banken minder geld als hypotheeklening kunnen uitzetten en dus ook minder gaan verdienen aangezien de in reserve te houden bedragen momenteel niets opbrengen. Het hiermee gepaard gaande verlies voor de banken zullen zij doorberekenen aan de consument, waarschijnlijk met een hogere rente. De banken mogen immers geen afsluitkosten meer berekenen. Zo dreigt de consument de dupe te worden van internationaal tussen de banken gemaakte afspraken. De wereldwijde toezichthouders op banken zijn verenigd in het zogenaamde Basel Comité en willen nu bewerkstelligen dat alle banken voor risico's op hypotheken, vooral als die even hoog zijn als de waarde van de woning, extra geld als reserve gaan aanhouden. In tegenstelling tot in veel andere landen kan in Nederland nog altijd tot 100 % van de koopsom een hypotheeklening worden afgesloten, in het recente verleden kon dit zelfs oplopen tot 125 % van de waarde van de woning. Volgens de president van de Nederlandse Bank Klaas Knot gaan we de uitwerking van de nieuwe regels straks met name terugvinden in de Nederlandse hypotheektarieven. Over de kosten en tarieven kon Knot nog niets zeggen, wel wilde hij kwijt dat hij het maximaal te lenen bedrag graag ziet zakken tot 90 procent van de koopsom. Volgens Knot wordt de woningmarkt daardoor beter bestand tegen turbulentie (lees waardedaling) op de woningmarkt. Tot nu toe wilde de Nederlandse regering nog niet lager gaan dan honderd procent, omdat starters zonder eigen geld dan niet meer aan de beurt komen op de woningmarkt. Knot grijpt de nieuwe regelgeving nu echter aan als extra argument om niet meer dan 90% van de koopsom te mogen lenen. In het kader van de op handen zijnde regels heeft de Nederlandse bank wel verzocht de Nederlandse woningmarkt niet te vergelijken met die in Zuid-Europese landen. hierbij is aangevoerd dat zelfs in de achterliggende crisis weinig huiseigenaren zijn gestopt met het betalen van de hypotheeklasten. Het zal nog even duren voordat de nieuwe regels zijn ingevoerd. Heeft u echter koopplannen, wacht dan niet te lang of kijk eens rond of u een eigen woningfinanciering kan sluiten bij familie of een bevriende relatie. Wij kunnen u altijd van dienst zijn met advies of het opstellen van alle documenten die nodig zijn voor het vastleggen van een financiering buiten de reguliere banken om.
Lees verder

Testamenten van vóór 2003 soms deels achterhaald door nieuw recht

woensdag 22 november 2017 - Erfrecht van vóór 2003 zorgt in testamenten uit die tijd voor onbedoelde effecten. Laat het nakijken!
Testamenten van vóór 2003 soms deels achterhaald door nieuw recht Een onbedoelde fout in een testament is zo gemaakt. Dat blijkt soms ook het geval bij oude testamenten waarin een ouderlijke boedelverdeling wordt vastgelegd ten gunste van de partner waarmee de testateur samenwoonde. Om dat ook daadwerkelijk tot uitvoering te laten komen vereist het testament wel redactionele nauwkeurigheid. De rechtbank Amsterdam kreeg een dergelijk testament voorgelegd. Een man had een testament opgemaakt ten gunste van zijn ongehuwde kinderen en legde zijn kinderen op om daaraan mee te werken. Hij baseerde zijn wil echter op een artikel in de wet waarin staat dat verdeling alleen mogelijk is tussen kinderen onderling of tussen de kinderen en de langstlevende echtgenoot. Deze bepaling was onder het oude recht van voor 2003 opgenomen en bleek nietig, en daarmee nimmer tot stand gekomen. Het nieuwe recht vanaf 2003 kan daar niets aan veranderen, omdat niet mocht worden aangenomen dat de man onder het nieuwe recht had afgezien van de gekozen vorm en een andere, wel rechtsgeldige bepaling. . Echter, het testament bevatte ook een legaat ten gunste van de ongehuwde partner. Daaruit blijkt in elk geval dat de testateur dit legaat onder het nieuwe recht zou hebben gehandhaafd. Het testament blijft daarmee voor het overige gewoon in stand. Heeft u ook nog een oud testament van vóór 2003? Bel ons om het samen met u na te kijken op rechtsgeldigheid onder het nieuwe recht.
Lees verder

Huwelijkse voorwaarden hebben invloed op schenkbelasting

maandag 20 november 2017 - Belastingvrij verschuiven van vermogen bij huwelijkse voorwaarden tot1 januari 2018 mogelijk, daarna beperkt.
Huwelijkse voorwaarden hebben invloed op schenkbelasting Op 1 januari 2018 verandert het huwelijksvermogensrecht. Als u na die datum trouwt, gebeurt dat niet meer in algehele gemeenschap van goederen, maar in een beperkte gemeenschap met een fifty-fifty verdeling. Ook het belastingvrij verschuiven van vermogen tussen beide partners wordt met de nieuwe regels beperkt. Dat kan een reden zijn om nog voor 1 januari aanstaande huwelijksvoorwaarden aan te gaan of – als reeds gehuwden – nog met vermogen te schuiven. Tot komende jaarwisseling kon en kan tussen echtgenoten zonder belastingheffing worden geschoven met hun vermogen. Dat is bijvoorbeeld het geval als u getrouwd bent onder huwelijkse voorwaarden met zogenaamde koude uitsluiting. U kunt dan uw huwelijkse voorwaarden dit jaar nog wijzigen en overgaan naar een algehele gemeenschap van goederen. Dat kan veel belasting schelen. Vanaf 2018 blijft dit echter niet langer zonder fiscale gevolgen. Er wordt nu duidelijk vastgelegd in welke gevallen trouwen en het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden schenkbelasting tot gevolg heeft. Dat moet ook gaan gelden voor geregistreerd partners en samenwoners met een notarieel samenlevingscontract. Bij het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden wordt vanaf 2018 gekeken naar het aandeel van beide echtgenoten in het totale vermogen. Is dat gelijk of wordt het gelijk, is er ook fiscaal gevolg. Als de aandelen niet gelijk zijn of worden, is het van belang de situatie daarvóór te beoordelen en vast te stellen welke aandeel elk van de echtgenoten vóór en ná het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden had. Houdt rekening met schenkbelasting als het aandeel van de ‘arme’ echtgenoot in het totale vermogen meer dan 50% wordt, of als het aandeel van de ‘rijke’ echtgenoot in het totale vermogen verder toeneemt. Wilt u meer weten over de gevolgen van aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden in uw geval? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Voorkom een vechtscheiding

woensdag 25 oktober 2017 - Anti-vechtscheidingsclausule in samenlevingscontract of huwelijkse voorwaarden bespaart problemen bij echtscheiding
Voorkom een vechtscheiding Onlangs verscheen in de media nieuws over de mogelijkheid om een anti-vechtscheidingsclausule in een samenlevingscontract of in huwelijkse voorwaarden op te nemen. Daarmee kunt u bij een onverhoopte scheiding allerlei perikelen voorkomen. In een dergelijke clausule kunt u afspraken vastleggen over hoe u met elkaar en met u beider bezittingen wilt omgaan en hoe u met elkaar zult communiceren. Ook kan daarin worden geregeld wat de termijnen zijn waarbinnen u beiden zult reageren op berichten en documenten. Dat soort afspraken is eenvoudiger te maken in tijden dat de relatie goed is. Een afzonderlijke paragraaf kan worden besteed aan kinderen. Met de clausule kan tijd rekken en veel scheidingsleed zo goed mogelijk worden voorkomen.. Een garantie is het niet, maar een wel een belangrijke stap in de goede richting. U kunt er zelfs voor kiezen om naleving af te dwingen met boeteclausules. Wilt u meer weten over samenlevingscontract, huwelijkse voorwaarden of scheiding? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Executeur mag opdracht weigeren

maandag 23 oktober 2017 - Een executeur wordt bij testament benoemd, maar mag de opdracht om de nalatenschap af te wikkelen, weigeren. Wat dan?
Executeur mag opdracht weigeren In veel testamenten wordt een executeur benoemd, die de nalatenschap moet gaan afwikkelen. Een executeur is echter niet verplicht om die taak op zich te nemen. Als de executeur inderdaad weigert die rol op zich te nemen, zijn alle erfgenamen weer gelijk. Wat te doen? In de praktijk blijken er uiteenlopende redenen te zijn om de rol van executeur te weigeren. Soms is dat een slechte gezondheid, andere keren weer de grote geografische afstand tussen executeur en erfgenamen. Ook verbroken relaties en moeilijke erfenissen kunnen een reden zijn. Als de executeur weigert, kunnen de erfgenamen kiezen uit twee mogelijkheden: 1. samen iemand aanwijzen om de erfenis namens hen af te wikkelen, dat heet in de praktijk een boedelgevolmachtigde; 2. samen de erfenis gaan afwikkelen: De Belastingdienst wil echter altijd één contactpersoon hebben voor toezending van stukken en antwoorden op vragen en problemen. Gezamenlijk afwikkelen valt daarmee eigenlijk af. Als varianten in de overige mogelijkheden kunt u overwegen om in uw testament twee executeurs te benoemen. Als de ene weigert, kan de nader de taak op zich nemen. Ook kunt u de executeur machtigen om iemand ter assistentie of als adviseur in te schakelen. Dat kan bijvoorbeeld iemand zijn die helpt bij de waardebepaling van goederen, een accountant, een notaris. Daarmee kunnen moeilijke onderdelen worden uitbesteed. Wilt u meer weten over het benomen van een executeur in uw testament of over de rol van executeur waartoe in een testament bent benoemd? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Huwelijkse voorwaarden geen invloed op vererving, wel op erfbelasting

woensdag 18 oktober 2017 - Huwelijks voorwaarden geen invloed op vererving, wel op erfbelasting
Huwelijkse voorwaarden geen invloed op vererving, wel op erfbelasting Maakt het iets uit wanneer u gehuwd bent onder het maken van huwelijkse voorwaarden of in de wettelijke gemeenschap van goederen als de eerste echtgenoot komt te overlijden met achterlating van echtgenoot en kinderen? Of u nou wel of geen huwelijkse voorwaarden heeft gemaakt maakt niets uit voor de vererving van de nalatenschap. Als u geen testament heeft vindt de vererving plaats op grond van de wettelijke regeling. Die wettelijke regeling van de nalatenschap houdt – kort gezegd – in dat de echtgenoot en de kinderen samen erfgenaam zijn, ieder voor een gelijk deel. De wet verdeelt de nalatenschap echter zo, dat de echtgenoot alle bezittingen toegedeeld krijgt, onder de verplichting om de schulden voor zijn rekening te nemen. Dit wordt de wettelijke verdeling genoemd. De kinderen krijgen ieder een zeer beperkt opeisbare vordering op de langstlevende, namelijk bij overlijden en faillissement van de langstlevende, ter grootte van hun wettelijk erfdeel. Veel mensen kiezen ervoor om wel een testament op de langstlevende te maken om de wettelijke regeling verder aan te passen en toevoegingen te doen. Belangrijke reden daarvoor kan onder meer zijn dat de opeisbaarheid van de vorderingen van de kinderen wordt aangepast, bijvoorbeeld om te voorkomen dat de erfdelen van de kinderen "opgegeten" moeten worden bij opname in een zorginstelling. Een andere reden is de mogelijkheid om te besparen op de te betalen erfbelasting. Wat bepaald is in de huwelijkse voorwaarden zelf is wel van invloed op de omvang van de erfdelen van de langstlevend echtgenoot en de kinderen. Bij het maken van huwelijkse voorwaarden zorgt u er voor dat de bezittingen en schulden van de echtgenoten gescheiden blijven. Er ontstaat dan geen gemeenschap van goederen. Als uitsluitend sprake is van gescheiden bezit in de voorwaarden en er geen zogenaamde verrekenbedingen zijn opgenomen (ook wel koude uitsluiting genoemd), maakt het wel uit of een echtgenoot met het meeste vermogen als eerste komt te overlijden of als laatste. Vererft er bij het overlijden van de eerste echtgenoot veel vermogen dan moet in principe ook direct meer erfbelasting worden betaald door de langstlevende echtgenoot. Zijn er verrekenbedingen opgenomen in de huwelijkse voorwaarden, bijvoorbeeld met de bepaling dat bij het overlijden van de eerste echtgenoot met elkaar moet worden afgerekend alsof wel een gemeenschap van goederen bestond, dan ontstaat er op zich een evenwichtiger verdeling van het vermogen bij overlijden en heeft dat ook weer invloed op de te betalen erfbelasting. De conclusie is dat huwelijkse voorwaarden geen invloed hebben op de vererving, maar wel op de totale omvang van de nalatenschap en de te betalen erfbelasting. Om dit allemaal in goede banen te leiden is het erg belangrijk om de huwelijkse voorwaarden en testamenten precies op elkaar af te stemmen en de (fiscale) gevolgen goed door te rekenen. Laat u zich dus goed voorlichten en neem contact met ons op. Wij helpen u graag verder om uw zaken goed te regelen.
Lees verder

Einde dividendbelasting in zicht

maandag 16 oktober 2017 - Vanaf 2019 hoeven bedrijven geen dividendbelasting meer te betalen. Met minder administratief werk als gevolg.
Einde dividendbelasting in zicht Vanaf 2019 hoeven bedrijven (BV’s en dergelijke) geen dividendbelasting meer te betalen. Dat zijn althans de plannen van het nieuwe kabinet. Dat gaat ondernemers en ook particulieren veel administratief werk schelen. De maatregel kost de Nederlandse staat geld, dat gaat de staat terugverdienen met extra belasting op andere terreinen. De laatst jaren is de kritiek op de dividendbelasting flink toegenomen. Nu houden bedrijven 15% belasting in over het aan aandeelhouders uitgekeerde dividend. Betaalt u als aandeelhouder belasting in Nederland, dan kunt u die ingehouden belasting weer verrekenen met de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Die last wordt per 1 januari 2019 tenietgedaan. De maatregel is niet alleen gunstig voor bedrijven en particulieren, ook de Belastingdienst zelf profiteert met zekerheid van inkomsten en minder kosten. De maatregel is verder gunstig voor het vestigings- en ondernemingsklimaat in Nederland. Al met al is de maatregel een stimulans voor ondernemers om de BV als rechtsvorm te kiezen. Wilt u meer weten over het oprichten van een BV en de fiscale aspecten daarbij? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Vanaf 2018 insluitingsclausule mogelijk in huwelijkse voorwaarden

woensdag 11 oktober 2017 - Uitsluiting schenkingen en erfenissen in huwelijksvoorwaarden per 2018 niet meer nodig. Insluiting juist wel.
Vanaf 2018 insluitingsclausule mogelijk in huwelijkse voorwaarden Een heel nieuwe term doet zijn intrede in de huwelijkse voorwaarden. Per 1 januari 2018 treedt het vernieuwde huwelijksvermogensrecht in werking. Daarmee wordt het mogelijk om tegenover – de dan wettelijke – uitsluiting van onder meer schenkingen en erfenissen (voor de “koude kant”) juist een insluitingsclausule op te nemen. Hoe zit dat precies? Vanaf 2018 wordt het vermogen van beide huwelijkspartners niet meer automatisch gemeenschappelijk eigendom. Zo blijven bijvoorbeeld schenkingen en erfenissen vanaf dan privé-eigendom van de partner die de schenking of erfenis ontvangt. Nu schenken ouders nog vaak onder de voorwaarde dat aangetrouwde kinderen geen recht hebben op het met de schenking gemoeide bedrag. Om dat te realiseren moesten zij dat bij de notaris vastleggen. Kinderen kunnen niet onder deze bepaling uit, ook al zouden ze dat willen. Onder het nieuwe recht is die veel geuite wens van ouders vastgelegd. Schenkingen er erfenissen blijven buiten gemeenschappelijk eigendom. Het wordt nu juist mogelijk om via de notaris het tegenovergestelde te regelen, namelijk bij testament of schenking een insluitingsclausule opnemen. Met een insluitingsclausule wordt een schenking of erfenis wél gemeenschappelijk eigendom van beide partners. Dat kan belastingvoordelen opleveren. Deze clausule is voor de ontvangende partners niet bindend, zij kunnen in hun huwelijkse voorwaarden afspreken dat schenkingen of erfenissen juist wel van de ontvangende partner blijven. Bij de totstandkoming van de wet is gezegd dat niemand aan echtgenoten vermogen kan opdringen. Wilt u meer weten over uit- en insluitingsclausule in huwelijkse voorwaarden? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Geen partnerpensioen, ook al is er een concept notarieel samenlevingscontract

maandag 9 oktober 2017 - Partnerpensioen voor samenwoners alleen met een notarieel samenlevingscontract en aanmelding bij pensioenfonds.
Geen partnerpensioen, ook al is er een concept notarieel samenlevingscontract In vrijwel alle pensioenreglementen is opgenomen dat partners van de verzekerde na diens overlijden in aanmerking komen voor partnerpensioen, mits partners een notarieel samenlevingscontract hebben en de partner schriftelijk is aangemeld bij het pensioenfonds. Wie na het overlijden van zijn of haar partner geen notarieel samenlevingscontract heeft, vist achter het net. Datzelfde geldt als u op weg bent naar dat contract, maar alleen nog een concept heeft en er nog niks is ondertekend bij de notaris. Schrijnend zijn dan ook wel vaker voorkomende situaties dat er een conceptakte van een samenlevingscontract bij de notaris is opgesteld, de afspraak voor het ondertekenen daarvan al is gemaakt en de partner intussen overlijdt. Het al dan niet toekennen van een partnerpensioen heeft financiële gevolgen voor het pensioenfonds en zijn aanspraak op de herverzekeraar, en op nabestaanden van de deelnemer. Daarom moet er voor het pensioenfonds geen enkele twijfel bestaan wie bij overlijden van een deelnemer als partner kan worden aangemerkt. De rechter vindt dan ook dat de in pensioenreglementen vastgelegde eis van een notarieel vastgelegd samenlevingscontract in redelijk belang van het pensioenfonds is. Als er geen notarieel vastgelegd contract is, kan het pensioenfonds dan op goede gronden de vermeende aanspraak op het partnerpensioen weigeren. Van een pensioenfonds mag niet worden verwacht dat deze bij elk overlijden van een samenwonende deelnemer de aanspraak feitelijk en inhoudelijk moet beoordelen zonder dat er een notarieel samenlevingscontract kan worden overlegd. Echter, dat kan anders zijn als het in redelijkheid en billijkheid niet acceptabel is het ontbreken van een getekend notarieel samenlevingscontract te gebruiken tegenover iemand die stelt een pensioenaanspraak als (nabestaande) partner te hebben. Dan moet de pensioengerechtigde deelnemer wel zijn of haar partner bij het pensioenfonds hebben aangemeld voor een het recht op een (tijdelijk) partnerpensioen. Dat initiatief kan niet bij de (eventueel in aanmerking komende) partner liggen. Ook al heeft de deelnemer voor zijn of haar overlijden al stappen gezet op weg naar een adequate aanmelding bij het pensioenfonds. Het niet hebben kunnen afronden daarvan ligt niet in de risicosfeer van het pensioenfonds, maar in die van de deelnemer. Hoe verdrietig ook. Wilt u meer weten over het notarieel samenlevingscontract in relatie tot partnerpensioen? Bel ons voor het maken van een afspraak.
Lees verder

Erfdienstbaarheden geven soms forse problemen

woensdag 4 oktober 2017 - Erfdienstbaarheden leveren vaak problemen op met buren. Zelfs als "heersend" en "dienend" erf in dezelfde hand zijn
Erfdienstbaarheden geven soms forse problemen Erfdienstbaarheden blijken in de praktijk vaak problemen tussen buren op te leveren. U hoeft maar naar een aflevering van de Rijdende Rechter te kijken voor al dan niet hilarische voorbeelden. Onlangs speelde weer een dergelijk probleem waarover de rechter zich moest uitspreken. Iemand kocht in 2015 een woning waarop (op het perceel) ruim 25 jaar eerder een erfdienstbaarheid was gevestigd ten behoeve van het perceel van de buurman. De nieuwe eigenaar stelde bij de rechter dat de erfdienstbaarheid door vermenging teniet is gegaan omdat de eigendom van beide percelen – het heersende en het dienende erf – al dertien jaar eigendom van dezelfde eigenaar was. De voormalige buurman vecht de opvatting van de eigenaar aan. De erfdienstbaarheid kan volgens hem niet teniet gaan omdat de vorige eigenaar (een woningstichting) zijn perceel altijd aan derden – waaronder de buurman zelf – in gebruik heeft gegeven. De buurman doet ook nog een beroep op verjaring. De Rechtbank neemt in haar oordeel de volgende overwegingen mee. Bij het tenietgaan van een erfdienstbaarheid door vermenging gaat het erom dat de erfdienstbaarheid zinloos wordt en daardoor niet meer nodig is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als zowel het voormalig heersende als het dienende erf in één hand komen, maar dat hoeft niet. Als namelijk het heersende erf (het erf ten behoeve waarvan de erfdienstbaarheid destijds gevestigd is) niet door de eigenaar wordt gebruikt, maar door een andere partij – bijvoorbeeld een huurder of gebruiker van een perceel – behoudt de erfdienstbaarheid haar functie en gaat daarom niet teniet. Dat betekent, dat wanneer kan worden aangetoond dat zowel de gebruiker op het moment van de vermenging als latere gebruikers het recht gedurende een aaneengesloten periode hebben gebruikt, de erfdienstbaarheid blijft bestaan. Zo heeft het parlement het ook bedoeld. Dat heeft ooit gesteld dat “de erfdienstbaarheid haar werking houdt, zowel tussen de eigenaar en de huurder of pachter door of jegens wie de erfdienstbaarheid kan worden uitgeoefend, als jegens eventuele latere verkrijgers onder bijzondere titel waaronder koop, van de door vermenging verenigde erven, voor een ieder waarvoor deze erfdienstbaarheid van belang blijft.” De Rechtbank oordeelde dat de erfdienstbaarheid nog steeds van belang was voor de gebruiker van het (voormalig) heersend erf. De nieuwe eigenaar mag echter nog wel tegenbewijs leveren. Als hem dat niet lukt, is de erfdienstbaarheid niet door vermenging tenietgegaan. Als hem dat wel lukt, is vervolgens het beroep op verkrijgende verjaring aan de orde. Voor een dergelijke verjaring geldt volgens de rechter een termijn van tien jaar. De gebruiker van het (voormalige) heersende erf was bezitter te goeder trouw. In de leveringsakte werd destijds door de vorige eigenaar (de woningstichting) verklaard dat er een erfdienstbaarheid gold ten gunste van het perceel van de buurman. Daarom hoeft niet van de buurman te worden verlangd dat hij nog uitvoeriger onderzoek zou doen naar de juistheid van die bewering aangezien de woningstichting toen ook eigenaar was van het dienende erf. Ten tijde van het instellen van de vordering door de nieuwe eigenaar was de termijn van tien jaar nog niet verlopen, zodat in die zin geen sprake kan zijn van verkrijgende verjaring van de erfdienstbaarheid. Die termijn is niet vanaf de datum van de vermenging gaan lopen. Immers, de latere huurders of gebruikers moeten dan beschouwd worden als ‘houders’ voor de woningstichting in de zin van de wet en aan hen komt geen beroep op de verkrijgende verjaring toe. Snapt u het nog? Deze zaak geeft maar weer eens aan hoe enorm complex het burenrecht in elkaar zit. Ben u van plan een woning te kopen waarbij sprake is van – onduidelijke – erfdienstbaarheden, neem dan eerst contact met ons kantoor op. De notaris is de juridische specialist op het terrein van burenrecht en erfdienstbaarheden. Voorkom problemen!
Lees verder

Vraag nu uw eigen kluis aan!

Heeft u nog geen account? Meld u hiernaast aan en ontvang uw kluisgegevens!

 

WILT U MEER INFORMATIE?

 

Bel ons: 06-53378593